Tekst: Adri van Beelen
041
Net als Willem-Alexander, André van Duin of Mark Rutte behoeft Willeke Alberti geen nadere introductie.
Iedereen kent de zangeres die al op 11-jarige leeftijd op de planken stond en in 1958 haar eerste plaatje (Zeg pappie, ik wilde u vragen) uitbracht. Ze is al die jaren alleen maar
bejubeld en heeft niet alleen een groot warm hart voor haar fans, maar ook voor de zorg, waar ze veelvuldig optreedt.
kundige Joke Zwanikken, de oprichtster van de stichting Verwenzorg, die iets extra’s doet voor chronisch zieke men- sen. Ik treed al jaren op in de instellin- gen waar Joke heeft gewerkt. Een ontzet- tend lieve vrouw. We bellen elkaar tegenwoordig elke ochtend om even te praten en samen te lachen.” Alberti’s speciale verbondenheid met
de zorg dateert uit haar jeugdjaren. “Ik ging vroeger met mijn vader tijdens Sinterklaas zingen voor de Stichting Witte Bedjes, een stichting die geld inzamelde voor zieke en gehandicapte kinderen in en om Amsterdam." Het is de ‘puurheid’ die ze in de zorg te-
genkomt, die haar boeit. “Ik heb in mijn leven natuurlijk allerlei soorten mensen ontmoet, daar heb ik mensenkennis aan overgehouden. Er zijn veel aardige men- sen, maar ook lui die niet het beste met je voor hebben, de judassen. Mensen die van je willen profiteren en die je dingen willen laten doen waar je niet achter staat. Als jonge vrouw was ik minder weerbaar, ik liet me te vaak leiden door anderen. Op een gegeven moment las ik het boek Niet morgen maar nu van de Ame- rikaanse psychotherapeut Wayne Dyer. Het was echt een eyeopener voor me. De belangrijkste les uit het boek is dat je het heft in eigen handen moet nemen en dat je altijd jezelf en oprecht moet zijn. En altijd zo veel mogelijk moet zeggen wat je vindt. Als ik ergens geen zin in heb, dan zeg ik dat ook. Geen smoezen verzinnen. En als iemand me een compli- ment maakt, bedank ik hem daarvoor, in plaats van het te bagatelliseren, wat we altijd geneigd zijn te doen.”
Energie en levensvreugde haalt ze te- genwoordig vooral uit de omgang met haar kleinkinderen. “Dat is toch zó leuk. Het prettige van oma zijn, is dat je de kinderen altijd weer kan teruggeven
wakker met de vraag hoe lang ik nog heb’
aan de ouders als je moe bent. Je geniet vooral van de mooie momenten.” Toch is ze niet alleen maar die ‘lieve’
oma. “Ik ben natuurlijk ook weleens streng. Nee is nee en ja is ja. Ook houd ik hen aan hun beloften. Als je iets beloofd hebt, moet je het ook doen, vind ik. Dat moeten mensen al jong leren.”
Actief Ondanks haar leeftijd is ze nog altijd actief, ook op de nationale televisie. Zo deed ze dit najaar mee met het RTL-4-programma The Masked Singer, waarin bekende zangers en zangeressen onherkenbaar verkleed een nummer zingen uit een heel ander repertoire. Willeke trad op als Lady Gaga met het lied Pokerface. “Lastig, maar ontzettend leuk om te doen.” De coronatijd valt haar zwaar.
Ook de effecten die het heeft op de mensen, de politiek, social media. "De wereld wordt er niet vrolijker op. Ik ben heel erg met Nederland
‘Ik word nooit
begaan. Het is zo jammer dat veel men- sen nu zo’n kort lontje hebben. Juist in tijden als deze moeten we er voor elkaar zijn. Ik neem mijn petje af voor Mark Rutte, voor hoe hij het doet. Verschrik- kelijk dat hij door sommige mensen zo wordt verguisd. Ik kan het niet uitstaan dat mensen zomaar oordelen, zonder de juiste feiten te kennen. Laatst kreeg mijn zoon Johnny daar ook weer mee te maken. Mensen roepen en twitteren maar. Het is zó respectloos.” Van stoppen met zingen wil ze niet
weten. “Als ik stop, is het voorbij. Maar ik zal altijd blijven zingen voor de zieken en ouderen in de zorg. Met alles erop en eraan. Zo wil ik alleen maar werken met een echte band. Dat wordt mogelijk gemaakt door onder andere de VriendenLoterij. Gelukkig, want de mensen in de zorginstellingen zijn het fijnste publiek. Ze doen vol overgave mee en willen je altijd van alles vertel- len. Heerlijk is dat. Nee, ik zou niet meer zonder kunnen.”
<
F
O T
O :
C A R
L A
G
O
R T
E
R
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52 |
Page 53 |
Page 54 |
Page 55 |
Page 56 |
Page 57 |
Page 58 |
Page 59 |
Page 60 |
Page 61 |
Page 62 |
Page 63 |
Page 64 |
Page 65 |
Page 66 |
Page 67 |
Page 68 |
Page 69 |
Page 70 |
Page 71 |
Page 72 |
Page 73 |
Page 74 |
Page 75 |
Page 76 |
Page 77 |
Page 78 |
Page 79 |
Page 80 |
Page 81 |
Page 82 |
Page 83 |
Page 84 |
Page 85 |
Page 86 |
Page 87 |
Page 88 |
Page 89 |
Page 90 |
Page 91 |
Page 92 |
Page 93 |
Page 94 |
Page 95 |
Page 96 |
Page 97 |
Page 98 |
Page 99 |
Page 100 |
Page 101 |
Page 102 |
Page 103 |
Page 104 |
Page 105 |
Page 106 |
Page 107 |
Page 108