882 | WEEK 14-15 04 APRIL 2018
“PERSOONLIJKE ONTMOETING IS ZOVEEL MEER WAARD” Carrièrekansen in de energietransitie populair thema van 12de
ROTTERDAM Duizenden studenten, star- ters op de arbeidsmarkt en (young)pro- fessionals uit binnen- en buitenland heb- ben op 28 maart de ruim honderd bedrijven uit de maritieme, offshore en energiesec- tor bezocht tijdens het jaarlijkse Maritime & Offshore Career Event (MOCE) in het WTC Rotterdam. Die bedrijven presenteerden zich op de beursvloer, via case studies en tijdens talkshows met ‘movers’ en ‘shakers’ uit de industrie.
“De mensen in de Nederlandse maritieme, offshore en energiesector zijn ondernemend, innovatief en hebben lef. Daar zouden er meer van moeten zijn”, klonk het bij de offi- ciële opening van de twaalfde editie van het Maritime & Offshore Career Event (MOCE) 2018.
“Face-to-face je potentiële werkgever ont- moeten, heeſt echt een meerwaarde. In ver- gelijking met een online sollicitatie kun je hier jezelf echt presenteren en een indruk ach- terlaten”, aldus een van de bezoekers tijdens het career event. Naast jezelf presenteren, stond ook het delen van kennis en dooront- wikkeling centraal op MOCE met de verschil- lende case studies en de ON AIR Talkshows op Community Square.
Drukte op de MOCE-beursvloer in het Rotterdamse WTC.
Interacties Onder leiding van de energieke Jan Versteegh, bekend van Wie is de Mol?, gingen professio- nals in gesprek over onderwerpen die de in- dustrie de komende jaren op zijn kop gaan zetten. “Bedrijven zijn steeds meer bezig over hoe zij onderdeel uit kunnen maken van het toekomstige energiesysteem. Met name om
de juiste werknemers aan zich te binden”, al- dus Jo Peters van exploratieclub NOGEPA in de talkshow ‘De Bruisende Noordzee’.
MOCE 2019 “Wij zijn trots dat er vandaag zoveel bezoekers zijn gekomen om hun interesse in deze indus- trie te onderzoeken”, vertelt Annemieke den
Mobiel bellen tijdens het varen toch niet strafbaar
ROTTERDAM Mobiel bellen in de stuurhut wordt toch niet strafbaar gesteld. De Tweede Kamer heeſt hierover op 22 maart een mo- tie van Tweede Kamerlid Roy van Aalst (PVV) aangenomen.
In de motie staat onder meer: “Binnenvaartschippers moeten mobiele ap- paratuur gebruiken om noodzakelijke nauti- sche informatie uit te wisselen of te communi- ceren met bedieningspersoneel van bruggen of sluizen. Er hebben zich geen aantoonbare
problemen voorgedaan waaraan het gebruik van mobiele apparatuur in de binnenvaart ten grondslag lag”.
Daarom wil de Tweede Kamer dat de scheep- vaart uitgezonderd wordt van wetgeving om het gebruik van mobiele apparatuur achter het roer te verbieden.
Oorspronkelijk had Tweede Kamerlid Liesbeth van Tongeren (GroenLinks) juist een voorstel ingediend om ook de schippers mee te nemen
in de wetgeving. Van Tongeren zei eind januari nog: “Mobiele telefoons kunnen voor gevaar- lijke afleiding zorgen in het verkeer, zowel op de weg als ook op ons binnenwater”. BLN-Schuttevaer was verbaasd over het voor- stel van Van Tongeren: “Wanneer we kijken naar de ongevallen in het verkeer door appen en/of bellen, begrijpen we de ongerustheid in de politiek over ongevalsrisico’s door het gebruik van mobiele telefoons. In de binnen- vaart is de situatie echter heel anders dan op de weg”.
Schippersbond ASV was ook niet blij met het eerste voorstel, vreesde er zelfs voor dat de binnenvaart uit het hart en hoofd van de be- leidsmakers verdwenen leek te zijn. De ver- eniging is blij met deze volgende stap. “Dit is goed nieuws. Het is goed dat er geluisterd is naar de sector.”
u COLUMN
Recht in zicht
Ynke Ooijkaas
Als advocaat aangesloten bij VANDIJK advocaten in Rotterdam, gespecialiseerd in vervoers-, binnenvaart- en handelsrecht. Sinds 1996 is zij – met een korte onderbreking – werkzaam voor diverse organisaties in de binnenvaart als juridisch adviseur.
E
y.ooykaas@vandijkadvocaten.nl T 010 212 12 20 I
www.vandijkadvocaten.nl
Schipper Leendert Bakker vaart samen met een stuurman en twee matrozen op zijn ms Heraklion. Jan, een Poolse matroos, werkt via een buitenlands uitzendbureau. Roland via een uitzendbureau dat gevestigd is in Nederland. Het schip vaart richting de sluis, als Bakker ineens vreselijk geschreeuw op het voordek hoort. Hij rent ernaar toe en schrikt zich rot. Er is een ern- stig ongeluk gebeurd. Beide mannen zijn ken- nelijk geraakt door een touw. Het ziet er vrese- lijk uit.
