BOERENLEVEN MAN & VROUW
Samen wonen en werken op hetzelfde erf, wat doet dat met de relatie tus- sen man en vrouw? Geertjan en Nathalie Kloosterboer vertellen wat het voor hen betekent.
Geertjan ‘Z
Door Marjan Tulp
es jaar geleden kwamen we volledig op het bedrijf. Omdat de stad steeds dichter naar ons toe komt, keken we rond tot we er bewust voor kozen om hier verder te gaan.
We zitten dicht bij de snelweg A1, daar hebben we een voordeel van gemaakt. De nieuwe stal is geschikt voor de ontvangst van veel mensen, want ik doe er graag dingen bij, zoals de sector promoten, rondleidingen geven en lasergamen organiseren. Dat vind ik leuk. Als ik alleen mijn koeien had, werd ik gek.
Nathalie en ik hebben het er over gehad hoe de boerderij in onze relatie staat. Ik vroeg: ik ben boer, wil je dat wel? Iedere koe die afkalft, daar wil ik bij zijn. Als ik daarin consessies zou moeten doen, zou ik het niet goed doen. Het bedrijf is er altijd, en wéér te laat komen op een verjaardag omdat er een kalf geboren wordt, dat blijft. De conclusie is dat ik in hart en nieren boer ben, maar dat als het erop aankomt, zij wel voorgaat. Dat Nathalie niet uit de sector komt, vind ik een voor- deel. Het is verfrissend dat ze niet in mijn bubbel zit. In de bedrijfsvoering denk ik weleens traditioneel; ik ben blij met haar originele visie. Dankzij haar hebben we bloemenranden. Dat kost vier rijen mais, maar ik vind het super.
‘Ze heeft een enorme drive, ‘kan niet’
bestaat niet bij haar’
Ruzie hebben we eigenlijk nooit. Hooguit hebben we allebei een punt, waarop we ‘agree to disagree’. Dan wil ze bijvoorbeeld de bloemen- rand drie keer zo groot hebben, en dan middelen we. We zijn allebei veel bezig, ook ’s avonds. We hebben een schriftje vol ideeën, waarvan we er af en toe een paar uitwerken. Zij is het brein achter de creatieve ideeën, ik ben van de praktische uitwerking, de vergunningen en het businessplan. Ze heeft een enorme drive, ‘kan niet’ bestaat niet bij haar. Nathalie
heeft de kalveren overgenomen van mijn moeder en dat doet ze goed. Ze moet wel oppassen dat ze zichzelf niet voorbij loopt.
Zelf probeer ik 120 procent in een dag te stoppen en ben daardoor nog weleens te laat. Als ik eens vroeg ben, ga ik nog snel even iets doen en kom dan alsnog laat. Zoals we de boerderij nu draaien, verbindt de boerde- rij ons. Dat kan omdat we onze passie er in stoppen.”
58
Nathalie ‘W
‘Ik roep hem weleens na: denk
erom, jip-en- janneketaal!’
e kennen elkaar van school. Ik deed bloemsierkunst, hij veehouderij. Dat hij boer was, vond ik prima. Toen het seri- euzer werd, zei ik wel tegen hem: mocht
je ooit naar het buitenland willen, dan ga ik niet mee. Ik ben in loondienst geweest en heb een eigen bedrijf gehad. Toen we drie kinderen hadden, kwam ik thuis. Als je niet van een boerderij komt, moet je er wel iets mee hebben. Ik zeg niet dat ik het altijd allemáál leuk vind, maar begrijpen doe ik het wel. Naast de nadelen van de boerderij heb je ook de voordelen. Onze zoons hoefden niet naar een kinderdag- verblijf en als ze van school komen, dan zijn wij er.
Geertjan is niet het type dat 24 uur per dag op de boerderij moet zijn. Hij geniet van de tweede tak, van mensen op het erf. Wij weten goed wat we willen en hoe we het willen. Wat we doen, vind ik erg leuk, ik heb er plezier in om te organiseren of lunches te koken voor groepen.
We zijn echt samen op het bedrijf, maar we doen ieder ons eigen ding. Zo hebben we elkaar altijd wat te vertel- len bij de koffie. We vinden het mooi om mensen van buiten met de groene sector te verbinden. Als Geertjan een groep begeleidt, moet ik nog weleens roepen: ‘denk er om, jip-en-janneketaal.’ Maar als het lukt om een club die denkt niks met de agrarische sector te hebben, toch te bereiken, dan geeft dat voldoening. Waarin we verschillen? Geertjan maakt nog weleens rommel in huis, maar hij vindt juist dat ik van alles op het erf laat slingeren. Waar we allebei niet goed in zijn, is tijd voor onszelf maken.
Er zijn heel veel dingen leuk aan Geertjan. Hij is een enthousiaste, lieve vader en hij staat open voor nieuwe ideeën. Ik had vast niet zoveel opgepakt als hij daar niet zo positief op reageerde. Hij ziet het als kansen. Wij hebben liever iets geprobeerd dat niet werkte, dan dat we een kans laten liggen. Ik vind het leuk dat ik een boer heb getroffen die out of the box kan denken. Als wij iets doen, dan doen we het volledig en niet half. Daarin vullen we elkaar 100 procent aan. We geven elkaar energie.”
BOERDERIJ 104 — no. 38 (18 juni 2019)
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52 |
Page 53 |
Page 54 |
Page 55 |
Page 56 |
Page 57 |
Page 58 |
Page 59 |
Page 60 |
Page 61 |
Page 62 |
Page 63 |
Page 64 |
Page 65 |
Page 66 |
Page 67 |
Page 68 |
Page 69 |
Page 70 |
Page 71 |
Page 72 |
Page 73 |
Page 74 |
Page 75 |
Page 76