This page contains a Flash digital edition of a book.
liefdekinderen


ze het geluk hadden om in steden gelegerd te zijn. Daar gingen ze dan op bezoek om een beetje huiselijk- heid mee te maken. Een andere stedelijke ontmoetingsplaats waren de ‘dansavondjes’ die door de leger- leiding werden georganiseerd om de troep wat afleiding te bezorgen. Een probleem vormde evenwel dat veel Indische meisjes, tot grote frustratie van de gewone soldaten, meer oog hadden voor de officieren.


Kinderen van de rekening Dat de verhoudingen met lokale


vrouwen tot gevolg hadden dat er op grote schaal kinderen zijn verwekt, was tot voor kort een historisch taboe. Iedereen was wel bekend met ‘de Canadees die Trees heeft laten zitten’ of met de ‘moffenkinderen’ die door Duitse militairen waren ver- wekt, maar de gedachte aan Neder- landse militairen in de rol van ‘onbe- kende’ en ‘afwezige’ vader was totaal onbekend. Het had geen plaats in het Nederlandse collectieve geheugen, maar kwam vreemd genoeg ook niet voor op de onderzoeksagenda van gespecialiseerde historici. Wellicht ook omdat de problematische kant ervan zich ver weg afspeelde en het vooral vrouwen met een lage sociale status waren die na het vertrek van de Nederlanders met de gebakken peren zaten.


Onze aanname dat er veel kinderen zijn voortgekomen uit deze relaties is gebaseerd op het beleid van de Nederlands militaire autoriteiten met betrekking tot preventie van geslachtsziekten. Anders dan bij alle legers die betrokken waren bij de Tweede Wereldoorlog, koos men ervoor om geen condooms uit te delen. Dit beleid, dat tot menige strijd leidde tussen legerarts en geestelijk verzorger, was bedoeld om zich te verzekeren van de essen- tiële steun van de kerken voor de militaire inzet. In de ogen van leger- aalmoezenier en predikant zou het aanreiken van voorbehoedsmiddelen buitenechtelijke seks aanmoedigen.


De jongens moesten maar veel bid- den als ze aandrang voelden en zich in het uiterste geval overgeven aan de ‘nood-onanie’ als oplossing. De enkeling die het verkeerde pad op ging, moest na afloop van het ‘vrou- wenbezoek’ maar bij de hospik langs voor een nabehandeling. Dit is een weinig realistische kijk op de behoef- ten van jonge mannen die in omstan- digheden van onzekerheid en gevaar, maar even vaak ook van verveling en uitzichtloosheid, op zoek gingen naar afleiding en intimiteit. Wat ligt er dan meer voor de hand dan een romantische band opbouwen met degene die elke dag je kleren wast en netjes opvouwt, naar je glimlacht en grapjes maakt, maar ook wel naar je opkijkt, en die ’s nachts een paar meter verderop in een ruimte slaapt die niet op slot gaat? Veel van de liefde was dus tijdelijk, prostitutie bood uitkomst, maar was risicovol zonder condooms. Bekend zijn gevallen waarin de commandant het initiatief nam om zijn jongens uit de bordelen te houden door te rege- len dat de baboe binnen de eenheid ‘beschikbaar’ was voor meer dan alleen de was. Zij stond dan onder controle van een arts. Het taboe over dit onderwerp is inmiddels wel doorbroken, onder anderen door Indiëveteraan Piet Scheele die heel open over het onderwerp seksualiteit in Indië schijft op zijn weblog http://members.chello.nl/pscheele/ seksindetropen.html.


Trouwen werd tegengewerkt Alle taboes op seks en prostitutie ten


spijt, zou het historisch onjuist zijn om alle liefdesgevoelens die tussen Nederlandse militairen en lokale vrouwen ontstonden in Indië, weg te zetten als louter voortkomend uit behoefte aan lichamelijke bevredi- ging. Er waren vele intense verliefd- heden, waarbij de Nederlandse man en Indonesische vrouw liever van- daag dan morgen in het huwelijks- bootje wilden stappen. Hierbij onder- vonden ze tegenwerking van de auto-


riteiten, omdat men vreesde voor de reacties van het thuisfront. Er waren wel vier partijen nodig om toestem- ming te krijgen voor een huwelijk: de commandant, de geestelijk verzorger, de arts en de militaire inlichtingen- dienst. Vaak kwam het zelfs niet zo ver, omdat commandanten de mili- tair in kwestie overplaatsten zodra er sprake was van trouwplannen. Men wilde niet dat de krijgsmacht verant- woordelijk was voor het feit dat mili- tairen niet meer terug zouden keren naar huis en haard. Trouwen kostte bovendien de krijgsmacht ook meer geld, omdat de soldij dan verhoogd moest worden. Zelfs als de diensttijd erop zat, mochten militairen niet in Indonesië blijven, ze moesten thuis bij de familie afgeleverd worden uit angst voor represailles van de voor- malige vijand in het nieuwe Indone- sië. Sommigen besloten te deserte- ren, maar eindigden met een beetje pech in de gevangenis. Dat gebeurde ook met de auteur van dit gedicht, die in Oost-Java uit wanhoop over zijn opsluiting deze tekst op de muur van zijn cel kraste:


Hoe lang zal ik binnen deze vier muren,


boeten om die misdaad slechts voor jou alleen begaan mijn liefde die alleen voor jou bestaat


maar door mijn ouders niet werd verstaan


toen ik moest thuisvaren besloot ik te deserteren,


geen band bond mij meer aan mijn thuis


omdat ik je liefhad, ging ik het proberen


te bouwen: een eigen gezin en een eigen huis


Maar God, reeds na een paar dagen werd ik gepakt


en zit nu in een ellendige cel met jouw beeldnis voor mijn geest als een druppel glanzend water in deze hel


NOVEMBER 2014 13


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65