EIGEN WEG
In de nieuwe serie Eigen weg vertellen zorgprofessionals over de afslagen op hun levenspad. In deze eerste aflevering: hoe dierenarts Boukje Hooijer-Nouwens (51), directeur van Companion Healthcare, op haar 29e haar roeping vond.
Tekst: Marte van Santen Foto: De Beeldredaktie/Christiaan Krouwels
Bepalend in mijn jeugd was … “... het internationale werk van mijn vader. Eerst woonde ik met mijn ouders en broertje in Engeland en Duitsland, later in Saoedi-Arabië. Het maakte me zelfstandig en wereldwijs – op mijn 8e sprak ik drie talen – maar zorgde er ook voor dat ik geen roots kon vormen. Op mijn 12e belandde ik op een internaat in Baarn. Daar leerde ik dat weggaan veel makkelijker is dan thuiskomen. Op een expatschool zit je als kind allemaal in hetzelfde schuitje en maak je snel contact. Terug in Nederland kwam ik er moeilijk tussen.”
Als tiener droomde ik van … “... een carrière in de hospitality. Ik vind het fijn om fysiek bezig te zijn en het mensen naar de zin te maken, dus koos ik voor de hoge- re hotelschool. Maar waar mijn medestudenten fantaseerden over een tropisch buitenland, kreeg ik steeds meer behoefte aan een vas- te basis. Om dezelfde reden zag ik mezelf toch niet mijn hele leven in een hotel werken – te veel vluchtige contacten. Na een aanvullen- de studie aan Nyenrode werkte ik vijf jaar als consultant. De wereld lag aan mijn voeten, maar echt gelukkig werd ik er niet van.”
‘Als antwoord diende ik
spontaan mijn ontslag in’
Ik besloot het roer om te gooien toen … “... ik merkte dat medewerkers van mijn klanten in de financiële sector steeds op de klok keken wanneer ze naar huis mochten. Ik miste vuur, inspiratie, hartstocht. Hier hoor ik niet, realiseerde ik me. Maar waar dan wel? Even overwoog ik een carrièreswitch naar de politie – forensisch onderzoek leek me heel boeiend. En toen kwam mijn vriend thuis met twee piepjonge kittens, gevonden op de boerderij waar hij is opgegroeid. Híér ligt mijn passie, voelde ik, toen ik ze in mijn armen hield. Als peuter van 3 had ik een doos met wormen en pissebedden onder mijn bed, die ik dagelijks ver- zorgde. Honden, katten, kippen: mijn hele jeugd was ik altijd met dieren in de weer. Maar dierenarts worden? Dat kwam niet in me op. Volgens mijn leraren op de middelbare school had ik namelijk totaal geen talent voor exacte vakken. Dus dacht ik dat vrijwillige inspecteur bij de Dierenbescherming – werk dat ik met liefde naast mijn baan deed – het hoogst haalbare was. Maar daar, met de kit- tens op de bank, besloot ik: ik ga het gewoon proberen.”
38 aena • januari/februari 2026
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52 |
Page 53 |
Page 54 |
Page 55 |
Page 56 |
Page 57 |
Page 58 |
Page 59 |
Page 60 |
Page 61 |
Page 62 |
Page 63 |
Page 64 |
Page 65 |
Page 66 |
Page 67 |
Page 68 |
Page 69 |
Page 70 |
Page 71 |
Page 72 |
Page 73 |
Page 74 |
Page 75 |
Page 76 |
Page 77 |
Page 78 |
Page 79 |
Page 80 |
Page 81 |
Page 82 |
Page 83 |
Page 84 |
Page 85 |
Page 86 |
Page 87 |
Page 88 |
Page 89 |
Page 90 |
Page 91 |
Page 92 |
Page 93 |
Page 94 |
Page 95 |
Page 96 |
Page 97 |
Page 98 |
Page 99 |
Page 100