This page contains a Flash digital edition of a book.
14 interview


uithalen en een prothese maken, maar je kunt ook pro- beren de redelijke elementen te behouden en goede kunstharsplaatjes te maken. Dan ben je een heel eind. Ik doe bijna geen restauratief werk. Het glazuur is vaak zacht en bros, waardoor vullingen niet lang mee gaan. Het is bijna onbegonnen werk. Extraheren geeſt altijd weerstand. Een patiënt wil het liefste met eigen tanden het graf in. Meer nog dan vrouwen zijn mannen daar- aan gehecht. Vrouwen zijn ijdeler en willen geen zwarte tand, die willen eerder iets vervangends. Man- nen zeggen dat ze toch niet meer getrouwd zijn en het voor hen dus niet meer uitmaakt.”


Hoe bent u ertoe gekomen om te promoveren? “In 2000 kwam ik in aanraking met professor Cees de Put er die me vroeg te helpen bij het opzet en van een driejarige opleiding voor geriatrie. Tegelijkertijd vroeg de toenmalige Ziekenfondsraad, nu CVZ, wat tandheel- kunde in verpleeghuizen nou kost e en of het zin had. Dat hebben we toen met een paar tandartsen uitge- zocht. CVZ publiceerde daarover in het rapport Een tandje erbij. In 2006 vroeg De Put er of ik me niet weer eens opnieuw in de resultaten wilde verdiepen en er een proefschriſt over wilde schrijven. Dat was zeker geen lang gekoesterde ambitie van mij. Ik ben meer een doener dan een wetenschapper. Maar ik heb het toch gedaan. Dat heeſt geleid tot publicatie van vier artikelen in Special Care in Dentistry, een tijdschriſt uit Chicago. Dat is de basis voor mijn proefschriſt .”


Wat houdt de term 'geïntegreerde tandheel- kundige zorg' in uw proefschriſt eigenlijk in? “De Provinciaal Zeeuwse Courant noemde me een ‘inpandige’ tandarts. Beter kan ik het niet omschrijven. Op dinsdag- en vrijdagmiddag werk ik in Ter Valcke in een eigen behandelkamer waar patiënten bij me langs- komen. Ik bezoek mensen dus niet met een koff ertje aan bed. Ik vind het prachtig als mensen dat doen, maar vind het iets uit de Middeleeuwen om moeilijke kiezen of wortels te extraheren in de set ing van een verpleeghuiskamer. Als dat misgaat…”


Welk probleem houdt u bij uw werk het meeste bezig? “Eigenlijk is het het grootste probleem om patiënten in je behandelkamer te krijgen. De meeste zeggen zelf al snel dat ze niets mankeren. Ze hebben geen pijn en willen dus niet komen, terwijl er toch echt iets aan de hand is. Verpleegkundigen zien ook geen behandel- noodzaak. Uit ons onderzoek blijkt dat negen procent van de bewoners volgens hen naar de tandarts zou moeten, terwijl wij uitkwamen op 73 procent. Als een bewoner goed eet, er netjes uitziet en goed kan praten, is het voor hen in orde. Maar als je in de monden kijkt zie je bijvoorbeeld dat protheses los zit en of inge- smeerd zijn met Kukident. Verpleegkundigen observe- ren van een afstandje.”


Onderzoek


“De belangrijkste bevinding uit mijn proefschrift Integrated dental care in nursing homes is dat een tandarts in een ver- pleeghuis restauratief en parodontologisch nauwelijks toege- voegde waarde heeft ten opzichte van een tandarts die op op- roep beschikbaar is. Het meeste succes valt te behalen op prothetisch gebied, vooral bij psychogeriatrische patiënten die langer dan zes maanden in een verpleeghuis wonen. Het is on- geloofl ijk wat mensen met een slecht zittende prothese vaak nog kunnen. Soms hebben ze zelfs die van hun buurman in. Ik leg uit dat het beter kan, als de patiënt dat wil. Communiceren is het belangrijkste. Verder heeft een tandarts met behandel- kamer in een verpleeghuis een toegevoegde waarde ten op- zichte vaneen tandarts op afroep. In het eerste geval is de tandheelkundige behoefte of noodzaak 44 procent, in het tweede geval bijna 92 procent. Dat is het verschil wat je onge- veer als ‘inpandige’ tandarts kunt maken, mits je er voldoende uren aan besteedt en je weet hoe je te werk moet gaan.”


Kan er in hun opleiding of begeleiding dan niet meer aandacht aan worden besteed? “We hebben een pilot gehad om hun dental minded- ness te verhogen. Dat is prima gelukt, maar na een half jaar ebde het weer helemaal weg. Wil je dental min- dedness behouden dan moet je daar ieder half jaar tot een jaar aandacht aan besteden. Ook familie zou meer kunnen doen. Waarom bijvoorbeeld geen elektrische tandenborstel als de patiënt met een gewone niet meer overweg kan? Bij de ene verpleeghuisdirectie is mond- gezondheid echt een prioriteit, maar een volgende vindt andere dingen belangrijker.”


En hebben ze daar geen gelijk in? “Gedeeltelijk misschien wel, als ik eerlijk moet zijn. Dit verpleeghuis heeſt een grote kapsalon, omdat ook oude mensen er nog goed uit willen zien. Mensen zouden die kapsalon niet willen missen. Natuurlijk vind ik een kapper niet belangrijker dan een tandarts, maar veel bewoners denken daar waarschijnlijk anders over. Ik vind het al heel mooi dat verpleeghuis Ter Valcke een prachtige behandelkamer voor me faciliteert.”


Pleit u ervoor om het elders ook zo te organiseren als hier? “Dat is een moeilijke vraag. Mensen wonen steeds lan- ger thuis en er komen steeds minder verpleeghuizen.


NEDERLANDS TANDARTSENBLAD > 30 oktober 2015 NEDERLANDS TANDARTSENBLAD > 30 oktober 2015


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52