search.noResults

search.searching

note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
Sluis in het Twentekanaal bij Delden


Vervanging van natte kunstwerken of vernieuwen van de Delta?


Het Nederlandse watersysteem is in de afgelo- pen anderhalve eeuw volledig gereguleerd met een groot aantal kunstwerken zoals sluizen, stuwen en keringen. Deze kunstwerken zijn nu tussen de 50 en 100 jaar oud. Beheerders wor- den geconfronteerd met een enorme opgave aan vernieuwing en renovatie van kunstwer- ken die in de komende decennia moet worden uitgevoerd. Deze situatie betekent een kans om de Nederlandse Delta opnieuw te ontwikkelen en voor te bereiden op de toekomst. Tekst: Henry Tuin, Hessel Voortman; ARCADIS


D 24


e meeste natte kunstwerken in Nederland zijn aan- gelegd tussen 1900 en 1970. De aanleg van kunst- werken was meestal een onderdeel van veel grotere


ingrepen in het systeem, zo legt Hessel Voortman, consultant bij Arcadis uit. “De zeven stuwen in de Maas zijn bijvoorbeeld te herleiden tot grootschalige ingrepen in de rivier met als doel


Nr.6 - 2016 OTAR


het creeren van een vaarroute en het beheersen van hoog wa- ter. Hetzelfde geldt voor de stuwen in de Nederrijn en Lek, de sluizen in de Twentekanalen et cetera. Steeds is sprake van een forse systeemingreep waarbij kunstwerken zijn gereali- seerd als onderdeel van een groter plan.”


Context op de achtergrond Na 1970 heeft de nadruk gelegen op het beheren en onder- houden van het systeem. In die periode lijken beheerorgani- saties zich toegespitst te hebben op het onderhouden van de objecten; nieuwbouw van grote systemen was minder aan de orde. “De grotere context die nodig was voor het ontwerp, speelt in het dagelijks beheer een minder grote rol en raakte op de achtergrond. Daardoor konden in bepaalde gevallen de functies van de objecten sluipend wijzigen zonder dat dit di- rect leidde tot problemen op het watersysteem”, aldus Voort- man. “De sluizen in de Twentekanalen zijn bijvoorbeeld gedi- mensioneerd op klasse IV schepen (85 meter lang) die door sleepboten werden voortgestuwd. Inmiddels worden deze sluizen gebruikt voor schepen van klasse V. De lengte van de sluizen is daarvoor voldoende omdat er destijds rekening werd gehouden met ruimte voor de sleepboot. De breedte is echter onvoldoende.”


Zo zijn er volgens Voortman overal in het systeem geleidelijk spanningen ontstaan tussen de beperkingen van het object en de moderne eisen die eraan worden gesteld. Veel van deze problemen worden in het dagelijks beheer opgelost. “Echter, gecombineerd met het achteruit gaan van de objecten door veroudering, is de vraag hoe we de vernieuwing vorm moe- ten geven. Wij denken dat de vernieuwing aangepakt moet


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40