Bakker waarschuwt zijn stuurman, die direct 112 belt en de sluis waarschuwt. De ambulan- ces en traumahelikopter zijn er gelukkig snel en brengen de mannen naar het ziekenhuis. Bakker en zijn stuurman blijven volkomen ontredderd achter.
In de dagen daarna probeert Bakker op alle mo- gelijke manieren erachter te komen wat er nu precies gebeurd is, maar hij krijgt het niet helder. De mannen hebben nog geen verklaring kunnen afleggen. Bakker regelt ander personeel zodat hij door kan varen, maar zit enorm met het on- geval in zijn maag. Dan vallen er twee brieven op de mat: zowel namens Jan als Roland meldt zich een advocaat die Bakker aansprakelijk stelt voor alle schade.
Bakker weet niet wat er allemaal op hem af- komt en belt zijn vaste advocaat, mr Specialis. Hij vraagt zich af hoe dat nu met die aansprake- lijkheid zit. De mannen/ jongens waren toch in dienst van een uitzendbureau?
Mr Specialis legt uit: Wanneer een werknemer tijdens het werk een ongeluk krijgt (dus niet tijdens woonwerk-ver- keer) is de werkgever vrijwel altijd aansprake- lijk. Bij uitzendkrachten is dat niet anders. De werkgever van de uitzendkracht is aansprakelijk. Maar soms ook de inlener!
Bij een uitzendsituatie zijn er eigenlijk twee ‘werkgevers’. De formele werkgever, het uitzend- bureau en de inlener, degene die feitelijk dus op het werk zegt wat er allemaal moet gebeuren. In dit geval dus de schipper.
Belangrijk is wie invloed uit kan oefenen op het werk dat gedaan wordt. In de meeste gevallen is dat de inlener. Hij zegt immers wat er wanneer en hoe iets moet gebeuren. De inlener wordt dus vaak als eerste aansprakelijk gesteld. Er wordt onder zijn leiding en toezicht gewerkt en de in- lener is ook verantwoordelijk voor de omstan- digheden waaronder iemand werkt. De inlener, in dit geval de schipper, is ten opzichte van door hem ingeleende arbeidskrachten dus op de- zelfde manier aansprakelijk als voor zijn eigen personeel.
Als u de e-paper leest, kunt u hier de reacties van betrokkenen teruglezen.
Otter, Manager Events bij medeorganisator Navingo. “Wij zijn blij dat we weer samen met onze partners een hoop werkzoekenden heb- ben kunnen enthousiasmeren voor deze sec- tor.” Ze nodigt graag iedereen uit voor MOCE 2019. Komende zomer wordt de datum voor deze dertiende editie bekendgemaakt.
25 MOCE-beurs
Wie is aansprakelijk na ongeval van uitzendkracht?
Meest veilige optie De meest veilige optie voor een werknemer die als uitzendkracht werkt en een ongeval krijgt, is zowel zijn werkgever (het uitzendbureau) als de inlener (de schipper) aansprakelijk te stellen. Of het uitzendbureau aansprakelijk is, hangt af van de omstandigheden. Was er sprake van zeg- genschap (had het uitzendbureau invloed op de werkzaamheden aan boord) en wetenschap (wist het uitzendbureau dat de arbeidsomstan- digheden aan boord niet goed waren?)
Uitzendbureaus kunnen in het contract met hun inleners schriſtelijk vastleggen dat de inlener het uitzendbureau moet vrijwaren voor aansprake- lijk als het gaat om ongevallen die aan boord van de inlener gebeuren. Wanneer zowel het uit- zendbureau als de inlener aansprakelijk zijn, zijn ze beiden hoofdelijk aansprakelijk.
Waar een uitzendkracht vandaan komt of waar het uitzendbureau is gevestigd, maakt voor de aansprakelijkheid bij een ongeval niet uit. Wel kan het voor een uitzendbureau dat ver weg is gevestigd, aantrekkelijker zijn om de inlener di- rect aansprakelijk te stellen.
Ynke Ooijkaas is advocaat bij VANDIJK advocaten in Rotterdam en is gespecialiseerd in vervoers-, binnenvaart- en handelsrecht. Ynke heeſt vrijwel haar hele werkzame carrière in een op de scheep- vaart gerichte werkomgeving doorgebracht. Van 1994 tot 1996 werkte zij als wetgevingsjurist bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat (Directoraat Generaal Scheepvaart en Maritieme Zaken). Sinds 1996 is zij - met een korte onderbreking - als advocaat werkzaam in de binnenvaart. Van 1996 tot 2002 bij Van Dam en Kruidenier advocaten en in 2004 is ze bij VANDIJK advocaten in dienst getreden alwaar, zij ondersteund door collega’s, de zogenaamde ‘natte ‘praktijk beheert. Ynke Ooijkaas is de huisadvocaat van brancheorganisatie BLN, en was eerder ook al de vaste juridische adviseur voor de BBU en CBOB.
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52 |
Page 53 |
Page 54 |
Page 55 |
Page 56 |
Page 57 |
Page 58 |
Page 59 |
Page 60 |
Page 61 |
Page 62 |
Page 63 |
Page 64 |
Page 65 |
Page 66 |
Page 67 |
Page 68 |
Page 69 |
Page 70 |
Page 71 |
Page 72 |
Page 73 |
Page 74 |
Page 75 |
Page 76 |
Page 77 |
Page 78 |
Page 79 |
Page 80