This page contains a Flash digital edition of a book.
Gesprekpartners: • Jasper Tils, projectmanager van Rijkswaterstaat • Jeroen in ’t Veld, projectdirecteur van de SPC/Rebel


• Michel Mulder, project directeur EPC en contractmanager SPC van BESIX


• Ken Watzeels, technisch manager EPC • Tom Haesebrouck van Agidens, projectleider E&W (EPC) en projectdirecteur MTC


ben laten zien dat ze, zonder conces- sies te doen aan de kwaliteit, echt wil- den meewerken om ons binnen de gestelde limiet het aanvangscertifi caat te laten behalen, waardoor we op 17 au- gustus vorig jaar effectief met het werk konden beginnen.”


Hoog samenwerkingscijfer “Alle projectteamleden geven de sa- menwerking tussen Rijkswaterstaat en de opdrachtnemers van het afgelo- pen half jaar een 8. Volgens Adviesbu- reau De Bont is dat bijna ongekend”, zegt Jasper Tils, projectmanager Keer- sluis Limmel bij Rijkswaterstaat. Wat is het geheim van de succesvolle samen- werking? Daar spelen vele factoren een rol in, stelt Michel Mulder, projectdirec- teur EPC: “Onderdeel van de aanbe- steding - een EMVI-criterium - was dat wij moesten aangeven hoe we zouden gaan voorkomen dat de relatie tussen opdrachtgever en opdrachtnemer zou gaan verzuren. Ik denk dat onze aanpak op de onderdelen openheid, transpa- rantie en vertrouwen een heel belangrij- ke rol speelt.” Jeroen in ’t Veld, project- directeur van de SPC: “Dat hebben we


concreet gemaakt door een score van minimaal een 8 uit 10 op samenwer- king tot KPI te verklaren. Dus we heb- ben de lat bewust hoog gelegd voor onszelf, omdat we als consortium ook in andere projecten hebben doorleefd dat een goede samenwerking een ab- solute ‘must have’ is om een succesvol DBFM-project te kunnen hebben. Het is voor ons dan ook geen ‘kunstje’; we proberen oprecht volgens ‘best for pro- ject’ te werken en SPC en EPC werken eendrachtig en in volstrekte openheid samen met alle andere stakeholders - zoals de opdrachtgever, maar ook wa- terschap, gemeente, banken, vergun- ningverleners et cetera.” Mulder: “Maar ook het optreden van Rijkswaterstaat in de eerste maanden na de gunning heeft het onderlinge vertrouwen absoluut een boost gegeven. Die medewerkers heb-


De projectorganisatie van de bouwcombinatie De SPC wordt gevormd door BESIX en REBEL die garant staan voor de finan- ciering van het project; De EPC staat garant voor de uitvoering van de realisa- tiewerkzaamheden en de MTC is verant- woordelijk voor het onderhoud van de nieuwe keersluis voor een periode van 30 jaar.


Filosofi e werkt goed “We zijn dus zeer tevreden over het hele verloop”, vervolgt Mulder. “Dat geldt op alle vlakken, zowel binnen het consor- tium, als met Rijkswaterstaat - met wie alle problemen volkomen transparant kunnen worden besproken - en met de andere partners in het project. Je mag wel zeggen dat de fi losofi e die we met z’n allen hanteren, gewoon goed werkt.”


Tils vult aan: “Ik was aanwezig bij de project start-up in januari vorig jaar met beide kernteams. Ik ging daar met on- gelooflijk veel energie vandaan en die energie is tot op de dag van vandaag minstens even groot. Als Rijkswater- staat hebben wij jarenlang bij aanbe- stedingen met gezond wantrouwen met aannemers om tafel gezeten, en ook hier heb ik even gedacht, straks gaan we de uitvoering in en krijgen we weer de bekende discussies. Maar de heren hebben mij het afgelopen jaar keer op keer echt verrast door hun openheid en transparantie die zij ook in de dialoog te zien hadden gegeven. Dat wekt enorm veel vertrouwen. Het waren ook BESIX en Rebel zelf die de projectmonitoring voorstelden als extra controlemechanis- me voor de samenwerking.”


Enorme drive Ook het gegeven van een leertraject wordt aan de orde gesteld omdat Lim- mel het eerste natte DBFM-contract is. Dat blijkt aan beide partijen een enorme drive te hebben gegeven om het goed te doen. Voor Besix en Rebel is Limmel ook een showcase. Samen willen ze la- ten zien wat ze kunnen als DBFM-op- drachtnemer. Tils: “Ik vind het eerlijk ge- zegd ook heel bijzonder dat Rebel niet alleen als adviseur, maar ook risicodra- gend in het proces stapt. Dat geeft een heel andere dynamiek, maakt ons extra scherp op wat wij met z’n allen precies willen bereiken.”


Nr.2 - 2016 OTAR O Nr.2 - 2016TAR 33


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56