This page contains a Flash digital edition of a book.
in heel Oost-Azië een positieve rol was weggelegd”, aldus Joekes. Hij schrok behoorlijk dat uitgerekend Toyoshima gedwongen was om hem bij de Kempei te moeten achterlaten, toen het tot hem doordrong dat de aankoop van een revolver van een buurjongen ter verdediging van huis en hof geen snuggere beslissing was geweest. “Toyoshima kon zich niet voorstellen dat ik iets vijandigs ten opzichte van Japan had onderno- men. In plaats van mij eenvoudig bij de wacht achter te laten, vroeg hij om een gesprek met de wachtcom- mandant. Hij wilde zijn tolk ook niet kwijt. Daar hielp geen lieve moeder- tje meer aan. In plaats daarvan werd ik in een cel geparkeerd waarin nog acht blanke personen waren opgeslo- ten. Alan Groom, een Australische vlieger, leerde mij meteen hoe ik tijdens de twintig minuten luchten


sterkste man uit onze groep, heeft me later verteld dat de waterproef hem tot de rand van zijn weerstandsver- mogen had gebracht.”


Wachten op het vonnis “Na precies honderd dagen bij de


Door het oog van de naald – D.W. Joekes € 18,95


142 pagina’s


Uitgeverij Aspekt, Soesterberg (tel: 0346-353895)


www.uitgeverijaspekt.nl ISBN 9789461530813


Kempeitai in Soerabaja volgden acht maanden in de cellen van de Japanse krijgsraad in Batavia in afwachting van ons vonnis.” Hoe erg het na dat vonnis van 30 juni ’43 met zijn groepje gesteld was, besefte Joekes pas toen hij met zijn lotgenoten in Tjipinang belandde, waar ze voor het eerst weer met elkaar konden praten. “De voorzitter van naar ik meen de vijf Japanse rechters zei dat we met het plan voor het opzetten van een inlichtingendienst feitelijk de dood- straf hadden verdiend. Als teken van grootmoedigheid hadden zij echter besloten alleen celstraffen te geven. Frans Berting kreeg de maximumstraf van vijftien jaar. Lan- ger dan vijftien jaar werd beschouwd als erger dan de dood- straf. Wim Wijting en ik kregen ieder vijf jaar waarvan ik drie jaar heb uitgezeten in op elkaar volgende periodes van onge- veer negen maanden


het kraantje


op de binnen- plaats ook kon benutten voor het wassen van kleren. Het spel dat de Kempei


met ons speelden, was zo dat ze dagenlang vragen over je leven vanaf je schooljaren stelden of ineens vroe- gen of je mensen kende die ze dan met naam en toenaam noemden. Ze gebruikten geen extreme middelen, maar stelden wel simpele vragen die de weg wezen naar verdachte verbanden. Bij sommige verdachten pasten ze echter het gebruik toe van wat wij de waterproef noemden. Je werd dan door twee man op een lad- der vastgebonden en met een tuin- slang vol water gegoten tot je bewus- teloos raakte. De ladder werd dan omgedraaid, waarna je genoeg water uitbraakte om weer tot bewustzijn te komen. Daarna begon de onder- vraging opnieuw. Frans Berting, de


48 NOVEMBER 2014


in de gevangenissen Tjipinang, Soe- kamiskin en ten slotte Ambarawa”, aldus Joekes. “Paatje van Hutten werd als Indo-Europeaan én gepen- sioneerd beroepsmilitair ook zwaar aangepakt. Op een dag zagen wij een ander groepje door de Japanse krijgsraad veroordeelde gevangenen de Tjipinang gevangenis naderen. Gebogen schuifelden ze naar bin- nen met terneergeslagen ogen, die tersluiks links en rechts wat van de omgeving trachtten op te vangen. Zombies, en die hadden er nog lang geen acht maanden bij de krijgsraad op zitten. Als ik daaraan terugdenk, begrijp ik niet hoe we ooit weer uit die toestand zijn opgekrabbeld. Ik denk dat als we de doodstraf hadden gekregen, we niet veel besef van de executie zouden hebben gehad. Het heeft daarna tientallen jaren geduurd voordat ik na de oorlog Japanners in mijn nabijheid of in een hotel of winkel kon verdragen. Ik kon ze niet meer luchten of zien”, aldus Joekes. “Ruim 35 jaar na de capitulatie van


Japan merkte ik tot mijn verrassing die angst kwijt te zijn. Nu noem ik het een eer dat mijn boek Door het oog van de naald in het Japans is vertaald en in Japanse boekwinkels verkrijgbaar is. Nu wens ik bezoe- kende Japanners een goed verblijf in Nederland en vertel ik ze hoe ik in mijn vooroorlogse tijd van hun land heb genoten. Dat doe ik in het Engels omdat ik geen twintig woorden Japans meer spreek. Dat ik aan mijn beroerde drie gevangenisjaren uitein- delijk geen rancune tegen Japanners heb overgehouden, komt omdat ik tijdens mijn tweeënhalfjarig verblijf in Japan voldoende van land en volk had gezien en meegemaakt om te weten dat er met geen van beide iets mis is. Onlangs ben ik er tevens op gewezen dat na de oorlog door twee Japanse premiers en daarna nog eens door keizer Akihito spijt is betuigd over de oorlog. Daar kwam bij dat alle narigheid die ik als gevangene ondervond in zoverre verdiend was, omdat ik aan verzetswerk deelnam dat erop gericht was de geallieerden te helpen bij de herovering van Java. Ik had dus mijn best gedaan voor vorst en vaderland, zoals dat toen heette. En alle narigheid die daaruit voortkwam, was de prijs die je daar- voor moest betalen.”


Het afwerpen van de atoombom op Hiroshima betekende voor Joekes in de gevangenis het uur van de bevrij- ding. “De atoombom op Hiroshima zal echter tot het einde der dagen omstreden blijven. Zelfs maar een week later zou het afwerpen van deze bom voor mij te laat zijn geweest. Het zou cynisch zijn hier van geluk te spreken, maar het heeft me wel het leven gered, zoals ook dat van honderdduizenden militairen aan beide zijden en Japanse burgers. Voor mij betekende het een ontsnap- ping door het oog van de naald”, aldus Joekes.


“Zo fortuinlijk als ik mijn verblijf in de gevangenissen heb overleefd, zo gelukkig ben ik ook geweest bij het verwerken van alle ellende die ik daar heb ondergaan. Velen die ziek of ondervoed uit de Japanse kampen of gevangenissen kwamen, kregen niet zoals ik de kans om alsnog iets van hun leven te maken. Er was in Nederland weinig begrip voor hun situatie. Ik was wat dat betreft een geluksvogel.”


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65