search.noResults

search.searching

dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
912 | WEEK 22-23 29 MEI 2019


Waterstof, dé oplossing voor de toekomst?


generatorsets voor kleinere vermogens - bin- nenvaartschepen tot 300 kw en kleinere zee- schepen van visserij of kustvaart. We maken al drie jaar deel uit van het project en hebben 1,5 jaar geleden besloten over te stappen op waterstof. Uit onderzoeken bleek dat met het gebruik van LNG de uitstoot van CO2


welis-


waar verminderde maar niet genoeg. Daarom is overgestapt naar de inzet van waterstof. En daarvoor heeſt de MAH haar opleidingsschip de Emeli ter beschikking gesteld”.


Emeli


Energietransitie, klimaatdoeleinden, milieu- vraagstukken, termen die we dagelijks te- genkomen in de media. Het lijkt over niets anders meer te gaan nu de politiek er regel- matig mee vandoor gaat. De acceptatie dat andere vormen van voortstuwing nodig zijn, is geleidelijk aan wel doorgedrongen. Zo ook bij de binnenvaart. Steeds meer rederijen en scheepsbouwers nemen het op in het beleid.


TRUUS DEN HARTOG


De Belgische rederij CMB gaat heel ver: Alexander Saverys (ceo) wil die sprong ma- ken door in te zetten op waterstof. Eerst wil hij de generatoren aan boord op waterstof laten draaien. “Die zorgen voor elektriciteit in het schip wanneer het ligt aangemeerd. De volgende stap is de kleine scheepsmoto- ren op waterstof te krijgen. Als we daarvoor een goed prototype hebben, proberen we het met de hoofdmotor. Dat vergt ontzettend veel onderzoek”. Hij wil evenwel niet weten van bruine waterstof, geproduceerd met fossiele


brandstoffen. Die wordt al gebruikt in de che- mische industrie. “Wat we nodig hebben, is groene waterstof, die kun je produceren met elektrolyse”, aldus de CMB-ceo.


Grensoverschrijdende samenwerking MariGreen (Maritieme Innovaties in Groene Technologie) is één van de projecten waar- van MARIKO - maritiem competentie centrum gevestigd in Leer, Duitsland - de penvoer- der is. Hoofddoel van het project is verho- ging innovatiekracht, grensoverschrijdende samenwerking bevorderen, gezamenlijke uitdagingen aanpakken en oplossingen vin- den. “MariGreen is een Interreg (interregio- naal) project”, vertelt Arjen Mintjes – direc- teur Maritieme Academie Harlingen (MAH). “Wij zijn begonnen met als hoofddoel het verminderen van emissie van binnenvaart- schepen. Met ‘wij’ wordt bedoeld het consor- tium dat bestaat uit heel veel Nederlandse en Duitse partners. Eén van de programma’s onder MariGreen was ‘LNG plug and play’. Het project wil oplossingen vinden voor


“Een bedrijf kan niet zo maar een schip uit de vaart nemen. Je hebt inbouwtijd nodig. Het besluit om het schip ter beschikking te stellen is tweeledig: ten eerste ten behoeve van mi- lieudoeleinden en ten tweede om onze leer- lingen ermee in contact te brengen en ervan te leren. De nieuwe generatie moet leren om- gaan met nieuwe technieken. Er is nog een derde reden. De Emeli is in 1962 gebouwd en heeſt twee hoofdmotoren. Eén van de die- selmotoren was al eens gereviseerd. De an- der moest nog gedaan worden. De motor is eind december, begin januari vervangen door een elektromotor. De dieselgenerator die de stroom levert overzetten op LNG was dus niet de oplossing. Hoge kosten en toch nog emis- sie. Dat was het moment om te besluiten tot een waterstofoplossing. Het probleem is dat de twee motoren exact hetzelfde vermogen moeten hebben en de schroeven exact het- zelfde aantal omwentelingen. Van diesel zijn de mogelijkheden bekend. Van elektromoto- ren nog niet”.


Proces Kortom een spannend proces dat hopelijk op 23 mei tot een hoogtepunt komt met de pre- sentatie van een varend binnenvaartschip op waterstof. De tweede stap is de inbouw van een brandstofcel van 2.40 m bij 1.40 m bij 0,40 m die werkt op waterstof. Proton Motor Fuel Cells uit München is één van de drie bedrijven die waterstofcellen produceert. Vervolgens is het zaak waterstof te bunkeren. Waterstof is


een restproduct van bijvoorbeeld kolencen- trales. Maar om het echt groen te maken zijn er ook zonnepanelen die waterstof produce- ren. Er bestaat (nog) geen gecertificeerde wa- terstoſtank voor maritiem gebruik. En er is nog geen aan het water gebonden bunkerplek voor waterstof. De Port of Den Helder is ermee bezig, maar dat gaat nog wel een jaar duren. Mintjes: “We maken voorlopig gebruik van stacks, dat is een serie van 12 of 16 flessen. Een stack weegt zo een 1,5 ton. De brandstof- cel levert stroom aan een battery pack (spe- ciale accu’s) die weer de stroom levert aan de motor. De generator is dan niet meer nodig. Dan is de oude dame, het ms Emeli, het eerste schip in Nederland dat op waterstof vaart”.


