This page contains a Flash digital edition of a book.
een bijbehorende monopile van circa 100 ton. In 2014 werden vanuit de Eemshaven al 5 MW turbines geïnstalleerd op mo- nopiles van 900 ton. In 2012 is daarom besloten de Beatrix- haven anders in te richten. Het havenbekken werd met 200 meter verkort met een zwaaikom aan het eind en er werd een kade gebouwd specifiek ontworpen voor de offshore-windin- dustrie.


Ontwerp kade Voor het ontwerp van de nieuwe kade werd een programma van eisen geformuleerd na overleg met potentiele gebruikers. Twee belangrijke eisen kwamen hieruit naar voren. De eerste was dat er mogelijkheid moest zijn voor het stempelen (of jac- ken) van hefschepen terwijl deze tegen de kade gemeerd lig- gen. Hierbij wordt het schip uit het water getild door de eigen palen van het schip. Een tweede eis was de hogere kadebe- lasting van 30 ton per vierkante meter. Tijdens het ontwerpen van een zware ladingvloer van 20 ton/ m2 - achter de toen in aanbouw zijnde bulkkade in de Julia- nahaven - was al gebleken dat een onderheide vloer achter de kade noodzakelijk was om de gewenste gewichten te kunnen dragen. De gebruikelijke combiwandconstructie kon niet eco- nomisch zodanig worden gedimensioneerd om dergelijke las- ten te kunnen dragen. Een voordeel van een onderheide vloer achter de kade is wel dat de kade zelf slechts een grondke- rende functie heeft en geen bovenbelasting hoeft te dragen.


Kadeconstructie


De eerste eis, het stempelen van de hefschepen direct naast de kademuur, kwam voort uit de wens om de scheepskraan te kunnen gebruiken om zware ladingen van de kade te kunnen pakken en aan boord te zetten. Deze onderdelen zijn door- gaans te zwaar voor de huidige beschikbare landkranen. Om de boordkraan te kunnen gebruiken, is het noodzakelijk de stempelpalen aan de grond te zetten en te belasten met een groter gewicht dan tijdens het gebruik wordt verwacht. Door dit ‘pre-loaden’ wordt gewaarborgd dat nergens de draag- kracht van de grond onder de paal wordt overschreden als de kraan zwenkt met een last.


Uit berekeningen bij de bestaande kades van Groningen Seaports bleek dat het nodig was de hefschepen tussen de 15 en 25 meter vanaf de kade te laten staan om schade aan de kademuren te voorkomen. Belangrijke factoren bij het be- palen van deze afstand zijn onder andere de bouwwijze van de kade, de door het hefeiland uitgeoefende bodemdruk en de bodemgesteldheid. Een van de grootste gevaren is dat de onderkant van de palen van het hefschip soms lager uitkomt dan de inheidiepte van de damplanken van de combiwand. Bij het uithalen van de palen bestaat er dus gevaar op het ont- staan van grondstromen van onder het kadeterrein naar de haven. Gaten van 5-6 meter diep in de havenbodem zijn geen uitzondering.


Maatgevende bodemdruk


Om de uitgangspunten te bepalen, zijn een aantal in gebruik zijnde hefschepen met elkaar vergeleken om een maatgeven- de bodemdruk te bepalen, met daar overheen een veiligheids-


Nr.7 - 2015 OTAR O Nr.7 - 2015TAR 29


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48