This page contains a Flash digital edition of a book.
28 driegesprek


praktijken. Ze vindt het leuk dat ze haar kennis zo direct in de praktijk kan brengen.


Sponzen In het laatste studiejaar verzorgt de KNMT enkele colle- ges om studenten voor te bereiden op datgene wat ze na hun afstuderen kunnen verwachten. Van Susante en Meijer hebben die colleges met interesse gevolgd, de laatste heeſt ook een adviesgesprek gevoerd. Nut ig, vinden ze, om voor jezelf op een rij te krijgen wat je wilt. Van der Helm wijst op het belang van deelname aan een IQual-groep, ook voor jonge tandartsen. Op die manier kom je in contact met collega’s en hoor je wat er speelt in andere praktijken. “Tegelijkertijd is het een


stukje scholing. Ik hoor vaak dat afgestudeerde tand- artsen net sponzen zijn, dorstig naar informatie.” Van Susante geeſt aan dat ze zeker van plan is zich aan te sluiten, maar dat het er door verhuizingen nog niet van is gekomen. Meijer heeſt via cursussen die hij volgde met een aantal tandartsen een groepje gevormd dat regelmatig bij elkaar komt, eigenlijk vergelijkbaar met een IQualgroep. Bovendien is hij actief in iDent35, een NVOI-commissie die bijeenkomsten voor jonge tand- artsen organiseert. Een IQual-groep heeſt op dit moment dus geen prioriteit. Van der Helm suggereert hem dat hij wellicht ook in IQual-verband cursussen zou kunnen geven.


Aad van der Helm (l): “Met minder dan drie dagen per week krijg je geen commitment.”


Zowel Meijer als Van Susante zijn tijdens hun studie al lid geworden van de KNMT. Van Susante: “Ik denk dat er een redelijk grote beroeps- vereniging moet zijn die een stem heeſt richting de politiek.” Meijer: “Absoluut waar. Er gebeurt zoveel in de tand- heelkunde waar je als vereniging echt bovenop moet zit en. De KNMT is daar heel erg belangrijk in. Persoon- lijk zou ik het wel pret ig vinden als de KNMT meer zou opkomen voor de zelfstandig ondernemer en de beroepsgroep positiever en beter in de schijnwerpers zou zet en. Hoe kunnen we kwaliteit waarborgen als de tarieven dalen? Mijn investeringen worden echt niet minder. Hoe moet ik dan mijn kop boven water zien te houden?” Van Susante: “Wat kan de KNMT dan doen?” Van der Helm: “De tariefskorting had veel hoger kun- nen worden, maar door de inbreng van de KNMT is het ‘maar’ vijf procent geworden . Dat komt toch omdat we door de politiek en verzekeraars als een krachtige beroepsorganisatie worden gezien.” Van Susante: “Ik zie inderdaad een groot verschil met de fysiotherapeuten die bijna allemaal een contract hebben met zorgverzekeraars. Door de druk van de zorgverzekeraars worden zij, ondanks de vrije prijsvor- ming, zeer beperkt in hun praktijkvoering.” Meijer: “Ik denk dat we aan de tarieven op dit moment niet zoveel kunnen doen, maar ik denk wel dat we het imago van de tandarts in positieve zin kunnen bijscha- ven.” Van der Helm: “Zeker, en daarom is het ook belangrijk dat KNMT en ANT een richtlijneninstituut hebben opgericht, er richtlijnen komen en we aan de politiek laten zien dat we kwaliteit serieus nemen.”


Rolf Meijer: “Ik wist tijdens mijn studie al duidelijk welke kant ik op wilde en kon daarom goede keuzes maken in mijn opleiding.”


NEDERLANDS TANDARTSENBLAD > 30 oktober 2015


Van Susante: “Werkt dat ook direct voor het imago, denk je?” Van der Helm: “Absoluut, want ik kan nu moeilijk tegen de minister zeggen dat ik een hoger tarief wil. De


NEDERLANDS TANDARTSENBLAD > 30 oktober 2015


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52