This page contains a Flash digital edition of a book.
22 vakinhoud UITGELEZEN De Locator als mesostructuur CELESTE VAN HEUMEN, HOOFD CBT EN VAKGROEP BIJZONDERE ZORGGROEPEN, RADBOUDUMC, NIJMEGEN


Implantaatgedragen protheses kennen een variëteit aan mogelijkheden met betrekking tot de suprastructuur. De keuze tussen bijvoorbeeld een drukknopverankering of een staafconstructie is gebaseerd op het verschil in retentie, stabiliteit en de eenvoud van procedure en reiniging.


Het locator atachmentsysteem is sinds 2000 op de markt. Uit in vitro onderzoek blijkt dat Locator abut- ments als het gaat om retentie beter presteren dan ball abutments. Toch geven tandartsen vaak aan dat het Lo- catorsysteem veelvuldig om aanpassing vraagt, waarbij de regelmatige vervanging van de matrices als belastend wordt ervaren. Een studie van Kleis bevestigt dit: in de ‘Locatorgroep’ moet in 75 procent van de gevallen de ma- trix binnen het jaar worden vervangen terwijl dat in de groep met de meer traditionele drukknop in 24 procent van de gevallen geldt. Daar staat tegenover dat de pa- tiëntevredenheid bij het gebruik van ball versus Locator abutments gelijk is. Daarbij geldt dat er vanuit patiënte- vredenheid geen eenduidige uitspraak kan worden ge- daan naar de voorkeur voor een drukknop- dan wel bar- verankering. Patiëntevredenheid wordt voor beide mesostructuren in verschillende studies als beste resul- taat beschreven, waarbij magneten in elk geval de minste voorkeur genieten. Verschillende studies laten verder zien dat de keuze voor een bepaald type mesostuctuur geen invloed heeſt op de overleving van de implantaten. Een in vitro studie naar de belasting op de implantaten en de kaakwal, met verschillende mesostructuren, laat zien dat het Locator abutment (en dus ook de matrix) de meeste krachten opvangt op het implantaat zelf. De ver- deling van de krachten over de kaakwal is het gunstigste bij een staafconstructie, waarbij de implantaten zelf de minste krachten te verduren krijgen. De botresorptie in de niet-implantaatgedragen delen is dan ook waarschijn- lijk groter bij de toepassing van een steg dan bij druk- knopverankering. Hierop voortbordurend lijkt de Locator dus minder geschikt bij patiënten bij wie de mucosa makkelijk indrukbaar is bijvoorbeeld. De belasting van de prothese kan dan nauwelijks meer over de processus worden verdeeld en gaat ten koste van de retentie van de Locator(matrix). Over het algemeen kun je stellen dat de implantaatgedra- gen prothese, in vergelijking met een conventionele pro- these, een hoge incidentie kent aan prothetische compli- caties. Aanpassing van de prothese, verlies van retentie en verlies van abutments zijn voorbeelden van regelma-


tig voorkomende en voor patiënt en behandelaar belas- tende complicaties. Er zijn verschillende studies gedaan naar het onderhoud en de complicaties van ballatach- ments en staafconstructies. Drukknoppen komen daarbij naar voren als minst onderhoudsgevoelig in vergelijking met bar-clip systemen. MacEntee laat in zijn studie pre- cies het tegenovergestelde zien. Het lijkt erop dat het Lo- catorsysteem wellicht wat meer onderhoud vraagt dan de andere systemen, als het gaat om het vervangen van de matrix. Daar staat tegenover dat de handelingen makke- lijk aan de stoel kunnen worden uitgevoerd en relatief goedkoop zijn. Het retentieverlies van de Locatormatrix zou wellicht te maken kunnen hebben met de hogere re- tentie en de manier waarop het abutment de krachten opvangt. Zo blijkt ook uit in vitro onderzoek dat de blau- we matrices hun retentie behouden bij een inclinatie van de implantaten tot 30˚. Dit geldt niet voor de sterkere matrices. Dit impliceert dat bij een zekere inclinatie, het retentieverlies van de sterkere matrices sneller afneemt. Een goede afweging van het gebruik van de verschillende matrices lijkt dan ook belangrijk, maar wordt in de prak- tijk vaak niet zo onderkent. De keuze voor een type me- sostructuur hangt af van de individuele casus. Bij de in- dicatie voor een mesostructuur zal rekening gehouden moeten worden met factoren als belasting, indrukbaar- heid van de mucosa en de stand van de implantaten. Pa- tiënten zelf blijken geen voorkeur te hebben als het gaat om de keuze tussen Locators of andere drukknopsyste- men. Vere et al deed onderzoek naar de bereidwilligheid van tandartsen in de algemene praktijk om implantaat- gedragen protheses op locator abutments te onderhou- den. Hieruit bleek dat veel tandartsen niet zo goed be- kend waren met het systeem en meer training nodig zouden hebben. Hoe dan ook geldt, dat de tandarts de voor- en nadelen van de verschillende systemen goed moet kennen om het succes van de implantaatgedragen prothese te kunnen verhogen. Er is vooralsnog niet één systeem dat als standaard kan worden aangemerkt.


Zie voor de literatuur bij dit artikel www.ntdigitaal.nl.


NEDERLANDS TANDARTSENBLAD > 10 juli 2015


NEDERLANDS TANDARTSENBLAD > 10 juli 2015


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40