Tijdelijke ontheffing Voor deze manier van voortstuwing zijn nog geen voorschriſten. Welke certificaten zijn no- dig en wie gaat het certificeren? Mintjes is in gesprek met het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. “Het gaat erom dat we nu de brandstofcel in het ruim kunnen zetten en kunnen voorzien van waterstof, kunnen aan- sluiten en varen. Het is waarschijnlijk dat het ministerie I&W bereid is om een tijdelijke ont- heffing te verlenen op basis van alle gegevens die door de bedrijven die eraan gewerkt heb- ben, zijn verstrekt”. Met de problematiek van de verlening van toestemming tot het gebruik van brandstofcellen (op waterstof, methanol) is men ook al op Europees niveau bezig. Het staat op de agenda van CESNI-techniek (www. cesni.eu/nl/technische-voorschriſten).


Mintjes is enthousiast en voorzichtig. “Het is een ontwikkeling. We moeten er wel mee kun- nen varen. Op de weg is het toepassen van brandstofcellen al goedgekeurd, in de scheep- vaart nog niet. Holthausen uit Groningen rijdt al met een Hesla, een goedgekeurde auto die rijdt met een waterstoſtank. Een tuinautootje ontwikkeld door ROC de Friese Poort rijdt ook op waterstof. En nu de binnenvaart nog”.


61


MariGreen, een succesvolle Duits-Nederlandse samenwerking in maritieme innovaties van groene technologieën


Het MariGreen project is beëindigd, een nieuwe fase is aangebroken waarin de ont- wikkelde innovaties doorontwikkeld en/of verder economisch winstgevend gemaakt gaan worden. Met 68 projectpartners in 12 subprojecten is gewerkt aan vier thema’s; LNG, windenergie, logistieke veranderin- gen en veiligheid. Het slotakkoord van het MariGreen project werd gehouden in Heeg, Friesland op 23 mei jongstleden.


TRUUS DEN HARTOG


MariGreen valt onder het INTERREG V A program- ma en wordt gecofinancierd door een flink aan- tal partijen: het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO), het Nederlandse Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, de deel- staten Niedersachsen en Nordrhein-Westfalen, de provincies Drenthe, Flevoland, Friesland, Gelderland, Groningen, Noord-Brabant en Overijssel. Het totale budget bedroeg 9,9 mil- joen euro, waarvan de helſt voor rekening van de EFRO, een kwart voor rekening van de part- ners en een kwart verdeeld over de Duitse en Nederlandse overheden.


De coördinatie van het project lag bij MARIKO GmbH in Leer, Duitsland in samenwerking met FME, de ondernemersorganisatie voor de tech- nologische industrie in Nederland. Binnen in de werkloods van ‘Scheepsmotoren Heeg’ in een passende industriële omgeving werd de zeer goed bezochte eindconferentie van het MariGreen project geopend door Katja Baumann (MARIKO GmbH) in het Duits en Leo van der Burg


Leo van der Burg en Katja Baumann presenteren het MariGreen project.


(FME) in het Nederlands. Birgit Honé (Minister voor federale en Europese zaken, regionale ontwikkeling in Niedersachsen) en Sander de Rouwe (CDA-gedeputeerde van de Provincie Friesland) benadrukten beiden in hun speech het belang van grensoverschrijdend samenwer- ken en de gunstige resultaten die er het gevolg van waren.


Honé stelde dat ‘groen, zal en moet’ om de we- reld milieuvriendelijker te maken. Zij gaf een overzicht van de ontstaansgeschiedenis van het


project. Het is allemaal in 2009 begonnen met het INTERREG programma MariStart met een onderzoek naar een mogelijke samenwerking in de maritieme wereld in Noord-Nederland en Noord-Duitsland. De innovatieve activiteiten die hieruit zijn ontstaan werden hoofdzakelijk gebundeld in het INTERREG IV project ‘MariTIM – Maritieme technologieën en innovaties, mo- delregio Duitsland/Nederland’. Het in 2015 met succes afgesloten MariTIM-project dien- de als basis en uitgangspunt voor ‘MariGreen, Maritime Innovations in Green Technologies’.


Een samenwerking tussen overheid, kennisin- stituten en het bedrijfsleven bestaande uit voor- namelijk kleine en middelgrote ondernemingen. De ondernemingen zijn leidend, kennisinstituten en overheid faciliterend.


De Rouwe legde de nadruk op de verbinding van het water in Europa en overzee en het belang van de binding die bedrijven, overheden en ken- nisinstituten met elkaar hebben.


Lees verder op pagina 62


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64