search.noResults

search.searching

dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
ONDERNEMEN


Stikstofverlies uit mest is soms groter dan gedacht


Stikstofverliezen zijn voor een deel van de stalsystemen groter dan g edacht. Er zijn wel veel onzekerheden over de omvang van de verschillen.


Door Wim Esselink en Mariska Vermaas


ls stikstofverlies wordt berekend vanuit gehaltes in mest blijkt dat verlies groter dan gedacht. De verschillen in stikstofverlies zijn het grootst bij stallen met vaste mest. Ook bij een deel van de emissiearme stalsys- stemen zijn de verschillen groot. Dat blijkt uit berekeningen van het CBS. Het gaat om de gasvormige stikstofverliezen uit dierlijke mest in de vorm van ammoniak (NH3


A stikstofgas (N2


), stikstofoxide (NOx ).


), lachgas (N2 O) en


Het CBS heeft het stikstofverlies bere- kend op basis van de verandering in de stikstof-fosfaatverhouding tussen het moment van excretie (van mest en urine) en de verhouding stikstof-fosfaat na de opslag. Dat verlies is vergeleken met de stikstofverliezen die berekend zijn met de zogenoemde emissiefactoren van stallen.


De conclusies in het CBS-rapport kennen nog veel onzekerheden. Er is daarom geen cijfer aan te plakken voor het werkelijke effect op de ammoniakuitstoot van de veehouderij. Dat geeft het CBS zelf ook zo aan in het rap- port en dat wordt nog eens bevestigd door woordvoerder Cor Pierik. Geen wonder, want het gaat immers om het vergelijken van uit- komsten van modelberekeningen. Het CBS legt cijfers op basis van mestbonnen naast de verwachte emissie van stalsystemen. Enkele voorbeelden van onzekerheden zijn: z er zijn onzekerheden over de gebruikte emissiefactoren per stal;


z er zijn veel verschillende staltypen en er is variatie tussen individuele bedrijven; z emissiefactoren per dierplaats berusten


14


De analyse is gemaakt in opdracht van het College Deskundigen Meststoffenwet en bedoeld voor de aanpassing van mestnor- men. Het rapport heeft extra betekenis gekregen door de stikstofcrisis.


Verschil groot bij vaste mest melkvee Op melkveebedrijven is het stikstofverlies gemiddeld 15% voor drijfmest en 39% voor vaste mest. Dit is in beide gevallen hoger dan volgens de modelberekeningen met de zogenoemde Nema-methode: 10% voor drijfmest en 12% voor vaste mest. De verschillen zijn dus relatief klein bij reguliere melkveestallen met drijfmest: 15% volgens mestgehaltes tegenover 10% volgens het model.


Het verschil is wel groot bij melkvee- stallen met vaste mest: 39% op basis van mest ten opzichte van 12% volgens het Nema-model. Twee derde van het stikstof- verlies berekend uit mest is niet verklaard


door de berekende emissie uit dergelijke stallen.


Effect luchtwassers varkens Voor drijfmest van vleesvarkens berekende het CBS een gasvormig stikstofverlies van 38% volgens de mestgehaltes, terwijl dit volgens de Nema-berekeningen 15% is. Bij stallen met luchtwassers is het stik- stofverlies op basis van de N/P-verhouding vrijwel gelijk aan die van stallen zonder luchtwassers. Daarbij maakt het CBS de opmerking dat een deel van de ammoniak terechtkomt in het spuiwater van de lucht- wasser. Er is dus wel degelijk een positief effect van de luchtwasser, alleen is dat niet becijferd. Dat komt omdat er geen gege- vens zijn over het afgevoerde spuiwater en de hoeveelheid stikstof die erin zit.


Vleeskuikens weinig verschil Het gemiddelde stikstofverlies in de pluim-


Onzekerheden in CBS-analyse vergen meer onderzoek


niet altijd op metingen van dat specifieke emissiearme systeem, maar zijn afgeleid van andere systemen;


z emissiefactoren in de modellen zelf ken- nen onzekerheden, het gaat om internati- onale standaardwaarden en daarvan afge- leide schattingen;


z andere factoren die verschillen kunnen verklaren, zijn onder meer de verliezen in mestopslagen en het simpele feit dat af- gevoerde mest doorgaans andere gehal- tes heeft dan de mest die op het bedrijf zelf wordt gebruikt.


Ammoniakuitstoot overdreven Het CBS-rapport heeft inmiddels de nodige aandacht gekregen en leidde soms tot over-


BOERDERIJ 105 — no. 7 (12 november 2019)


dreven conclusies over de stikstofuitstoot. Zo zou de stikstofuitstoot van melkkoeien


drie keer zo hoog zijn volgens dagblad Trouw. Die factor drie komt inderdaad voor in het rapport, maar dat heeft betrekking op een hoeveelheid mest ter grootte van 0,1% van de totale hoeveelheid. Dergelijke conclu- sies kloppen dus niet. Uit het rapport blijkt dat juist bij de meest voorkomende reguliere melkveestallen het stikstofverlies weinig afwijkt van het standaardmodel. Vanuit de veesectoren zelf is het rapport kritisch beoordeeld. Een belangrijk punt is dat er geen aandacht is voor de hoeveelheid stikstof in de aanvoerkant. En opnieuw klinkt de roep om metingen om te kijken of de modelberekeningen kloppen in de praktijk.


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65  |  Page 66  |  Page 67  |  Page 68  |  Page 69  |  Page 70  |  Page 71  |  Page 72  |  Page 73  |  Page 74  |  Page 75  |  Page 76  |  Page 77  |  Page 78  |  Page 79  |  Page 80  |  Page 81  |  Page 82  |  Page 83  |  Page 84