‘Het was een plaatje van stoere mannen met groene baretten dat me naar de banenwinkel bracht. Ik was altij d bezig met sport en wilde die liefde graag in mij n werk terugvinden. Het was wel wennen in het begin: ik moest opeens in de pas lopen. Maar ik groeide erin. Al snel gingen we ons klaarmaken voor de uitzending naar Uruzgan. Je denkt dat je weet wat je te wachten staat, maar dat bleek helemaal niet het geval. Je verwacht een extreem klimaat, maar het was gewoon nog warmer dan dat. En dat geldt ook voor de leefomstandig- heden daar. De mensen hebben zo’n hard bestaan. We hebben er veel meegemaakt en ik heb er ontzettend veel geleerd. Ik heb altij d geweten dat Defensie niet voor altij d was en na tien jaar ben ik eruitgestapt. Ik ging aan de slag als personal trainer en begeleid mensen die voor Defensie willen gaan werken. Sinds een jaar heb ik ook met twee maten een mixed martial arts-gym, Gym Zero 50. We hebben alle drie bij Defensie gewerkt. We ontmoetten elkaar bij toeval en hadden direct een klik. We hebben dezelfde achtergrond: de krij gsmacht en vechtsporten. We spreken dezelfde taal. Ondanks dat we met de sportschool begonnen in coronatij d, gaat het super. We hebben een brede groep klanten, onder wie ook een aantal veteranen en actief dienenden. Een van hen heeft het een en ander meegemaakt en langzaam gaat het wat beter met hem. We zien dat het sporten hem helpt. Toen hij zei dat hij het niet meer kon betalen, hebben we gezegd dat het geen probleem is. Hoe je het wendt of keert, hij is gewoon een van ons. We staan klaar voor elkaar. Op de een of andere manier zij n we met elkaar verbonden. We hebben aan een half woord genoeg en weten wat we aan elkaar hebben.’