COLUMN ONDERNEMEN
Land sharing
Dirk Strijker, emeritus professor Mansholtleerstoel voor plattelandsontwik- keling, Rijksuniversiteit Groningen
I
k was vorige week in Engeland om college te geven over landbouw en platteland. Ik doe dat al een aantal jaren aan de universiteit van Lincoln, gelegen in een van de beste landbouwgebieden van het land. Voor wie de land- bouwgeografi e van het (nog) Verenigd Koninkrijk niet paraat heeft: de zuidoostelijke kant (East Anglia, Kent, Lincolnshire) is prima landbouwgebied, de rest is veel slechter. In Lincolnshire worden bijvoorbeeld de hoogste hectare-opbrengsten voor tarwe in de wereld gehaald. In de slechtere gebieden is ook wel goede landbouwgrond te vinden, maar ook veel heuvels met extensieve veehouderij, schapen vooral.
Het college ging over allerlei ontwikkelingen in de landbouw. Een belangrijk onderwerp was de discussie over land sharing en land sparing. In het Nederlands: verweven of scheiden. Land sharing is de idee dat landbouw, natuur en landschap moeten samengaan. Ik heb daar een paar weken geleden ook al over geschreven. Bij land sparing heeft de landbouw zijn eigen plek, en de natuur een andere plek. Ik geef vaak aan dat in het overvolle Nederland er nauwelijks de mogelijkheid is om functies helemaal te scheiden. Niet voor niets dat er tegenwoordig volop aandacht is voor natuurinclusieve landbouw, want dat is sharing ten top. Als ik studenten in Nederland de keuze voorleg tussen verweven of scheiden, dan komen ook zij meestal uit bij verweven. Overigens, er is ook in Nederland wel degelijk een stroming die meer heil ziet in scheiden van functies, en puur vanuit effi ciency van landbouw- productie geredeneerd is dat ook niet zo gek. Alleen, in de meeste gebieden wonen en recreëren ook andere mensen, en die laten zich niet wegjagen.
Het leek me wel aardig om ook mijn Engelse studenten te laten discussiëren over dit onderwerp, met de verwachting dat ze ook wel bij verweven uit zouden komen. Dat bleek niet het geval. De meeste groepjes hadden een voorkeur voor scheiden. Toen ik door- vroeg bleek dat ze eigenlijk allemaal de grote delen van Engeland, Wales en Schotland voor ogen hadden waar schapen grazen op ronde heuvels, waar mooie dorpjes zijn, en waar snel internet bijna afwezig is. Kortom, het romantische platteland. Ze vonden dat in die gebieden, driekwart van het land, geen plaats is voor intensieve landbouw. De goede landbouwgebieden in het zuidoosten kregen van hen nauwelijks aandacht. Ze zagen daar geen wezenlijke eco- logische of landschappelijke waarden. Daar kon de landbouw wat hen betreft zijn gang gaan.
Dat zijn de gebieden die op een gemiddeld Nederlands land- schap lijken. Dat soort gebieden werden door de Engelse studen- ten dus ‘afgeschreven’, terwijl we er ons in Nederland juist heel druk om maken. Omdat wij geen driekwart van ons land beschik- baar hebben voor natuur.
KEUZE HEEFT VOORAL MET SCHAARSTE AAN NATUUR TE MAKEN
BOERDERIJ 105 — no. 7 (12 november 2019)
19
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52 |
Page 53 |
Page 54 |
Page 55 |
Page 56 |
Page 57 |
Page 58 |
Page 59 |
Page 60 |
Page 61 |
Page 62 |
Page 63 |
Page 64 |
Page 65 |
Page 66 |
Page 67 |
Page 68 |
Page 69 |
Page 70 |
Page 71 |
Page 72 |
Page 73 |
Page 74 |
Page 75 |
Page 76 |
Page 77 |
Page 78 |
Page 79 |
Page 80 |
Page 81 |
Page 82 |
Page 83 |
Page 84