search.noResults

search.searching

dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
Zintuigen Ruud Bonte (61)


NOORD-IRAK 1991


FUNCTIE Groepscommandant


11


De lucht van lichamen in verregaande staat van ontbinding is onbeschrijflijk. Het is een bedwelmende geur van verrotting. Toen mijn vader in 2010 na een ernstig ziekbed overleed en we hem twee dagen later in zijn kist legden, rook ik het in verzwakte vorm weer. Het kwam als een mokerslag bij me binnen. Dat mijn vader er nooit meer voor me zou zijn, drong toen pas goed tot mijn bewustzijn door, omdat ik die geur onmiddellijk met de dood associeerde.’


Marco de Jong (46) was stukscom- mandant (M109-houwitser) en zat in 1999 zeven maanden in Kosovo, waar hij deel uitmaakte van KFOR-I (Kosovo Force). De 11e afdeling Rijdende artillerie waarbij hij diende, was onderdeel van Task Force Orahovac.


De borden stonden nog op tafel


‘Er zijn beelden van missies die ik me tot vandaag met grote scherpte voor de geest kan halen. Het is alsof ik ze niet al tientallen jaren geleden, maar gisteren in mijn geheugen heb opgeslagen. Na de Eerste Golfoorlog zat ik in Noord-Irak. Veel Koerden waren de bergen ingevlucht. Ik was sergeant en gaf leiding aan een geweergroep mariniers. We liepen patrouilles en betrokken verlaten dorpen. Als de kust veilig was, lieten we dat aan de peshmerga weten, zodat de mensen konden terugkeren. Sommige beelden van die patrouilles zie ik als


foto’s voor me. Een keuken met op tafel nog gevulde pannen en half leeggegeten borden. Mensen waren duidelijk hals over kop weggevlucht. Of een schuurtje waarin we een dode koe aantroffen. Het dier zat met een touw vastgebonden aan een paal en was waarschijnlijk van honger gestorven. Eind jaren negentig zat ik Albanië. We vingen Kosovaren op die bij Kükes over de bergen naar Albanië kwamen, op de vlucht voor het geweld van het Joegoslavische leger. Er waren oude mensen bij, kinderen en zwangere vrouwen. Vaak waren ze volkomen uitgeput. In Irak was het me ook al opgevallen: de blik van veel vluchte- lingen is leeg, bijna hol. Als je contact wilde, moest je mensen aanraken, want horen deden ze je vaak niet. Ik dacht regelmatig: wat hebben ze allemaal meegemaakt? Ook dat zijn beelden die ik nooit weer zal kwijtraken.’


Ruud Bonte (61) zat in 1991 in Irak als sergeant, groepscommandant bij de mariniers. Hij maakte er deel uit van Provide Comfort, een internationale hulpoperatie die na de Eerste Golfoorlog als doel had de Koerdische vluchtelingen in Noord- Irak noodhulp te geven en – met een internationale troepenmacht – voor de Koerden een veilig gebied te creëren. In 1999 had hij in Albanië een soortgelijke functie, bij operatie Allied Harbour. Het doel daarvan was vooral om de duizenden Albanese vluchtelingen uit Kosovo op te vangen.


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65  |  Page 66  |  Page 67  |  Page 68  |  Page 69  |  Page 70  |  Page 71  |  Page 72  |  Page 73  |  Page 74  |  Page 75  |  Page 76