search.noResults

search.searching

note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
Zorgt MultiWaterWerk voor


verlaging aanleg- en onderhoudskosten?


Rijkswaterstaat staat voor een enorme vervangingsopgave van 52 sluizen door het hele land. Deze sluizen zijn voor het merendeel aan het begin van de vorige eeuw gebouwd en bereiken de ko- mende jaren het einde van hun levensduur. De kosten worden beraamd op zo’n 3 miljard euro. Om die opgave zo effi ciënt mogelijk uit te voeren, presenteerde Rijkswaterstaat in april het Plan van Aanpak MultiWaterWerk (MWW). Tekst: Olav Lammers


O


p De Bouwcampus worden op dit moment samen met inge- nieursbureaus, aannemers en


kennisinstellingen co-creatie-sessies gehouden over MWW. Doel is verlagen van de aanleg- en onderhoudskosten door gezamenlijk een goed onderbouw- de balans te zoeken tussen standaardi- satie, innovatie en marktwerking.


Einde levensduur en capaciteitstekort Het project MWW staat los van het Pro- gramma Sluizen van Rijkswaterstaat waarmee vijf grote nieuwbouwprojecten bij Terneuzen, IJmond, Limmen, Eefden


18 Nr.6 - 2016 OTAR


en de Beatrixsluis bij Vreeswijk worden gerealiseerd. Van de 52 kleinere sluizen uit het MWW-project, die tussen nu en 2050 moeten worden aangepakt, berei- ken er 37 hun einde levensduur en van 15 sluizen staat vast dat zij een capaci- teitstekort zullen bereiken.


Complexe opgave Volgens Robert de Roos, projectma- nager MultiWaterWerk betreft het een complexe opgave waarover eerst goed moet worden nagedacht. “Renovatie is altijd moeilijk en dat geldt zeker voor veel van deze sluizen waarvan er vrij- wel niet een gelijk is aan de andere. Dat


komt omdat bouw, reconstructie en on- derhoud tot op heden altijd is vrijgelaten aan de markt. De ene sluis is nog exoti- scher dan de ander vanwege grote ver- schillen in bijvoorbeeld toegepaste ICT, hydraulische en elektromechanische componenten. Daardoor vallen ook de onderhoudskosten onnodig hoog uit. Bovendien houden we er rekening mee dat er vooral ten aanzien van het civiele deel meer aan de hand kan zijn dan ver- wacht, waardoor in plaats van regulier onderhoud in een nog onbekend aantal gevallen mogelijk gekozen moet worden voor nieuwbouw of gedeeltelijke recon- structie.”


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40