search.noResults

search.searching

dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
Aankomst van de post in Gao, Mali. Foto: ministerie van Defensie


maken ze zich zorgen over het lot van zonen of partners. Anderzijds zijn vrouwen doorgaans geneigd de oorlogsinspanning van hun land te steunen, zelfs als een bron van eer te beschouwen. In extreme vorm zien we dit terug in het antieke Sparta. Zonen die naar het slagveld afreisden, kregen een ondubbel- zinnige boodschap mee van hun krijgshaftige moeders: terugkeren zonder schild was geen optie. Een Spartaanse soldaat stierf met het schild in de hand en werd dan op datzelfde schild teruggedragen. Failure is not an option, zeggen de Amerikanen dan. Niet voor niets doen democratische overheden van oudsher hun best het contact tussen thuisfront en militai- ren zo goed mogelijk te onderhouden, vooral vanwege het moreel. Soldaten aan het front vechten doorgaans meer tegen de verveling dan daad- werkelijk tegen de vijand. Brieven en pakketjes krijgen dan een extra betekenis. Schrijven blijft een van de


den ongeveer zeven miljoen brieven en ansichtkaarten het militaire post- systeem ingestuurd. Contact met het thuisfront bevestigde verder in bre- dere zin dat er nog een burgerleven was waarnaar veteranen na de oorlog konden terugkeren.


Knusheid en bezorgdheid In 1813 werd de jonge Jan Zuijdmeer


uit Rotterdam opgeroepen voor dienst in het leger van Napoleon. Corresponderen met zijn ouders was echter een dure bezigheid. De vader van Jan vroeg hem dun papier te gebruiken, ‘wand zoon zwaar paket kost hier 18 a 20 stuyvers van port.’ Jan junior had de onhebbe- lijke eigenschap zijn brieven franco te versturen, zodat de ontvanger voor de verzendkosten opdraaide. Knusheid typeert de brieven. ‘Jan, u moeder zegt dat ze zoo verlege zit met aardappele te schille nu jij weg bend,’ laat vader bijvoorbeeld weten. En de huishond zet vijf ‘aardige mooije kleyne hontjes’ op de wereld.


Klagende brieven van thuis demoraliseerden de frontsoldaten


weinige ontspanningsmogelijkheden en een afleiding voor de onvatbare wreedheid van het front. Tot ver in de negentiende eeuw dicteerden analfabete soldaten hun brieven vaak aan (onder)officieren. Rond 1900 kon het gros der soldaten lezen en schrijven en groeide het aantal brie- ven snel. Tijdens de Eerste Wereld- oorlog stuurden Duitse soldaten en het thuisfront elkaar in totaal dertig miljard poststukken! Elke dag wer-


12 juni 2018


Tegelijk echter schemert bezorgd- heid door. Jan – inmiddels gelegerd in Frankrijk – krijgt op 11 oktober 1813 een reminder van zijn vader omdat deze nog wacht op een ant- woord op zijn brief van 6 oktober! Ook pakketjes zorgden voor mate- riële en psychologische troost. Lekkernijen waren een welkome aanvulling op het eentonige solda- tenvoer. Warme kleding bood extra bescherming tegen de barre weers-


elementen. Alledaagse voorwer- pen van thuis werden gekoesterde aandenkens: een lokale krant, een familiefoto of een lokje haar van de kinderen. Post van en naar het front was onver- mijdelijk ook een propagandamiddel. Militaire autoriteiten censureren van oudsher de post, doorgaans onder het mom dat geen geheime informa- tie mag worden verspreid. Maar de meeste soldaten hebben zich door de eeuwen heen toch wel gehouden aan een vorm van zelfcensuur. Ze willen het thuisfront niet veront- rusten. En niets mag uiteindelijk de oorlogsinspanning in de weg staan. Anderzijds zijn sommige brieven dan weer opvallend open en kritisch. Dit werkte twee kanten op. Juist de kla- gende brieven van thuis en de afne- mende stroom pakketjes (vanwege de schaarste) demoraliseerden de Duitse en Oostenrijkse frontsoldaten tijdens de Eerste Wereldoorlog. Een niet onbelangrijke bouwsteen voor hun nederlaag in 1918. In dit opzicht vormen de moderne sociale media wel een uitdaging voor militaire autoriteiten. Ook omdat journalisten via sociale media en blogs contact kunnen leg- gen met uitgezonden militairen en hun thuisfront. Het thuisfront krijgt daarmee – soms onbedoeld, maar wel onvermijdelijk – de rol van publieke ambassadeur. Een extra reden waarom moderne militaire organisaties niet om het thuisfront heen kunnen.


Thuisfrontzorg Elk land worstelt intussen met de


vraag welke thuisfrontzorg het beste werkt. Natuurlijk zijn er overeen- komsten, maar een overkoepelende aanpak bestaat niet echt. Landen met een sterke zelfredzaamheids- cultuur spelen anders in op thuis- frontzorg dan landen waarin de staat veel welvaartstaken op zich neemt. Dan nog kunnen landen van elkaar leren. In de Verenigde Staten bijvoor- beeld is de thuisfrontzorg voor indi- vidueel uitgezonden militairen ondergebracht bij één organisatie. Blijkbaar een succesvolle aanpak. Bij onze oosterburen intervenieert het Familienbetreuungszentrum niet rechtstreeks, maar eerder als een draaischijf tussen gezin en hulpver- lenende instanties. Zo zoeken over- heden voortdurend de beste weg om de thuisfrontzorg vorm te geven.


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65