egin 1942 brak de oorlog in Nederlands- Indië uit. Wij woonden toen in Bima op het eiland Soembawa, waar mijn vader installatiebeheerder van een brandstof-
fencomplex van de B.P.M. (Bataafse Petroleum Maatschappij) was. Hij had de opdracht gekregen om deze installatie te vernietigen. Dat heeft-ie gedaan. Samen met een collega heeft hij de op- dracht uitgevoerd. Beide mannen werden door de Japanse bezetter gearresteerd en als oorlogsmisdadigers door een
militaire krijgsraad veroordeeld. Hun straf: de dood. De executie moest in het bijzijn van vrou- wen en kinderen gebeuren. Mijn moeder, mijn zusje en ik, en de vrouw van de collega van mijn vader en zijn kinderen, werden opgehaald en naar de executieplaats geleid. Daar moesten de beide mannen een kuil graven, waarna zij afscheid van ons mochten nemen. Hun handen werden op hun rug gebonden, ze werden geblinddoekt en moesten knielen. Op bevel van de Japanse commandant werden ze door twee Japanse