search.noResults

search.searching

dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
Methaanpluimen meten op zee


Meetwagen van ECN-TNO op Vos Base bij het K2B-platform van NeptuneEnergy.


denk aan emissies bij incidenten, aldus TNO. De metingen die bedrijven zelf uitvoeren en rapporteren zijn niet objectief en controleer- baar, luidt het oordeel van TNO.


Tegen dit verwijt brengt Tacoma de komst van een nieuw emissiebepalingsprotocol in. “Wezenlijk is dat onze bedrijven dezelfde taal spreken bij het in beeld brengen van emissies. Tot nu toe werd er door operators op uiteenlopende wijze gerapporteerd. Dat heeft alles te maken met de interne stan- daarden die deze vaak internationale bedrij- ven hanteren. Ze opereren immers wereld- wijd.” Reden voor NOGEPA het systeem van registratie en rapportage van methaanemis- sies in samenspraak met haar leden door te lichten. In een nieuw protocol worden alle bronnen van mogelijke methaanemissies geïdentificeerd en gerubriceerd, van opspo- ring (boren) tot productie (afblazen incluis). Het protocol geeft voor elke bron emissiebe- palingsmethoden aan. “We hebben de ken- tallen hiervoor geharmoniseerd. Daarmee is het niet langer appels en peren vergelijken”, legt Tacoma uit. Bij wijze van proef hebben de bedrijven hun emissies over 2016 met het nieuwe protocol bepaald en vergeleken met de reeds gerapporteerde emissiedata over dat jaar in hun e-MJV. Toepassing van het nieuwe protocol leidde niet tot wezenlijk andere emissiedata. Eerder dit jaar werd het emissiebepalings- protocol geaccepteerd door SodM, dat op de emissieregistratie-systemen van de olie- en gasbedrijven toeziet. Navraag bij de


toezichthouder leert dat ze de systematiek, waar bedrijven hun methaanemissies mee berekenen valide genoeg vindt. Volgens metingen die SodM in 2016 en 2018 uit heeft laten voeren door ECN/TNO bij dertien actieve gaswinnings- en behandelingssta- tions op land, wijken de gemeten waarden grosso modo niet af van de eerder door de bedrijven zelf in hun e-MJV gerapporteerde waarden. Op één locatie werd een hogere uitstoot gemeten als gevolg van een lek- kage, die is opgespoord en verholpen.


Op verzoek van minister Wiebes gaat NO- GEPA op haar website de emissiegegevens van bedrijven publiceren, die via het e-MJV rapporteren. Dat zal nog voor de zomer gebeuren, laat Tacoma weten. “Alle me- thaan-emissiegetallen zijn al beschikbaar. Maar onze wens is alle milieu-emissies van de gasproductie te publiceren. Daar zijn we druk mee bezig. Verwacht echter niet dat wij als brancheorganisatie de emissies van individuele bedrijven gaan noemen. Dat is niet onze rol, want dat is aan de bedrijven zelf. Wij zullen het totaalplaatje brengen, maar dat wordt wel gemaakt op basis van de emissiecijfers van de bedrijven in hun e-MJV.” Vorig jaar zomer heeft ECN/TNO in opdracht van NOGEPA en in samenwerking met toezichthouder SodM meetonderzoek bij zo’n dertig gaswinningsinstallaties op zee gedaan. De in juni verwachte uitkom- sten van dit onderzoek zullen met de emis- siedata in het e-MJV van bedrijven worden vergeleken.


Om de methaanconcentraties op de Noordzee te meten rond boorplat- forms en tankerroutes plaatste ECN/ TNO een mobiele meetwagen op het achterdek van het offshore bevoor- radingsschip Vos Base. Het basisinstru- ment voor luchtmetingen in de meet- wagen is de laser-spectrometer, die lucht aanzuigt via een inlaat bovenin de mast van het schip (om de uitlaat- gassen van het schip zelf te mijden). Het methaan in de spectrometer haalt infraroodlicht weg (het principe van het broeikasgaseffect), vandaar de toepassing van een laser. Door de hoeveelheid licht in het spectrum te meten, kunnen pieken in het methaan- gehalte worden vastgesteld. Met meteorologische meetinstrumen- ten wordt de juiste windbaan bepaald om in te meten. Om de kleurloze methaanpluimen rond een productie- installatie nauwkeurig in beeld te brengen en er zeker van te zijn dat me- tingen op de juiste plek plaatsvinden, wordt een tracergas (lachgas, wat ove- rigens ook een broeikasgas is) ingezet. Het lachgas werd in eerste instantie geïnjecteerd in de ventpijpen van het platform. Later werd de meetopstelling veranderd en werd lachgas via in de kraan van het platform opgehangen slangen losgelaten. Met het tracergas worden hoge emissiebronnen gesimu- leerd. ECN/TNO nam ook watermon- sters. Eventueel in de waterkolom aan- wezig methaan wordt met een tweede laserspectrometer in de meetwagen gemeten. Naast deze realtime meetin- strumenten namen de onderzoekers luchtmonsters mee om thuis in het lab te analyseren. Om een betrouwbare dataset uit de online metingen te krijgen, is zo’n twee weken aan op- schoonwerk nodig. Op de gezuiverde data worden vervolgens modellen toegepast om een range te krijgen van gemeten methaangehalten. Het KNMI registreert sinds oktober 2016 methaanemissies vanuit de ruimte met de Tropomi-satelliet. De satelliet kan methaanconcentraties op 3,5 tot 7 kilometer nauwkeurig bepalen. Deze data worden gebruikt om de emissies van de offshore gaswinningslocaties te verifiëren. Al deze data vormen samen een totaalplaatje.


9


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48