search.noResults

search.searching

dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
24 over Hans:


• INTROVERT • EIGENWIJS


• EEN MAN EEN MAN, EEN WOORD EEN WOORD


Dick


Ze werden allebei uitgezonden naar de Sinaï, maar pas in Nederland ontstond er een hechte vriendschap tussen Hans Woolderink en Dick Middendorp. Motorrijden is hun gezamenlijke uitlaatklep.


Tekst Iris Koomen Fotografi e Niels Blekemolen ‘ Hij was mijn klankbord’ Dick Middendorp (56)


MISSIE Multinational Force and Observers (MFO), Egypte (Sinaï), februari- augustus 1986


FUNCTIE Verbindelaar op een Sector Control Centre (SCC)


‘Ik was 21 jaar en beroeps bij de Koninklijke Marine. Na terugkomst van zeven maanden in het Caraïbisch gebied gaf ik me op als vrijwilliger om op uitzending te gaan, en niet veel later vertrok ik naar de Sinaï voor deelname aan de MFO, een observatiemissie waaraan militairen van elf verschillende nationaliteiten deelnamen. Het was een redelijk rustige missie. Mijn moeder vertelde me dat de zoon van ‘de Snorre’ - de


bijnaam van Hans’ vader, die een distilleerderij had in Raalte - ook in de Sinaï op uitzending was. We kenden elkaar wel van gezicht, maar gingen in Raalte niet echt met elkaar om. Hans was net als ik SCC’er en we kwamen elkaar af en toe tegen. We bemanden de Sector Control Centres en zorgden voor communicatieverbindingen. Terug in Raalte spraken we af, en van daaruit zijn we in de loop van de jaren heel goede kameraden geworden. We zijn met elkaar op vakantie geweest en hielpen elkaar bij onze scheidingen. Hij was een klankbord voor mij en mijn kinderen in die tijd. Wat we graag samen doen is motorrijden. Met mijn TomTom plan ik meestal van tevoren een route, bijvoorbeeld via Zwartsluis naar Ommen over de kleine weggetjes. Zo komen we op plekken


die we nog nooit hebben gezien. Een geweldige herinnering is de Nijmeegse Vierdaagse, die we samen voor het eerst liepen in 2003. Op woensdagochtend deed Hans, tegen mijn advies in, nieuwe wandelschoenen aan, en op donderdagavond waren zijn voeten tot bloedens toe kapot. Van de EHBO moest hij naar een arts, maar dan zou hij uit de race gehaald worden. “Niet zeuren en dichtplakken”, zei Hans, en de volgende ochtend om vier uur vertrokken we weer. “Gebeure wat er gebeuren gaat,” zei ik, “maar we lopen hem samen uit.” En we hebben het gered samen. In de jaren daarna deed Hans niet meer mee, maar elke keer als ik de Vierdaagse uitliep, was hij er om me te onthalen.’


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65  |  Page 66  |  Page 67  |  Page 68  |  Page 69  |  Page 70  |  Page 71  |  Page 72  |  Page 73  |  Page 74  |  Page 75  |  Page 76