Tekst: Henk Spaan Fotografie: Frank Ruiter
Spiegel 035
Op deze plek verhalen schrijvers, journalisten en publicisten over een persoonlijke ervaring met de gezondheidszorg en houden ze (para)medici een spiegel voor.
Een hele piet
Dat doet een goede fysio, weet ik nu: stimuleren
Mijn fysio Julén bouwt wedstrijdelementen in. Op de legpress spoort hij me aan persoonlijke records te vestigen en te breken. De sessie eindigt altijd met het spel wie een stilliggende bal in een anderhalve meter hoger gelegen ballenbak kan krijgen. Uit stand. Je moet je voet onder de bal schuiven en hem opwippen, zo hoog dat hij niet tegen de rand van de bak terugstuit maar uit de lucht in de bak daalt. Wie het eerst drie keer heeft gescoord, wint. Hij laat me nooit winnen; wat jammer is. Maar ik zou het doorhebben. Op de legpress zit ik inmiddels op 200 kilo. Ik zei het laatst in de podcast- studio tegen Govert die in Rio in de olympisch Acht heeft geroeid. “Dat doe ik met één been”, zei hij. Die Acht had dan ook brons gewonnen en hoefde dus net niet terug in de losersvlucht van Maurits Hendriks. Toch was ik licht teleurgesteld. Onder de aanmoedigingen van Julén voel ik me een soort olympische sport- man. Dat doet een goede fysio, weet ik nu: stimuleren. Jezelf een hele piet laten voelen. Totdat je een roeier tegenkomt die zegt dat
Henk Spaan (1948) is schrijver en (sport)journalist. Hij publiceerde diverse romans en boeken, waaronder het in 2018 verschenen Nouri, over voetbalbelofte Abdelhak Nouri. Begin dit jaar verscheen het autobiografische Knieval, een geestig en eerlijk boek dat hij schreef na een akelige val.
hij tijdens een race twee kilometer lang een virtuele legpress van een paar honderd kilo’s wegtrapt. Dan sta je weer met beide benen op de grond. “Ik ken niemand van jouw leeftijd die de 200 kilo haalt”, zegt mijn fysio vaak. Sinds ik die roeier heb ontmoet, hoor ik in die zin alleen nog maar ‘van jouw leeftijd’. Als er profvoetballers in de gym zijn, hoop ik dat ze mij niet zien. In de loop van mijn herstel na een dubbele knieoperatie moest ik een keer van een vijf centimeter dikke mat springen. Dat klinkt niet ontzettend hoog, het is ook niet ontzettend hoog, maar het niveau van mijn zelfvertrouwen was in dat stadium nog lager dan die mat. Ik stond te aarzelen voor de sprong. Christian Eriksen, een andere revaliderende klant, zag het. Toen ik ten slotte van de mat durfde te springen, liep hij langs en zei: “Dit was de snelste beweging die ik vandaag heb gezien.” Als je er behoefte aan hebt ‘jezelf tegen te komen’, moet je regelmatig een fysio bezoeken. Desondanks ga ik zelden met tegenzin. Dat komt door die wedstrijdjes tegen mezelf die de fysio me laat uitvechten. Ik wilde dat al mijn vrienden ‘van mijn leeftijd’ dat zouden doen. Een vriend van me die een nieuwe knie had gekregen, ging steeds minder vaak naar de revalidatie, totdat hij ten slotte in een karretje zat en moest worden geduwd. Mijn vrouw, ook ‘van mijn leeftijd’, doet elke ochtend mee met de gym van Max, hoewel ze Olga Commandeur enorm mist. We houden elkaar scherp. Als ik zeg dat ik geen zin heb om naar Julén te gaan, zegt zij: “Dan maak je maar zin.” Vandaag ging ik net niet over de tweehonderd kilo heen.
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52 |
Page 53 |
Page 54 |
Page 55 |
Page 56 |
Page 57 |
Page 58 |
Page 59 |
Page 60 |
Page 61 |
Page 62 |
Page 63 |
Page 64 |
Page 65 |
Page 66 |
Page 67 |
Page 68 |
Page 69 |
Page 70 |
Page 71 |
Page 72 |
Page 73 |
Page 74 |
Page 75 |
Page 76 |
Page 77 |
Page 78 |
Page 79 |
Page 80 |
Page 81 |
Page 82 |
Page 83 |
Page 84