This page contains a Flash digital edition of a book.
hoeft te worden. Er worden wél miljarden in windmolens en zonnepanelen geïnves- teerd, maar er is géén budget om uit te vogelen hoeveel reststromen er door de afvalverwerkers worden ‘verwerkt’. “Je hoeft mij niet te overtuigen”, zegt Wolthers. “Ik zie wel degelijk de noodzaak om dit uit te gaan zoeken. Kijk, de reden dat dit bij de klimaat- tafels niet uitvoerig is besproken, is dat die reststromen eigenlijk niemand z’n probleem zijn én omdat niemand weet wat nu precies de potentiële CO2


-besparing hiervan is. Ik


durf overigens wel te voorspellen dat er in de praktijk relatief weinig reststromen echt gedumpt worden. Uiteraard worden er nog steeds wel brandstoffen afgefakkeld, maar er wordt binnen processen wel steeds effec- tiever gebruik gemaakt van reststromen. De markt heeft dus zelf ook al wel een deel van het probleem opgelost.”


Vervuiler betaalt Wolthers denkt dat een eventuele CO2


-


beprijzing ook een gunstig effect zal hebben op het effectiever gebruiken van reststro- men. “Het ETS-systeem geldt voor een hand- jevol bedrijven en is daarom hiervoor niet geschikt. Maar als je echt een CO2


-beprijzing


krijgt, zal het uitwisselen van reststromen sneller renderen. Dat betekent dus wellicht een CO2


-prijs door de keten heen, wat best


een taaie klus is, waarbij je tegen handels- belangen en handelsbeperkingen aanloopt. Maar je pakt daarmee wel meteen een aan- tal urgente problemen mee aan. Bovendien: dan betaalt de vervuiler dus echt.”


Redelijke inschatting We noemden in de inleiding al de casus van Dow en Yara. Onlangs werd de leiding, waarmee waterstof van Dow naar Yara wordt getransporteerd, in gebruik genomen. Een succesvol project waarmee minimaal 10 kilo- ton CO2


per jaar wordt bespaard. We leggen


met symbiose projecten, maar dat het om die reden niet urgent zou zijn, begrijp ik niet echt. Je kunt van te voren echt wel een rede- lijke inschatting maken en je draagt dus wel degelijk bij aan de klimaatdoelstellingen.”


Faciliteren Ook over de vraag wie de regie moet ne- men, heeft Meijering een mening. “Zowel overheid als het bedrijfsleven hebben een verantwoordelijkheid, een plicht dus, om verantwoordelijk om te gaan met grondstof-


10 | nummer 1 | 2019


de inhoud van de vorige gesprekken neer bij Laurens Meijering, projectmanager bij Smart Delta Resources & Biobased Economy, nauw betrokken bij het Yara-Dow project. “Ik begrijp dat het soms best lastig is om precies te bepalen hoeveel CO2


je bespaart


fen en met reststromen. Uiteindelijk zijn het de bedrijven die het fysieke werk zullen moeten doen, maar de overheid zou moe- ten faciliteren, enerzijds door te stimuleren, kennis te delen, de gelegenheid tot samen- werking te scheppen, maar ook door mee te denken op het gebied van infrastructuur, of vervoersaanbestedingen. En tenslotte kan de overheid financieel meehelpen. Dat hoe- ven niet persé subsidies te zijn. Een lening kan ook al interessant zijn.”


Onafhankelijke positie Bij het Dow/Yara project werd het ontwik- keltraject gefaciliteerd door een centrale partij. Smart Delta Resources (SDR) is een samenwerkingsverband van de grote bedrij- ven uit de regio Zeeland en West-Brabant. SDR wordt betaald door de participerende bedrijven en krijgt steun uit de Provincie Zeeland en uit het Rijk. Tenslotte betalen Im- puls, de Zeeuwse ontwikkelingsmaatschap- pij, en het havenbedrijf North Sea Port ook mee aan SDR. “Wij verdienen niet aan een geslaagd symbiose-project”, verduidelijkt Meijering. “We hebben geen aandelen en hebben nul commercieel belang. Daardoor hebben we dus een onafhankelijke positie waar bedrijven met vertrouwen informatie mee kunnen en willen delen.”


Volgorde Volgens Meijering wordt er bij symbiose projecten te snel gekeken naar de com-


merciële kant van de symbiose. “Je ziet dan dat het daar vaak op stukloopt. Slimmer is om eerst naar de inhoud te kijken, waarbij je samen eerst gaat kijken hoe je het proces zo optimaal mogelijk kunt inrichten. Als je dat eenmaal hebt doorgerekend, blijkt heel vaak dat die constructie onderaan de streep ook wel degelijk geld zal opleveren. Maar de benadering en volgorde is wezenlijk anders.


Luchtfoto van het Industry Park Terneuzen. Op de voorgrond de tanks die de grondstoffen en producten van de 3 krakers bevatten en net daarboven (tot onder de grote betonnen koeltoren in het midden van de foto) de 3 krakers zelf. Vanuit de krakers loopt een waterstofpijpleiding naar de rand van het iPark, alwaar Gasunie Waterstof Services het transport overneemt in een waterstofpijpleiding die loopt vanaf het Industry Park langs het kanaal naar de Yara productielocatie in Sluiskil, helemaal rechts bovenaan de foto.


Uien en friet


Een ander geslaagd voorbeeld van industriële symbiose, eveneens gefaci- liteerd door SDR, is het project waarbij frietproducent Lamb Weston Meijer zijn restwarmte naar uienverwerker Wis- kerke Onions transporteert. Voorheen stookte de uienverwerker zelf de beno- digde warmte om de uien te drogen, maar tegenwoordig geschiedt dat met de restwarmte van de frietproducent. Bijkomend voordeel is dat de (laag- waardige) restwarmte minder vocht be- vat en daardoor beter geschikt is voor het droogproces dan de voorheen zelf gestookte warmte. De terugverdientijd is in dit geval ‘behoorlijk lang’, maar dat nemen de bedrijven op de koop toe, laat Meijering weten.


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48