search.noResults

search.searching

saml.title
dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
56


Heldenmoed of lafheid


kwam nog dat de verbindingen vrij wel meteen uitvielen, waardoor de eigen artillerie niet effectief kon worden ingezet.’ Maar het gaat volgens Hoogenboom verder dan dat. ‘De verwachtingen aangaande de voorpostenstrook waren onrealistisch hoog. Het was in wezen niet meer dan een strui-


‘Als beroeps bleef hij de gevechts- situatie de baas’


keldraad die moest voorkomen dat de vij and ineens bij de Grebbeberg verscheen. Ook bestond er binnen ons leger geen reëel beeld van het gedrag van militairen op een gevechtsveld. Je kunt niet zomaar verwachten dat troepen blij ven vechten en sterven totdat ergens op divisieniveau of hoger wordt besloten dat ze zich mogen terugtrekken. Je ziet hier dat Nederland de Eerste Wereldoorlog niet had meegemaakt. Aan Duitse zij de waren de troepen wat betrof mentale vorming, en waar het ging om feitelij ke geoefendheid, beter voorbereid op opereren onder gevechtsomstandig- heden dan onze militairen.’


Stress Bij gevechtsveldgedrag spelen natuurlij k eveneens persoonlij ke factoren een rol. ‘De ene mens is nu eenmaal gevoeliger voor stress dan de andere’, aldus Hoogenboom. Echter, daarnaast is volgens hem het ‘militair-cognitieve referentiekader’ van belang: het unieke psycholo-


gisch-culturele perspectief waarmee de militair het slagveld om zich heen beziet. Dit is duidelij k herkenbaar bij de bekwaam optredende beroeps- sergeant Blom. ‘Als professional had hij het soldaat-zij n verinnerlij kt en ook daardoor bleef hij in tegenstelling tot anderen de gevechtssituatie de baas. De onervaren reserve-vaandrig Tack had, net als de gemobiliseerden in het algemeen, het voordeel van Bloms professionaliteit niet. Ook dat is een belangrij ke constatering.’


Lessen voor nu Wat kan de huidige krij gsmacht leren van de strij d om de voorposten en de Grebbeberg? Hoogenboom:


‘Allereerst moeten we bij oefeningen streven naar een gevechtssimulatie die de realiteit ontzettend dicht benadert. Al is dat door alle bezuini- gingen lastig. Voorts moeten we de samenleving echt duidelij k maken wat ons land concreet bedreigt en niet blij ven steken in algemeenheden over vrede en veiligheid. En verder is het belangrij k dat we op missie blij ven gaan. Een actieve taak van Defensie dus in het buitenlandbeleid. Dat is nuttig en houdt qua geoefendheid en ervaring de militairen scherp.’


De slag om de Grebbeberg De slag om de Grebbeberg duurde drie dagen en was een conventi- oneel gevecht met over en weer inzet van infanterie en artillerie. Op 11 mei veroverden troepen van de SS Standarte Der Führer de voorpostenstrook tussen de Grebbeberg en Wageningen. De volgende dag braken de Duitsers door de frontlij n bij en op de Grebbeberg. Op 13 mei volgde een groot Nederlands tegenoffensief, dat echter snel vastliep. In de loop van die dag vielen ook de laatste hardnekkig verdedigde stellingen op de berg zelf. In de daaropvolgende nacht verlieten de Nederlandse eenheden de gehele Grebbelinie en werd stelling genomen in de meer west- waarts gelegen Nieuwe Hollandse Waterlinie. Aan Nederlandse kant sneuvelden bij na 400 militairen. Bij de ingezette Wehrmacht-divisie en het SS-regiment kwamen zo’n 260 militairen om, de verliezen bij de IJ ssellinie inbegrepen. Voor de Duitsers was de Grebbeberg een nevenoperatie. Allereerst was er de poging ons


checkpoint


land meteen uit te schakelen door een grootschalige aanval met luchtlandingstroepen op het regerings- en commandocentrum Den Haag. Dat mislukte door hevige tegenstand en kostte de Luftwaffe zware verliezen aan transportvliegtuigen. Het betekende dat de Duitse hoofd- aanval werd doorgezet. Die ging, met Blitzkrieg-gebruik van tanks en gemotoriseerde eenheden, door Noord-Limburg en Brabant via de door parachutisten veroverde bruggen bij Moerdij k en Dordrecht, naar Rotterdam. Daar leverden door de lucht aange- voerde Duitse troepen al vanaf de eerste oorlogsdag strij d. Op 14 mei leidden het verwoestende bom- bardement op Rotterdam en de vrees voor vergelij kbare aanvallen op andere steden in de Vesting Holland tot de Nederlandse capitulatie.


Boek: Harmen Hoogenboom, Tot de laatste man en de laatste patroon. Gevechtsveldgedrag en heldendom, 11 mei 1940 (uitgeverij Aspekt 2021)


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65  |  Page 66  |  Page 67  |  Page 68  |  Page 69  |  Page 70  |  Page 71  |  Page 72  |  Page 73  |  Page 74  |  Page 75  |  Page 76  |  Page 77  |  Page 78  |  Page 79  |  Page 80  |  Page 81  |  Page 82  |  Page 83  |  Page 84  |  Page 85  |  Page 86  |  Page 87  |  Page 88  |  Page 89  |  Page 90  |  Page 91  |  Page 92  |  Page 93  |  Page 94  |  Page 95  |  Page 96  |  Page 97  |  Page 98  |  Page 99  |  Page 100  |  Page 101  |  Page 102  |  Page 103  |  Page 104  |  Page 105  |  Page 106  |  Page 107  |  Page 108