zelf als spannend punt tijdens de start- up van vorig jaar heeft geagendeerd. “In het kader van de transparantie hebben wij daarmee onze kwetsbaarheid ge- toond, in het besef dat dit onderdeel als zwaard van Damocles boven onze sa- menwerking hing. Nog diezelfde twee- daagse hebben wij, om te voorkomen dat dit aspect tot een conflict zou es- caleren, een gezamenlijk traject afge- sproken waarbij we afspraken en defini- eerden hoe we onze oplossing konden aantonen en welke stappen precies no- dig waren om dat gezamenlijk vast te kunnen stellen. Ook de mogelijkheid dat we gaandeweg dat traject zouden vast- stellen dat onze oplossing niet zou vol- doen, dekten we af met terugvalopties om het worst case scenario het hoofd te bieden.”
Gezamenlijke proefcampagne Ook hier kwam het aspect van de nieu- we samenwerking bovendrijven en toonde Rijkswaterstaat de bereidheid mee te denken om het potentiële con- flict daarmee te omzeilen. Dat wil niet zeggen dat het daarop volgende traject helemaal vlekkeloos is verlopen en zo nu en dan niet tot frustraties heeft ge- leid. We hebben toen afgesproken een aantal proeven te verrichten, waarbij niet alleen onze technische mensen be- trokken waren, maar waarbij ook Rijks- waterstaat zelf zijn specialisten heeft ingevlogen. Een goede en gezamenlij- ke proefcampagne heeft er uiteindelijk toe geleid dat we op korte termijn ho- pelijk samen kunnen concluderen dat
WE HADDEN OOK EEN JAAR LANG ROLLEND OVER STRAAT KUNNEN GAAN IN EEN WELLES-NIETES-GEVECHT
ons systeem werkt. Een bewijs dat door het erkennen van elkaars belangen bin- nen deze samenwerking, je tot resulta- ten kunt komen waar elke partij mee is gediend. We hadden ook een jaar lang rollend over straat kunnen gaan in een welles-nietes-gevecht.”
Wat als? Dat het dus wel goed zit met de open- heid, transparantie en betrouwbaarheid in de samenwerking tussen deze part- ners, blijkt. Maar wat als deze ploeg bij- voorbeeld plotseling weg zou vallen, wat is er dan nog over van het opge- bouwde vertrouwen en wat betekent dat voor het project?
Goedwerkend virus Daar wordt over nagedacht. Mulder en Haesebrouck vallen elkaar bij: “Wat wij hier met elkaar leren, meemaken en be- reiken wordt natuurlijk voortdurend ge- communiceerd met onze achterban, zo- wel horizontaal als verticaal, want ook daar zet de transparantie zich voort en ook dat vormt een onderdeel van het hele leertraject. Op die manier gaat deze filosofie, deze nieuwe vorm van samenwerking en deze nieuwe cultuur als een goedaardig virus door alle be- trokken organisaties heen en verspreidt het zich ook daarbuiten via nieuwe part- ners in volgende tenders, zoals het pro-
ject Beatrixsluizen waar de combina- tie BESIX, Rebel en Agidens weer met andere partners aan de slag gaat. In de komende DBFM-tender voor Sluis Eef- de trekt deze combinatie ook weer sa- men op. Het is elke keer een succesfor- mule waarbij alles wat eerder is geleerd wordt meegenomen en verder verbe- terd. Dat werkt aanstekelijk.”
Stand van zaken De werkzaamheden aan de nieuwe keer- sluis Limmel verlopen tot op heden volledig volgens schema en de verwachting is dat de contractueel voorziene buffers waar- schijnlijk niet nodig zijn. Het zwaartepunt van de werkzaamheden ligt op dit moment voornamelijk op de bouw van de twee 10 meter diepe kelders aan beide kanten van het Julianakanaal waarin de ‘machineka- mer’ wordt gerealiseerd voor de aandrijving van de stalen 50 meter brede hefdeur tus- sen de twee te bouwen, 22 meter hoge cilindervormige torens. Aan weerszijden van het Julianakanaal zijn intussen ook twee taluds opgeworpen, opgebouwd uit eco-filler, een gerecycled product uit het thermisch reinigen van asfalt. Deze vormen de bruggenhoofden voor de nieuwe brugverbinding over het kanaal.
In de zomer vindt een aantal grote hijsac- ties plaats waarvoor de bouwers ook de kennis en kunde van Rijkswaterstaat heb- ben ingeroepen. Zowel de hefdeur als de stalen brug worden in Gent geassembleerd en via de binnenvaart naar Limmel gevaren. De nieuwe duiker voor de om te leggen beek de Kanjel die onder het kanaal door- loopt, komt over water vanuit Moerdijk. Na plaatsing van de deur in de keersluis volgt een testperiode die tot februari-maart vol- gend jaar zal duren. Daarna wordt de keer- sluis definitief in gebruik genomen en kan begonnen worden met de sloop van de oude sluisonderdelen. Begin 2018 is de nieuwe keersluis geschikt voor de klasse Vb scheepvaart, schepen met een lengte van maximaal 190 meter, een breedte van 11,4 meter en een diepgang van 3,5 meter.
Nr.2 - 2016 OTAR O Nr.2 - 2016TAR 35
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52 |
Page 53 |
Page 54 |
Page 55 |
Page 56