This page contains a Flash digital edition of a book.
weg is goed voor velen, maar is st’


ken we over hele goeie noord-zuidver- bindingen. In dat gedeelte heb je de A7 en de A9, maar de oost-westverbindin- gen zijn een stuk minder ontwikkeld. Met name in de kop van Noord-Hol- land, waar ook veel economische acti- viteit zit, is dit problematisch. In het ge- bied rondom Enkhuizen en Hoorn, zit Seed Valley, deze organisatie is van we- reldbetekenis op het gebied van zaad- technologie en plantenveredeling. Een kilo tomatenzaad dat daar geprodu- ceerd wordt, is meer waard dan een kilo goud. Ik vind het fantastisch wat daar aan kapitaal ligt. Daarom vind ik het van van groot belang ervoor te zorgen dat de infrastructuur rond dit gebied goed is. Cruciaal voor de economische ont- wikkeling. Omdat die oost-westverbin- dingen er niet lagen, hebben we met de gemeenten, Rijkswaterstaat en het hoogheemraadschap de handen in el- kaar geslagen. Het heeft best lang ge- duurd voordat iedereen het met elkaar eens was, maar ik ben heel blij dat de schop nu werkelijk in de grond staat. De planning is dat deze weg eind volgend jaar opgeleverd wordt. Het is het groot- ste lopende provinciale infrastructurele project in Nederland. Ik ga er nu vanuit dat het € 421.000.000 kost. Een serieus bedrag.”


“Er lopen ook onderzoeken naar een nieuw aan te leggen verbinding tussen de A8 en A9. Ook hier werken we met gemeentes samen. Velsen, Zaanstad, Uitgeest, Beverwijk en Heemskerk, en de stadsregio Amsterdam. We moeten goed kijken wat we willen en of nieuwe aanleg noodzakelijk is. Verbetering van iets bestaands is natuurlijk goedkoper dan iets nieuws aanleggen. Je neemt in je overwegingen dan ook leefbaarheid en natuur in ogenschouw.”


“Wat de bereikbaarheid van Amsterdam betreft, hebben we met het rijk samen geconcludeerd dat het spaak liep bij de A6, A1 en A9. We hebben aan twee kan- ten meegeholpen. Meebetaald, zei het bescheiden, aan de verbreding. Het was bovendien de expliciete vraag van de toenmalig minister Eurlings dat wij ons in zouden zetten om partijen bij elkaar te krijgen en we zijn inderdaad tot over- eenstemming gekomen. Dat was niet altijd even makkelijk. Hoe je het wendt of keert, een uitbreiding van een weg is goed voor velen, maar is ook voor ve- len een last. Ik vind dat ik de taak heb, om als gemeenten met een redelijk ver- zoek komen, deze belangen bij het Rijk te verdedigen. Je kan natuurlijk niet zo- maar een weg neerplempen, zonder te kijken wat dat met de omgeving doet.”


“Een directe, metro-achtige verbinding tussen Amsterdam en Almere met een snelle verbinding over het IJmeer, staat nog steeds op de wensenlijst. Want als de uitbreiding in Almere die gepland was, gerealiseerd wordt, en iedereen zou gebruik moeten maken van de Hol- landse Brug, dan staat het daar binnen de kortste keren weer vol. Maar het aan- tal woningen blijft op dit moment nog achter, omdat ook in deze regio nog- al de klad heeft gezeten in de woning- productie. Op het moment dat er weer schot in komt, gaan we daar opnieuw naar kijken. Het zou zonde van het geld zijn, als het niet nodig blijkt. Voor 2020 zal dit niet gaan spelen.”


“De bedrijven die vracht naar Neder- land brengen, kiezen zelf hun haven uit. Sommige rederijen kiezen voor Rotter- dam, anderen voor Amsterdam, zoals cacaoleveranciers. Het is volgens mij niet aan ons als overheden om te be- palen waar die schepen moeten lossen.


Bedrijven kijken niet of iets nou Amster- dam of Rotterdam heet, die afstand is niet zo groot als je dat bijvoorbeeld van- uit China beschouwt. Wel vind ik dat die havens elkaar niet zouden moeten be- concurreren, maar meer samenwerking zouden moeten zoeken, zodat je inter- nationaal een goede propositie kunt neerleggen. Bijvoorbeeld als het gaat om de offshore windmarkt. Dan maakt het helemaal niet uit of je op Amster- dam, Rotterdam of Den Helder uitkomt, nee het gaat dan over de BV Neder- land. Natuurlijk vind ik het heel plezie- rig als bedrijven zich in Noord-Holland vestigen, maar als ze besluiten zich uit- eindelijk liever in bijvoorbeeld Le Havre te vestigen, zijn we met zijn allen bezig het paard achter de wagen te spannen. Dan heb ik ’t liever ergens anders in Ne- derland.”


“We investeren veel in het centraal op afstand kunnen bedienen van bruggen. We zorgen ervoor dat er op het water een ‘blauwe golf’ wordt gerealiseerd. De openingstijden van bruggen stem- men we daarom zoveel mogelijk af op zowel de gegevens van de scheepvaart, als van automobilisten en openbaar ver- voer, maar ook op nood- en hulpdien- sten. We kunnen zo’n brug nu zodanig openen dat én de scheepvaart minder hoeft te wachten én de mensen die over de brug rijden minder reistijd hebben. Dat is natuurlijk een prachtig effect.”


REAGEREN?


Mail naar info@otar.nl Nr.2 - 2016 OTAR


O Nr.2 - 2016TAR 37


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56