Tekst: Martijn Reinink
Financiën
Wetswijzingen verplichte jaarverantwoording
Demissionair VWS-minister Conny Helder gaat twee wetswijzigingen doorvoeren die de omvang van de openbare jaarverantwoordingsplicht voor kleinere zorgaanbieders beperken. VvAA-adviseur Erik van Dam hamert erop dat dit lang niet alle problemen oplost. “Het zijn halve pleisters.”
Eind maart heeft de Tweede Kamer twee amendementen van Groen- Links-PvdA aangenomen over de openbare jaarverantwoordingsplicht. Het eerste maakt het mogelijk afzonderlijke regels voor microzorgaan- bieders (zie kader) te stellen. Hiermee kunnen de vragenlijsten voor deze groep worden gereduceerd tot drie vragen (over identiteit, aantal zorg- verleners en aantal cliënten). Ook hoeven zij straks de jaarverantwoor- ding (gedeeltelijk) niet openbaar te maken. Het tweede amendement regelt dat bestaande microzorgaanbieders automatisch, van rechts- wege, een vergunning krijgen. Nu is het nog zo dat zij deze vergunning moeten aanvragen. “Het is goed dat kleinere zorgaanbieders worden ontzien,” zegt VvAA-adviseur Erik van Dam, “maar dit zijn halve pleis- ters. Ten eerste is nog onduidelijk hoe de wetswijzigingen er precies uit komen te zien. Wat betekent ‘gedeeltelijk niet openbaar maken’? Moeten kleine zorgaanbieders wel of geen financiële jaarverantwoor - ding aanleveren? Daarnaast spelen er allerlei al langer bekende prak- tische problemen die níet worden aangepakt. Zo hebben zorgaanbie- ders die al wel hun jaarverantwoording hebben moeten aanleveren, op sommige punten de door het CIBG gevraagde informatie gewoonweg niet voor handen.” Het stoort Van Dam daarom dat onlangs desgevraagd bleek dat VWS
toch geen commissie gaat instellen, zoals eerder aangekondigd, om de (onbedoelde) effecten van de jaarverantwoording te onderzoeken. “Omdat de minister vorig jaar de pauzeknop heeft ingedrukt, zou er niet genoeg te evalueren zijn. Vreemd, want nieuwe en van rechtspersoon ge- wisselde zorgaanbieders hebben wél hun verantwoording aangeleverd. Dat maakt dit juist hét moment voor een evaluatie. Dan kun je van de opgedane ervaringen profiteren vóórdat de grote groep aan de beurt is.” En die grote groep komt eraan. De ingelaste pauze stopt per 1 januari,
wat betekent dat alle WMG-zorgaanbieders vóór 1 juni 2025 moeten rapporteren over 2024. “Wij hebben al vaker bij VWS aangegeven dat het onhaalbaar is voor dienstverleners in de zorg om in zo’n korte periode voor zo veel zorgaanbieders een valide jaarverantwoording op te leveren”, zegt Van Dam. “En hoe die amendementen ook ingevoerd worden, dat blijft zo. We moeten stoppen met pleisters plakken en naar een structurele oplossing die werkbaar is én bijdraagt aan het gestelde doel.”
Microaanbieder
Om aangeduid te worden als ‘microaanbieder’ moeten zorgaanbie- ders op dit moment voldoen aan twee van deze drie criteria op twee opeenvolgende balansdata: • Een balanstotaal van maximaal 450.000 euro; • Een netto-omzet van maximaal 900.000 euro; • Gemiddeld maximaal 10 fte medewerkers in loondienst. (Zzp’ers, zoals waarnemers tellen niet mee.)
Elma van Vulpen is financial planner bij VvAA Energielabel
In 2008 heeft de overheid het energielabel geïntrodu- ceerd, met onder andere als doel huizenbezitters te stimuleren om te verduurzamen. Dit energielabel gaat een steeds grotere rol spelen. Vooral de stijgende energieprijzen hebben de vraag naar energiezuinige woningen een stimulans gegeven. Met als gevolg dat deze woningen bij verkoop vaak meer opleveren. Hier komt nog bij dat het energielabel vanaf
1 januari 2024 ook een rol gaat spelen bij de hoogte van de maximale hypotheek. Wanneer u een energie- zuinig huis koopt, kunt u meer lenen. De achterlig- gende gedachte is logisch: een energiezuinig huis zorgt voor lagere maandlasten. Zo blijft er meer over om de hypotheek af te lossen. Met een energielabel C en D kunt u al € 5.000,- aan
extra hypotheek krijgen. Met een energielabel A of B kan het extra te lenen bedrag oplopen tot € 10.000,- en met een label A++++ met garantie zelfs tot wel € 50.000,-. Wie een huis koopt met een E-, F- of G- label kan niet extra lenen. Een voorbeeld: op basis van uw inkomen kunt u € 400.000,- lenen bij een wo- ning met F-label. Bij een woning met een A-label kunt u op basis van hetzelfde inkomen € 410.000,- lenen.
Energielabel speelt rol bij hoogte hypotheek
Bezit u een huis met een lager energielabel en wilt u gaan verduurzamen, dan bieden de nieuwe financie- ringsrichtlijnen ook mogelijkheden. Hierbij geldt: hoe lager het energielabel, hoe meer u extra kunt lenen om uw woning te verduurzamen. Bij een label E, F of G komt dit erop neer dat u € 20.000,- extra kunt lenen voor energiebesparende maatregelen. Samen met de al bestaande regelingen, zoals de
subsidies en gunstige rentetarieven, wordt het ver- duurzamen van woningen aantrekkelijker gemaakt. Daarbij blijft het natuurlijk belangrijk om te kijken welke maximale hypotheek in uw specifieke situatie passend is.
Column 025
elma.van.vulpen@
vvaa.nl
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52 |
Page 53 |
Page 54 |
Page 55 |
Page 56 |
Page 57 |
Page 58 |
Page 59 |
Page 60 |
Page 61 |
Page 62 |
Page 63 |
Page 64 |
Page 65 |
Page 66 |
Page 67 |
Page 68 |
Page 69 |
Page 70 |
Page 71 |
Page 72 |
Page 73 |
Page 74 |
Page 75 |
Page 76 |
Page 77 |
Page 78 |
Page 79 |
Page 80 |
Page 81 |
Page 82 |
Page 83 |
Page 84