This page contains a Flash digital edition of a book.
30 klachtenregeling


Onjuiste interpretatie CENTRAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG (CTG), 31 MAART 2015


KLACHT Van eind 2002 tot en met juli 2011 heeſt de tandarts bij klaagster periodieke controles uit- gevoerd waarbij onder meer tandsteen werd


verwijderd en het gebit werd gereinigd en gepolijst. In 2008 is een eerder aangebrachte restauratie aan de 26 vervangen en in 2009 is op de incisale randen van de 11 en 21 composiet aangebracht. In 2010 is klaagster door de tandarts met parodontitis (3-DPSI) naar een mondhygiënist verwezen. Nadat de tandarts eind 2011 zijn praktijk beëindigde, zocht klaagster een andere tandarts. Deze constateerde tijdens het eerste consult een sterk verwaarloosd gebit: parodontitis, (secundaire) cariës, een mogelijk gefractureerde wortel en periapicale zwarting/ont- steking aan een wortelpunt. Klaagster verwijt haar eerdere tandarts dat deze hij onprofessioneel, on- zorgvuldig en nalatig is geweest in de behandeling van haar gebit, haar niet heeſt geïnformeerd over de matige mondhygiëne en haar niet heeſt ingelicht hoe deze te verbeteren.


BEOORDELING RTG In het patiëntendossier van klaagster is door de tandarts voor het eerst op 21 juni 2010 melding


gemaakt van parodontitis. Volgens de tandarts heeſt hij al in 2002 parodontitis bij klaagster vast- gesteld, maar deze was toen dusdanig beperkt dat een verwijzing niet aan de orde was. In klaagsters patiëntendossier heeſt het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg (RTG) van deze consta- tering uit 2002 echter niets teruggevonden. Ook is het niet aannemelijk geworden dat de tandarts een duidelijk behandelbeleid heeſt geformuleerd en heeſt hij nagelaten om periodieke (her)beoorde- lingen uit te voeren, zoals is voorgeschreven in de DPSI. Daarmee heeſt de tandarts gehandeld in strijd met de geldende richtlijnen en protocollen voor de behandeling van parodontitis. Ten aanzien van geconstateerde secundaire cariës onder een kroon op de 36 heeſt de tandarts verklaard dat deze


De samenvattingen in deze rubriek komen tot stand onder de auspiciën van de Adviescommis- sie Beroepsuitoefening van de NMT. Iedere samen- vatting wordt van commentaar voorzien door een onafhankelijk deskundige.


NEDERLANDS TANDARTSENBLAD > 10 juli 2015


door hem bij de laatste controle is vastgesteld. Hij vond echter verwijdering van de kroon niet zinvol, omdat hij vermoedde dat er daarna onvoldoende materiaal zou resteren om nog een kroon te kun- nen (her)plaatsen. Hij heeſt niet onderzocht of zijn vermoeden klopte, bijvoorbeeld door het maken van een röntgenfoto, zoals gebruikelijk binnen de beroepsgroep. Het RTG is van oordeel dat de tand- arts niet uitsluitend op zijn vermoeden mocht af- gaan, waardoor er sprake is geweest van supervised neglect door de tandarts. Verder blijkt uit het pa- tiëntendossier niet dat de tandarts zijn vermoedens en afwachtende behandelbeleid met klaagster heeſt besproken, zodat de tandarts tekort is geschoten in zijn informatieplicht jegens klaagster. Ten aanzien van de mogelijke fractuur van de wortel van de 26 meent het RTG dat dit niet is komen vast te staan. Bovendien geldt dat – ook al zou van een dergelijke fractuur sprake zijn – niet zonder meer kan worden gesteld dat de tandarts een verwijt treſt bij het ont- staan ervan. Wat de geconstateerde cariës betreſt, geldt dat niet is komen vast te staan dat deze cariës is ontstaan tijdens of verband houden met de peri- ode dat klaagster bij de tandarts onder behandeling was. De cariës kan ook na de laatste controle zijn ontstaan. Het door de nieuwe tandarts ontdekken van een perapikale zwarting/ontsteking is volgens het RTG een toevalsbevinding. Ook wanneer de aangeklaagde tandarts zijn taken wel naar behoren had uitgevoerd, zou dit gebrek niet zonder meer aan het licht zijn gekomen. Daarvoor was een gericht onderzoek noodzakelijk, maar daarvoor was gezien het ontbreken van pijnklachten geen noodzaak. Al met al heeſt de tandarts volgens het RTG structureel niet naar behoren gehandeld. Ook is er sprake van onvoldoende dossiervorming en het onvoldoende informeren van klaagster.


BESLISSING RTG Het RTG legt de tandarts een berisping op.


VERWEER De tandarts tekent beroep aan tegen de beslis- sing van het RTG. Volgens hem heeſt het RTG ten onrechte aangenomen dat hij al in 2002


parodontitis bij klaagster heeſt vastgesteld, er was indertijd namelijk sprake van gingivitis. Ook zegt de tandarts de geconstateerde secundaire cariës


NEDERLANDS TANDARTSENBLAD > 10 juli 2015


KLACHTENREGELING


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40