Wie is Eric Luiten? Eric Luiten is werkzaam als zelfstandig landschapsarchitect en was daarnaast tot 1 september 2014 deeltijdhoogleraar Erfgoed en Ruimtelijk Ontwerp en directeur Onderwijs aan de faculteit Bouwkunde van de TU Delft. In 2004 was hij auteur van ‘Panorama Krayenhoff’, het masterplan voor de reanimatie van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Ook was hij curator voor de internationale manifestatie A Wider View on Cultural Landscapes in Europe, onderdeel van de eerste Triënnale Apeldoorn in 2008. Van 2008 tot en met 2012 was hij, naast zijn functie als hoogleraar, provinciaal adviseur ruimtelijke kwaliteit in Zuid-Holland. In september 2012 is hij door het Ministerie van Economische Zaken (EZ) benoemd tot Rijksadviseur voor Landschap en Water. Als lid van het College van Rijksadviseurs (CRa) adviseert hij over ruimtelijke programma’s en projecten van het Rijk en van andere partijen die de toekomst van het cultuurlandschap en het waterbeheer betreffen. Zo is hij betrokken bij de landschappelijke gevolgen van energietransitie, waterstaat, natuurbescherming en agrarische ontwikkeling. Binnen het CRa-thema ‘Een betere delta’ is Eric Luiten voorzitter van de kwaliteitsteams voor het pro- gramma Ruimte voor de Rivier, de revisie van de Afsluitdijk en het natuurontwikkelingsproject Marker Wadden..
museale manoeuvre, bedacht door de ontwerpers van Bureau B+B, waardoor de kazematten voor veel meer mensen zichtbaar worden en betekenis krijgen. In dit soort situaties kan een Rijksadvi- seur helpen zoeken naar oplossingen. Voor mij staat in dit voorbeeld ook niet zozeer het belang van het Rijk of een provincie voorop, maar het landschap zelf.”
U heeft er geen moeite mee dat ons landschap verandert? “Nederlanders hebben hun landschap altijd beschouwd als een werkplaats. Door die voortdurende fysieke manipu- latie is onze omgeving als een tussen- tijds resultaat te beschouwen. Dat wil niet zeggen dat ik het verleden niet be- langrijk vind. Ik denk dat we door moe- ten kunnen timmeren aan ons land- schap, maar dat je ook altijd te rade moet gaan bij belanghebbenden en ex- perts met de vraag of dat verleden nog voldoende herkenbaar blijft. Dat is een gemeenschappelijk spel waarmee je met elkaar een nieuwe vanzelfsprekend- heid op kunt roepen.”
Is erfgoed daarbij altijd van belang?
“Dat denk ik niet. Onlangs werd mij ge- vraagd of ik het een probleem zou vin- den als met de aanleg van Oosterwold in Flevoland het landschap ingrijpend zou veranderen. Daarvan heb ik ge- zegd dat een wild paard daar nog geen
8 Nr.2 - 2016 OTAR
kwaad kan doen. Die polder is simpel- weg een werkvloer; wat mij betreft kan daar het volgende hoofdstuk geschre- ven worden. Zeker als het om een in- trigerend initiatief als Oosterwold gaat waar bewoners het gehele gebied zelf ontwikkelen, van wegen tot hun wo- ningen. Het is soms ook belangrijk om iets tegen bepaalde claims in te bren- gen, door te ontnuchteren. In dit geval vond ik dat nodig. In het algemeen vind ik dat een verbouwing moet kunnen zo- lang kwaliteit wordt toegevoegd.”
Vindt u dat voldoende op kwaliteit gestuurd wordt? “Onlangs hebben we als College van Rijksadviseurs aan het ministerie van IenM een advies geschreven over de betekenis van het begrip Omgevings- kwaliteit. Daarin maken wij duidelijk dat we de ruimtelijke ordening niet alleen ten dienste kunnen stellen aan de be- hoefte aan economische concurrentie- kracht. Wij zien een verdergaande eco- nomisering van de ruimtelijke ordening. Althans, wij zien dat het Rijk alleen ver- antwoordelijkheid neemt op de econo- mische kant en alleen daarop aange- sproken wil worden. Natuur en erfgoed zijn bijvoorbeeld ook kwaliteiten die voor ons landschap van groot belang zijn. Dan is het zaak die belangen seri- eus te nemen en niet alleen vanuit het huishoudboekje verantwoordelijkheid te nemen voor ingrepen in het land- schap.”
Wat zijn voorbeelden waar dat wel goed is gegaan? “Er zijn twee programma’s die ik koes- ter als referentie voor ruimtelijke ontwik- keling waarin welvaartsgroei, veiligheid en leefbaarheid met elkaar in balans zijn gehouden. Dat zijn Ruimte voor de Ri- vier en de Nieuwe Sleutelprojecten. In beide gevallen is heel expliciet sprake van een omgevingskwaliteitsambitie. In het geval van de nieuwe grote stati- ons – de Nieuwe Sleutelprojecten – die momenteel opgeleverd worden, is niet alleen naar logistiek, maar ook naar vastgoed gekeken en ook naar de aan- sluiting op de bestaande binnenstad en de uitstraling van de openbare ruimte. In de projecten in het kader van Ruimte voor de Rivier wordt letterlijk ruimte ge- geven aan rivieren, gecombineerd met een impuls voor landschap, recreatie en natuur. De ingrepen die in het kader van die programma’s gedaan zijn, hebben onze omgeving echt beter gemaakt. Die integrale aanpak komt terug in de pro- grammering en in de fi nanciering daar- van. Het zijn referenties aan de hand waarvan je de huidige verschraling kunt becommentariëren.”
Een integrale benadering van het landschap ontbreekt? “Die wordt steeds minder vanzelfspre- kend, omdat het publiek opdrachtge- verschap gaandeweg is gereduceerd tot de uitvoering van wettelijke taken. In het verleden zijn bijvoorbeeld topontwer-
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52 |
Page 53 |
Page 54 |
Page 55 |
Page 56