This page contains a Flash digital edition of a book.
klachtenregeling 31


COMMENTAAR Mr. Bart Admiraal


veel eerder dan bij het laatste onderzoek te hebben geconstateerd. Hij heeſt ervoor gekozen niet onder de kroon te excaveren omdat hij verwachte dat het plaatsen van een nieuwe kroon niet meer mogelijk zou zijn.


BEOORDELING CTG Waar de tandarts tekort zou zijn geschoten bij het behandelen van de gegeneraliseerde parodontitis volgt het CTG de tandarts dat in


2002 sprake was van gingivitis. Dit blijkt wel uit een aantekening uit 2002 in het patiëntendossier. Dat de tandarts tegen de RTG over parodontitis zou hebben gesproken, berust kennelijk op een onjuiste interpretatie van klagers woorden door het RTG. Ten aanzien van het tandvleesprobleem stelt het CTG dat de tandarts in juni 2010 adequaat heeſt gehandeld door klaagster met gegeneraliseerde parodontitis naar een mondhygiënist te verwijzen. Het resultaat was dat in het najaar van 2011 alleen bij element 36 een lokaal tandvleesprobeem is over- gebleven. Volgens het CTG is dit lokale probleem veroorzaakt door de slechte staat van het desbe- treffende element. Ook gezien het verweer door de tandarts meent het CTG dat deze de 36 voldoende heeſt onderzocht en dat hij, gelet op zijn vermoe- dens ten aanzien van de behandelbaarheid van het element en het feit dat klaagster geen specifieke klachten aan het element had, kon volstaan met het door hem gekozen afwachtende beleid. Het CTG is het wel eens met de conclusie van het RTG dat de tandarts zijn vermoedens en behandelbeleid niet of onvoldoende met klaagster heeſt besproken. Ook heeſt hij daarvan onvoldoende melding gemaakt in het patiëntendossier. Zodoende is de klacht in hoger beroep slechts op enkele onderdelen gegrond. Ook is tijdens de ziting in hoger beroep gebleken dat de tandarts inzicht heeſt getoond en lering heeſt ge- trokken uit de zaak.


BESLISSING CTG Het CTG legt de tandarts een waarschuwing op.


Professionele bandbreedte


In deze casus deelt het RTG een berisping uit, omdat het conclu- deert dat de tandarts op meer- dere punten ernstig en verwijt- baar te kort is geschoten in de behandeling en het verlenen van de noodzakelijke tandheelkun- dige zorg. Het CTG daarentegen oordeelt echter milder: een waar- schuwing in de zin van ‘niet meer doen tandarts!' Hoe zit het hier eigenlijk met behandelbeleid en richtlijnen? Volgens het RTG is het niet aannemelijk geworden dat de tandarts een duidelijk behan- delbeleid heeſt geformuleerd. Ook heeſt hij volgens de RTG nagela- ten om periodieke (her)beoorde- lingen uit te voeren, zoals de DPSI voorschrijſt. In de ogen van net RTG heeſt de tandarts daarmee in strijd gehandeld met de binnen de beroepsgroep geldende richtlijnen en protocollen voor de behande- ling van parodontitis. Een tand- arts die deze niet toepast, doet zijn patiënt te kort. In zo’n geval lijkt een financiële claim met alle sores van dien een kwestie van inkoppen. Waarom heeſt de tand- arts in deze zaak niet het gesprek geopend – of heropend – over het belang van zelfzorg thuis door de patiënt, die daarmee niet alleen een vervelende behandeling ver- mijdt, maar ook die vermale- dijde tandartsrekeningen redu- ceert? Hier heeſt de tandarts dui- delijk een kans gemist. En hoe zit het in deze uitspraak eigenlijk met de term ’in de kring van beroepsgenoten gebruikelijk’? Het RTG vindt dat de tand- arts niet uitsluitend af mocht


NEDERLANDS TANDARTSENBLAD > 10 juli 2015


gaan op zijn vermoeden. Hij had nader onderzoek moeten verrich- ten, bijvoorbeeld door een rönt- genfoto te maken, “zoals gebrui- kelijk binnen de beroepsgroep”. Door dit na te laten, is er naar oor- deel van RTG sprake geweest van supervised neglect. Tja, ik ben nu even de weg kwijt. Richtlijnen op basis van wetenschap versus ‘zo doen we dat in de beroepsgroep, een fotootje schieten’. Ik mis hier ook een verwijzing naar Richtlijn Tandheelkundige Radiologie. Geen röntgenstraling als je met klini- sche onderzoek een diagnose kan stellen. Als het ‘binnen de kring der beroepsgenoten’ niet gebrui- kelijk is om adequate parodontale zorg aan te bieden en richtlijnen te volgen, dan is zulks niet verwijt- baar? Naast bovenstaande verwijt- bare gedragingen ook hier weer het vaste refrein: dossiervorming en crommunicatie. Soſtware met te definiëren standaardtekstfrag- menten kan daarbij behulpzaam zijn. Vijſtien minuten typen is dan overbodig. Maar eens gaan we het leren zulke fouten niet te maken… Bij de betrokken collega is dat vol- gens het CTG al gebeurd. Dat col- lege vindt dat de klacht in hoger beroep slechts op enkele onder- delen gegrond is en dat tijdens de ziting is gebleken dat de tandarts wat het hem aangerekende tucht- rechtelijk verwijtbaar handelen betreſt inzicht heeſt getoond en lering heeſt getrokken uit de zaak. Het is en blijſt een boeiend vak!


Mr. Bart Admiraal is jurist en tandarts. Wilt u reageren op zijn commentaar: nt@knmt.nl.


NEDERLANDS TANDARTSENBLAD > 10 juli 2015


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40