This page contains a Flash digital edition of a book.
de risico’s, zowel bij het transport, als het in gebruik nemen bij de ontvangende partij. Een derde facet betreft de besturing van de stromen, waar vaak diverse actoren een rol spelen. Want hoe zorg je er bijvoorbeeld voor dat het juridisch allemaal klopt?


Bij het onderzoeken van de mogelijkheden van grondstoffenuitwisseling is het prettig dat Welink een procestechnologische ach- tergrond heeft. “Ik zie dus al vrij snel of ik een match kan maken tussen twee partijen. Als ik dat idee heb, laat ik de bedrijven contact met elkaar opnemen. Als na dat eerste contact blijkt dat er mogelijkheden zijn, wisselen die bedrijven specificaties uit. Als dat past, gaan ze kijken naar het transport: is dat te doen, wat kost het, enzovoorts. Daarna maak je de som op: winnen beide partijen, dan is het interessant.”


Opwerken Aan het Noord-Holland project, dat tussen 2014 en 2016 draaide, deden uiteindelijk zestig partijen mee, waarvan er vier tot uit- wisseling van reststromen kwamen. Voor die betrekkelijk matige score heeft Welink een tweetal verklaringen: “We hebben domweg een groot deel van de industrie niet bereikt. Daarnaast hebben we in dit geval niet geke- ken naar het opwerken van reststromen voor we ze weer in de keten zouden brengen. Door opwerking wordt een reststroom in- eens voor meer partijen aantrekkelijk.”


Budget Interessant, zou je zeggen. En de moeite waard om ‘uit te rollen’ over Nederland. Zeker als je je realiseert dat de kans op een match steeds groter wordt -niet lineair dus- op het moment dat er reststromen van meer partijen in kaart worden gebracht. Maar zo simpel werkt het niet. Welink presenteerde zijn bevinden onder andere bij Rijkswater- staat. “Daar waren ze heel enthousiast, maar er moest eerst gekeken worden of er budget zou zijn. Er waren toen ook veel andere pri- oriteiten die voor gingen, zoals CO2


-emissie vermindering.”


Taiwan Er zijn wel commerciële partijen geweest die vergelijkbare projecten hebben geprobeerd op te zetten, maar dat kwam niet van de grond. “Het belangrijkste is dat industriële bedrijven vertrouwen moeten hebben in zo’n partner. Je wilt niet het risico lopen dat je een concurrent wijzer maakt dan nodig is. Een Marktplaats-achtige constructie waarbij ge- gevens online in zijn te zien, werkt dus niet.”


Slimmer zou het zijn om een overheids- instantie, die vanwege milieuhandhaving toch al de beschikking heeft over allerlei gegevens, te belasten met het uitvoeren van dit soort projecten. In de praktijk is dat ook al gebeurd, weet Welink. “In Taiwan is de overheid met allerlei bedrijven gaan praten om te kijken of er uitwisseling van stromen mogelijk zou zijn. Dat werkte be- hoorlijk goed. Nadeel van een dergelijke constructie is dat de overheid niet onaf- hankelijk gecontroleerd kan worden op haar eigen werk. Je hebt in Nederland bij- voorbeeld ook de Onderzoeksraad voor de Veiligheid, die onder leiding van Pieter van Vollenhoven onafhankelijk van de overheid haar werk doet. Maar wie het ook doet, je moet hier iets mee doen. Het potentieel is groot genoeg en de noodzaak is er zeker.”


Overheid of industrie? Volgens Leon Wolthers, adviseur bij RVO, is het niet vreemd dat er geen centrale partij is die leiding heeft genomen op het ge- bied van symbiose. “De overheid vindt dat grondstoffen uitwisselen een economische activiteit is en daarom door het bedrijfsle- ven moet worden opgepakt. In de praktijk blijkt echter dat er wel noodzaak is voor enige regie vanuit de overheid.”


mij wel vrij relevant in deze tijd.”


Het lijkt er ook op dat de urgentie voor het uitwisselen van reststromen niet groot genoeg is, of tenminste, dat overheidsin- stanties die urgentie niet zien. “Er is op dit moment nog geen gebrek aan grondstof- fen en er lijkt dus niet echt een probleem te zijn” meent Wolthers “maar als je bij- voorbeeld restwarmte uitwisselt, zorg je er voor dat de ontvangende partij niet zelf die warmte hoeft op te wekken en ben je dus je CO2


-uitstoot aan het reduceren. Dat lijkt


Verbranden Toch blijft het effectief inzetten van reststromen, mede vanwege het feit dat niemand de regie neemt, wat in het mid- den liggen. En dan geldt dus nog alleen de wet van vraag en aanbod. “Dan kan het betekenen dat een waardevolle grondstof voor bijvoorbeeld een papierfabriek, wordt bijgestookt in een energiecentrale”, vertelt


Het belangrijkste is dat industriële bedrijven vertrouwen moeten hebben in zo’n partner. Je wilt niet het risico lopen dat je een concurrent wijzer maakt dan nodig is...


8 | nummer 1 | 2019


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48