This page contains a Flash digital edition of a book.
Wolthers. En zelfs al zouden beide partijen van elkaar weten wat ze ‘over’ en ‘nodig’ heb- ben, bestaat de kans dat de energiecentrale meer geld biedt voor de grondstof en het materiaal dus alsnog verbrand wordt.”


Licentie Wolthers maakte twee jaar geleden een inventarisatie van de lopende projecten waarbij reststromen werden uitgewisseld. Hij telde er destijds zo’n twintig, waarvan de helft publieke projecten en de andere helft private projecten. “Je ziet dat die projecten vaak moeite hebben met het vinden van een goed verdienmodel. Bij een licentiemo- del, wat dus commercieel wordt ingestoken, moet het niet te duur zijn, omdat de marges op die reststromen niet enorm groot zijn. En het moet ook niet zo zijn dat bedrijven bij twintig verschillende marktplaatsen een licentie moeten kopen om hun reststromen een beetje interessant kwijt te raken. Ook moet je niet vergeten dat die genoemde bedrijfsvertrouwelijkheid inderdaad erg belangrijk is.”


Hoe groot is het probleem? Toch rijst de vraag waarom het ministerie van EZK niet ‘gewoon’ budget vrijmaakt om dit probleem aan te pakken. “Dan moet er binnen die organisaties eerst het gevoel zijn dat er prioriteit moet worden gesteld”, legt Wolthers uit. “En dat kan pas als je kunt laten zien hoeveel mismatches er nu eigenlijk zijn. Met andere woorden: hoe groot is het probleem nu eigenlijk? Hoeveel wordt er ten onrechte afgedankt, of te laagwaardig inge- zet? En hoeveel CO2


en materiaal verspil je


onnodig wordt uitgestoten is simpelweg on- bekend. “Dat zou je dus eerst goed in kaart moeten zien te brengen”, meent Wolthers.


daar eigenlijk mee? Vervolgens moet je dan uitzoeken in hoeverre een project daarin kan oplossen.” Het antwoord op de vraag hoeveel CO2


er


Europees niveau? Maar met het in kaart brengen alleen ben je er nog niet. “Dan komen we weer terug op de vraag of de overheid of het bedrijfsleven die uitwisseling moeten gaan aanpakken”, begint Wolthers. “Het nadeel van als je dit tot een publieke taak maakt, is dat je met elk nieuw kabinet bij wijze van spreken weer opnieuw moet beginnen. Een uitwisseling die door de markt wordt opgepakt en waar gewoon geld mee verdiend wordt, wordt structureel veel makkelijker geborgd.”


Bovendien hebben publieke projecten vaak geen exit-strategie, weet Wolthers. “Die projecten lopen dan bijvoorbeeld vier jaar


Het Dow/Yara project: rechts de enorme kraakfornuizen bij Dow waar de waterstof vrijkomt als bijproduct bij het kraken van nafta (een aardoliefractie) op hoge temperaturen (circa 1000 graden Celsius) voor de productie van ethyleen en propyleen.


en daarna is het klaar. En vaak zijn ze ook lokaal. Dan kijk je dus naar een bepaalde regio of provincie. Maar er zijn natuurlijk zat stoffen die kostenefficiënt over meer dan honderd kilometer getransporteerd kunnen worden. In Nederland zit je dan dus al snel buiten de landsgrenzen. Wellicht zou het interessant zijn om dit op Europees niveau aan te pakken.”


Reststromenkaart Maar is het nu echt zo ingewikkeld? Stel nu dat er een reststromenkaart van Nederland op tafel ligt, waarbij een overheidsinstantie met een minimale bezetting nieuwe data met betrekking tot reststromen op een


discrete manier verzamelt en toeziet op de reststromenmarktplaats, dan kan de markt de rest toch zelf oplossen? “Ja, op zich denk ik dat zoiets best zou moeten kunnen, maar dan moet je dus wel eerst die kaart hebben en de vertrouwelijkheid borgen”, benadrukt Wolthers. “Jan-Henk en ik heb- ben er weleens over gedacht om een aantal afstudeerders op zo’n project te zetten, om uit te zoeken wat de potentie en het beste businessmodel is.”


Zelf opgelost Een afstudeerder dus. De eerste wet van de Trias Energetica leert ons dat alle energie die je niet gebruikt, ook niet opgewekt


Dow en Yara: waar liep men tegenaan?


Hoewel het Dow/Yara project inmiddels draait, verliep het project uiteraard niet zonder slag of stoot. Meijering: “Het lastigste was om de bestaande Gasunie leiding onder het kanaal van Gent naar Terneuzen vrij te krijgen voor ons doeleinde. Die gasleiding was weliswaar niet meer in gebruik en was wél geschikt voor het transport van waterstof, maar voordat je het op papier allemaal voor elkaar hebt, ben je heel veel verder.” Volgens Meijering is de huidige wetgeving nog niet echt geschikt om bestaande gas- leidingen (waar er in Nederland talloze van liggen) ‘om te bouwen’ naar waterstoflei- dingen. “Als je naar de toekomst kijkt waarin we meer CO2


moeten gaan besparen en


minder gebruik zullen gaan maken van de gasleidingen, lijkt het me verstandig dat we die wetgeving flexibeler proberen te maken, zodat dit soort projecten vlotter kunnen worden gerealiseerd.”


9


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48