Krijgsmacht en samenleving
31
Opmerkelijk is trouwens dat er een heel ander beeld kan worden geschetst als het gaat om veteranen. In hun geval zijn de maatschappelijke contacten en zichtbaarheid in de samenleving juist toegenomen. Het beleid van erkenning en waardering in de afgelopen decen- nia werpt vruchten af. De jaarlijkse Nederlandse Veteranendag, met een grote landelijke manifestatie in Den Haag en nagevolgd met kleinere acti- viteiten in tal van gemeenten, getuigt ervan. Net als bijvoorbeeld het geslaag- de educatief programma ‘Veteraan in de Klas’. Een en ander is overigens tot stand gekomen onder druk van de veteranen zelf.
De Uruzgan-paradox Wie aan Nederlanders vraagt of een bepaalde missie wordt gesteund, krijgt wisselende maar rationele antwoorden. Uit opinieonderzoeken blijkt doorgaans voldoende draagvlak voor een missie als het Nederlandse belang ervan door de ondervraagden wordt onderkend. Dat gold de afgelopen jaren voor het antipiraterij-optreden in de Indische Oceaan, voor de luchtacties tegen het IS-kalifaat en voor de grotere waak- zaamheid jegens Poetins Rusland. Maar wanneer een missie onduidelijk is of zelfs goeddeels onbekend, is er onvol- doende steun en draagvlak. Dit was duidelijk te zien bij de missie in Mali. De rationaliteit van de publieke opinie komt ook naar voren in wat de Uruzgan-paradox kan worden genoemd. Die grote militaire missie heeft – zo blijkt ook uit onderzoek van Defensie zelf – nooit voldoende maatschappelijke steun gehad. Dat kwam onder meer door aanhoudend politiek geharrewar: was het nou een ‘opbouwmissie’ of toch een ‘vecht-
de Nederlanders vindt onze krijgsmacht noodzakelijk
Tachtig procent van
missie’? Tegelijkertijd was er in de samenleving wél veel waardering voor de uitgezonden individuele militairen. Dat kwam tevens tot uiting in de media. Die toonden veel journalistieke belang- stelling en riepen de Uruzgangangers tijdens de missie uit tot ‘Nieuwsman/ Nieuwsvrouw van het jaar’ (NOS Journaal) en ‘Nederlander van het jaar’ (opinieweekblad Elsevier).
Stemmingswisseling Wat hebben we over voor defensie? Dat is een typisch Hollandse vraag zonder een eenduidig antwoord. Op het prioriteitenlijstje van de Nederlanders scoren sinds jaar en dag zorg, onder- wijs en veiligheid in eigen buurt het hoogst. De zware bezuinigingen van het eerste kabinet-Rutte (2010-2012) op defensie, hadden dan ook brede steun. In de jaren erna sloeg de publieke stemming om, onder meer als reactie op het neerhalen van vlucht MH17 en het Russische optreden in het alge- meen. En natuurlijk als gevolg van het IS-kalifaat en het daarmee verbonden terrorisme. Ook bij de recente Tweede Kamerverkiezingen waren er allerlei signalen dat er een draagvlak is voor een hogere defensie-inspanning. Tegelijkertijd heeft de samenleving an- dere topprioriteiten. Daar komt bij dat de huidige pandemie grote fi nanciële gaten heeft geslagen die ooit moeten worden gedicht.
Bouwstenen Terug naar de verhouding maatschappij en krijgsmacht. Enerzijds is er dus ver- trouwen, kijk naar de roep om inzet van het leger toen de vaccinatiecampagne niet van de grond kwam. Ook wordt de noodzaak van de strijdkrachten breed onderschreven. Anderzijds zijn de contacten tussen samenleving en militairen wel erg beperkt geworden, is de krijgsmacht weinig zichtbaar en wor- den missies niet altijd goed begrepen of uitgelegd. Het zijn – afgezien van het onvermijdelijke politieke touwtrekken om de fi nanciën – evenzovele bouwste- nen voor een meer op maatschappelijk draagvlak gericht beleid de komende kabinetsperiode. Zo’n beleid is niet alleen van belang voor de samenleving als geheel, maar net zo goed voor de militairen van nu en de veteranen van voorbije missies.
checkpoint
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52 |
Page 53 |
Page 54 |
Page 55 |
Page 56 |
Page 57 |
Page 58 |
Page 59 |
Page 60 |
Page 61 |
Page 62 |
Page 63 |
Page 64 |
Page 65 |
Page 66 |
Page 67 |
Page 68 |
Page 69 |
Page 70 |
Page 71 |
Page 72 |
Page 73 |
Page 74 |
Page 75 |
Page 76 |
Page 77 |
Page 78 |
Page 79 |
Page 80 |
Page 81 |
Page 82 |
Page 83 |
Page 84 |
Page 85 |
Page 86 |
Page 87 |
Page 88 |
Page 89 |
Page 90 |
Page 91 |
Page 92 |
Page 93 |
Page 94 |
Page 95 |
Page 96 |
Page 97 |
Page 98 |
Page 99 |
Page 100 |
Page 101 |
Page 102 |
Page 103 |
Page 104 |
Page 105 |
Page 106 |
Page 107 |
Page 108