search.noResults

search.searching

dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
Checklist


Vijf prangende vragen over het thuisfront


Door: Christ Klep Hoe definiëren we in Nederland ‘thuisfront’?


Het is erg lastig om één definitie op te stellen. Er bestaat om te beginnen een brede definitie: iedereen die van betekenis is voor de uitgezonden militair, zoals kinde- ren, buren, familie en vrienden. Een nauwere definitie perkt het thuisfront in tot het gezin van een uitgezonden militair. Deze relatief strenge definitie sluit ‘significante anderen’ uit, zoals zoals broers, zwagers, (schoon)zussen, stiefzussen en -broers, oma’s, opa’s en kleinkinderen. Er is nog een derde weg. Deze laat het aan de militair zelf over om aan te geven wie zijn primaire en secundaire relaties (en dus zijn thuisfront) zijn.


Bestaat er dan toch een ‘officiële’ definitie?


De Veteranenwet spreekt van ‘de echtgenoot, geregis- treerde partner of andere levensgezel en bloed- en aan- verwanten in de eerste of tweede graad van de veteraan.’


Sinds wanneer bestaat in Nederland een ‘thuisfront’?


Organisaties die zich inzetten voor militairen zijn eeu- wenoud. In de jaren zeventig doet de term ‘verontrust thuisfront’ voor het eerst zijn intrede. Het thuisfront van onderzeeboot Hr.Ms. Tonijn voelde zich letterlijk in de kou staan aan de kade. Mede naar aanleiding van deze onrust werd in 1980 bij de Koninklijke Marine het eer- ste bureau Thuisfrontcomité opgericht. Kort daarvoor hadden verontruste ouders en partners publiekelijk hun zorgen geuit over het uitzenden van militairen – groten- deels dienstplichtigen, van wie een deel onder dwang – naar Zuid-Libanon voor de UNIFIL-missie. Kranten kopten dat jongens ‘zo van de pappot waren weggerukt’ om in het Midden-Oosten oorlogszuchtige partijen uit elkaar te houden. Ook hier reageerde Defensie met beloftes voor een betere thuisfrontzorg. Het patroon was kenmerkend voor daaropvolgende ontwikkelingen in de thuisfrontzorg, ook bij andere krijgsmachtdelen: er ontstaat onvrede rond een bepaalde missie, deze haalt in negatieve zin de media en dus reageert de Defensie- organisatie. Vooral sinds het einde van de Koude Oorlog (1989-1990) en de omvorming naar een expeditionaire krijgsmacht is het thuisfrontnetwerk sterk uitgebouwd.


Ervaart het thuisfront meer of minder stress?


Over het algemeen is het thuisfront veerkrachtig en niet aantoonbaar depressiever of ongezonder dan het gemiddelde onder Nederlanders. Ook pakken de meeste thuisblijvende partners de (nieuwe) dagelijkse routine snel weer op. De getallen variëren natuurlijk wel voor de periodes voor, tijdens en na de uitzending. De belcijfers geven een beeld: voor rond de 85 procent van het thuis- front geldt dat Defensie geen indicatie ziet contact op te nemen. Vindt wel belcontact plaats, dan gaat ongeveer 5 procent over het welzijn van de militair, een vergelijk- baar percentage over het welzijn van het thuisfront. 2 à 3 procent gaat over de kinderen


Wie is verantwoordelijk voor de thuisfrontzorg?


De uitvoering en coördinatie van de thuisfrontzorg ligt sinds 2015 bij de Defensiestaf en meer precies bij de Directie Operatiën (DOPS). Daarvóór lag deze taak bij het betreffende coördinerende Operationeel Commando (OPCO). Voor de afstemming van de coördinatie is een Defensie Organisatie Thuisfrontzaken (DOT) opgezet. DOPS wijst een OPCO aan dat verantwoordelijk is voor de coördinatie en uitvoering van de thuisfrontactiviteiten van een missie. Het thuisfront van (postactieve) vetera- nen kan terecht bij het Veteranenloket.


juni 2018 13


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65