This page contains a Flash digital edition of a book.
22 achtergrond


laatste is een grijs gebied, maar leidt wel tot de vraag waar de grens ligt tussen samenwerking en belangen- verstrengeling.


Uithangbord Het is heel normaal – ook in de tandheelkunde – dat universiteiten in opdracht van fabrikanten tegen be- taling producten onderzoeken. Zo onderzoekt ACTA geregeld de slijtvastheid en duurzaamheid van restau- ratiematerialen en doet het Radboudumc Nijmegen onderzoek naar botvervangende materialen voor orale implantaten. Zolang de onderzoeker open is over de fi- nanciering, en onafankelijk en vrij is in het verrichten van zijn onderzoek en het publiceren van de resultaten, is hier geen enkel beletsel tegen, stelt René Gruythuy- sen, lange tijd werkzaam op de afdeling Kindertand- heelkunde van ACTA. Maar het respecteren van die onafankelijkheid en openheid is niet voor iedere opdrachtgever even van- zelfsprekend, weet Gruythuysen uit eigen ervaring. Toen uit een onderzoek naar de werking van een anti- cariësmiddel dat hij in opdracht verrichte naar voren kwam dat de werkzaamheid van deze stof niet kon worden bevestigd, liet de opdrachtgever weten dat de resultaten zo niet konden worden gepubliceerd. Dit ter- wijl vooraf was afgesproken dat er onafankelijke pu- blicaties zouden komen. Uiteindelijk werd, tegen de zin van de opdrachtgever in, besloten toch te publiceren in de door de onderzoekers gewenste vorm. De opdracht- gever trok zich daarop terug. Ook op andere manieren kan een onderzoeker in zijn vrijheid van handelen worden beperkt, weet Gruyt- huysen. Onlangs werd hij gevraagd om tegen betaling lezingen te geven over een nieuw product om diepe cariës te behandelen, op basis van zijn expertise op dit gebied. Hij stond hier niet onwelwillend tegenover, maar dan wel volledig vrij en niet als uithangbord van het desbetreffende bedrijf. Dat had vervolgens geen be- langstelling meer. Volgens Gruythuysen is het bij deze voorbeelden de vraag of je loyaal bent aan het bedrijf dat het weten- schappelijke werk financiert of blijſt vasthouden aan je onafankelijke wetenschappelijke argumentatie. Dit bepaalt of je je schuldig maakt aan belangenverstren- geling of kiest voor transparante samenwerking.


Derde geldstroom Volgens het rapport Wetenschappelijk onderzoek: dilem- ma’s en verleidingen van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW), uit 2005, is de verwevenheid tussen industrie en wetenschap in de


NEDERLANDS TANDARTSENBLAD > 30 oktober 2015


jaren tachtig ontstaan. Als gevolg van bezuinigingen zochten onderzoekers en academische instellingen in die periode naar alternatieve inkomstenbronnen. Bovendien streefde de overheid naar meer deregule- ring en marktwerking, wat samenwerkingsverbanden tussen academische instellingen en commerciële op- drachtgevers stimuleerde. De zogenoemde derde geld- stroom die zo ontstond – met name vanuit bedrijven - werd voor universiteiten steeds belangrijker. Inmiddels is ongeveer een kwart van de universitaire middelen afomstig uit deze geldstroom. Met de groei hiervan nam ook de rol van opdrachtgevers in het wetenschap- pelijk onderzoek toe, blijkt uit het KNAW-rapport. Het gaat dan bijvoorbeeld om opdrachtgevers die vooraf- gaand aan het onderzoek een specificatie willen heb- ben van de te verwachten resultaten, waardoor onder- zoekers beloſten doen die wellicht niet haalbaar zijn. Dit leidt tot een dilemma voor die onderzoekers: ofwel meewerken aan het onderzoek en de beloſten op de koop toenemen ofwel afzien van deelname, waardoor men buiten de onderzoekscompetitie komt te vallen.


Sjoemelen Monique van der Veen, werkzaam bij afdeling Preven- tieve Tandheelkunde van ACTA, herkent de proble- matiek. Er zijn haar gevallen van onderzoek bekend waarbij door de dentale industrie wordt gestuurd op een positief resultaat. Voorbeelden geeſt Van der Veen echter niet, want ze houdt er niet van om naar ande- ren te wijzen. Dit sturen op resultaten, publicatie-bias genoemd, betekent dat onder druk van de industrie alleen positieve onderzoeksresultaten worden gepu- bliceerd, negatieve bevindingen worden bewust buiten beeld gehouden. Dit bijvoorbeeld omdat de onder- zoeker bang is om geen vervolgopdrachten meer te krijgen. Volgens Van der Veen wordt zo de basis voor belangenverstrengeling gelegd. Echter, constateert ze, het sjoemelen met data wordt steeds risicovoller om- dat medisch-ethische commissies op universiteiten er steeds beter op leten. Ook komt het steeds meer in zwang om ‘open access’ te publiceren: onderzoekers publiceren bij een artikel alle ruwe data zodat de uit- komsten controleerbaar zijn. Hoewel het allemaal wat strenger wordt, blijſt er op het terrein van wetenschap en industrie nog altijd een schimmig gebied over. Zo weet Van der Veen dat er hoogleraren zijn die publiceren over zelf ontwikkelde en in eigen beheer geproduceerde diagnostische ap- paratuur, zonder dit ‘conflict of interest’ bij publicaties te vermelden. John Jansen, hoofd van de afdeling Tandheelkunde van


NEDERLANDS TANDARTSENBLAD > 30 oktober 2015


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52