search.noResults

search.searching

dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
40


75 jaar BIDKL


van een naam en identiteit voorzien. ‘We zijn hard op weg naar veertig bevestigde identiteiten. Het blijkt overigens soms ook om buitenlanders te gaan, maar door misverstanden en verschrijvingen in de Duitse adminis- tratie zijn ze als Nederlander te boek gesteld.’


‘De emoties van nabestaan- den kunnen lastig zijn’


Likrand envelop Ondanks alle voorbereiding en het diepgravende spitwerk blijkt na een DNA-test toch soms dat het slachtoffer niet de identiteit heeft die het BIDKL vermoedde. ‘Dat is zuur en daarom proberen we op voorhand de verwachtingen van de familieleden goed te managen. Maar in de vele gevallen dat we het bij het rechte eind hebben, is de ontlading zó groot, zowel bij de familie als bij ons. Het gevoel dat je een belangrijke rol in het leven van zo’n familie mag spelen, is heel waardevol.’ Het is niet altijd gemakkelijk om een DNA-donor te vinden. Er is het onge- lofelijke verhaal van de onderduiker van wie de complete bloedlijn was uit- gestorven. Maar aan de hand van de likrand van een envelop kon zijn iden-


titeit toch worden vastgesteld. ’Zijn broer stuurde in 1946 een brief naar het Rode Kruis met een verzoek om informatie. De brief was bewaard in het persoonsdossier van de vermiste. De likrand van de envelop bevatte het DNA dat we nodig hadden.’ De Duitse slachtoffers krijgen na hun identificatie een plek op de Duitse militaire begraafplaats Ysselsteyn, de Britten op een van de vele erevelden in het land. ‘Toen in de Eerste Wereldoorlog veel Britten in Europa sneuvelden, heeft hun overheid bepaald dat je wordt begraven in het land waar je bent gesneuveld. Dat had onder meer te maken met het gelijkheidsbeginsel. Zo werd voorkomen dat de upperclass haar zonen kon laten repatriëren, terwijl de ‘arme sloebers’ op het vasteland bleven.’ Op Nationaal Ereveld Loenen bij Apeldoorn liggen bijna vierduizend Nederlandse WOII-slachtoffers. Daarvan zijn er 103 onbekend gebleven, totdat de BIDKL zich ermee ging bemoeien. De NTR maakte medio 2019 een tweedelige docu- mentaire over het identificatiewerk, waaruit duidelijk wordt wat een enorm karwei de identificatie is. Inmiddels zijn twintig slachtoffers


Verzoening Een indrukwekkend moment dat in Jonkers geheugen gegrift staat is het herbegraven van een aantal Duitse militairen in 2010. ‘Op mijn initiatief hebben we daarvoor eerst een gezamenlijke herdenking gehouden, mét nabestaanden en een Duits-Nederlandse militaire aanwezigheid. Verzoening boven de graven. Dat deed me veel. Duitsers waren ook zonen, vaders, broers, vrienden, geliefden. Ik ben daar nog altijd trots op. En twee keer per jaar brengen we Nederlandse militaire slachtoffers vanuit familiegraven – die nu vaak geruimd worden – over naar erevelden. In een ceremonie verzorgd door het eigen regiment krijgen slachtoffers soms tachtig jaar na dato dan alsnog het eerbetoon dat ze toekomt. Dat zijn indrukwekkende gebeurtenissen.’ Er zijn ook uitdagingen. ‘Als een lichaam niet compleet is verteerd, is dat confronterend, maar daar leer je mee omgaan. En als je bij een familie komt, dan kan het lastig zijn om hun emoties te zien. Een vermissing kan na 75 jaar nog altijd invloed hebben op hun leven door het verdriet en de onmacht. Om dit werk te kunnen doen, moet je makkelijk kunnen studeren, veel talen spreken, veel weten, communicatief sterk zijn en gevoel voor diplomatie en protocol hebben. En je moet heel analytisch kunnen denken. In mijn hoofd ratelt altijd een database. Als ik iets lees, draait de database mee, op zoek naar een spoor, een clou, een match. Ja, wat dat betreft zijn we bij de BIDKL allemaal een beetje mafketels.’


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65  |  Page 66  |  Page 67  |  Page 68  |  Page 69  |  Page 70  |  Page 71  |  Page 72  |  Page 73  |  Page 74  |  Page 75  |  Page 76  |  Page 77  |  Page 78  |  Page 79  |  Page 80  |  Page 81  |  Page 82  |  Page 83  |  Page 84  |  Page 85  |  Page 86  |  Page 87  |  Page 88