search.noResults

search.searching

dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
912 | WEEK 22-23 29 MEI 2019


ONDANKS DREIGENDE VERGROENING TOCH TERUG OP EEN MOTORCHARTER “We leven maar één keer, we doen het!”


Na bijna dertig jaar aan de wal is Berthus van den Berg terug in de vaart met het mo- torcharterschip Flora. Maar aan het begin van zijn eerste seizoen maakt hij zich al zor- gen over de vergroeningseisen die op hem afkomen.


HEERE HEERESMA JR.


Kleine zeilbootjes. Ook voor Berthus van den Berg (1960) begon het daarmee. Daarna kwam de tjalk van zeilschool Krekt oer’t Wetter in Uitwellingerga. In 1979 ging hij varen op de Vertrouwen, een van de eerste motorchar- terschepen van Nederland. “Dat was echt pi- onieren”, vertelt Berthus. “De overheid wist qua regelgeving niet wat ze ermee aan moest. We voeren met buurthuiskinderen. In de zo- mervakantie organiseerden we reizen voor ze, meestal naar Friesland. Op de Vertrouwen heb ik leren varen. Het was de tijd dat er nog geen papieren nodig waren. Ik heb dat een jaar of vijf, zes gedaan. Uiteindelijk heb ik via het KOF mijn Groot Vaarbewijs gehaald. Mijn vaartijd had ik al, dat ging toen veel makkelijker”.


Behalve op de Vertrouwen, zetschipperde Berthus op de zeilende klipper De tijd zal ’t leren. Halverwege de jaren 80 kocht hij van schipper Van Estrik een vrachtschip van 327 ton, de Flora. Ze was onder die naam ge- bouwd in de Friese maten 31,5 bij 6 meter en verlengd tot 42 meter.


Vanwaar die keuze voor de vrachtvaart? “Ik zat in die zeilvaart en was een beetje klaar met die groepen Duitse schoolkinderen. Ik had vrienden in de vrachtvaart met wie ik weleens meevoer en dat leek me ook wel leuk”. Berthus voer over de beurs, meest- al uit Rotterdam, en lag in de Leuvehaven met andere schepen in zijn maat. Het was de tijd van de schippersacties tegen Granaria. “Financieel zwaar, veel gedoe”. In de Flora stond een Bolnes 6L en de directeur van de Bolnesfabriek vroeg Berthus of hij een week mee wilde op karwei. “Die week werd een halfjaar. Ik was van schipper monteur


komen vaak uit Amerika en Italië. “Het leuk- ste van dit werk zijn de gasten”. Dit jaar staan er 29 reizen op stapel; 26 in Nederland en drie in Duitsland.


Berthus van den Berg voor de Flora. “Het leukste van dit werk zijn de gasten”.


geworden. Het was niet zo dik in die tijd met een klein scheepje en dit was aardig lucra- tief. Er waren toen nog veel Bolnesmotoren. En ik vond het leuk. Toen er na anderhalf jaar een nieuwe saneringsregeling kwam, heb ik de Flora laten saneren. Er waren ook kinderen gekomen en dan sta je voor de keuze om ze naar het internaat te sturen of aan de wal te gaan wonen. Ik heb voor het laatste gekozen”.


Gasten


Berthus heeſt een jaar of tien als monteur van Bolnes- en Wärtsilamotoren gewerkt. “Maar je wordt wat ouder en ik wist niet of dat vol te houden was tot je 68ste. Dus toen heb ik me omgeschoold tot docent schei- en natuurkun- de. Ik heb jarenlang als docent gewerkt en nu de laatste telg aan het uitvliegen is, had ik zo- iets van: wat doen we?”


Drie jaar geleden werd Berthus door de eige- naar van een aantal motorcharterschepen in het Amsterdamse Oosterdok gevraagd of hij


Foto Heere Heeresma jr.


hem als schipper wilde aflossen. Die drie jaar voeren Berthus en zijn vrouw Jonne Muller een aantal weken als aflossers op motor- charters en dat beviel hen erg goed. “En toen kwam de kans om de Jelmar te kopen. Mijn vrouw en ik hebben elkaar diep in de ogen ge- keken en toen zeiden we: we leven maar één keer, we doen het! Dus 30 november hebben we het schip gekocht”. Opmerkelijk genoeg was de Jelmar in 1929 bij de Noord Nederlandse Scheepswerf te Groningen gebouwd onder de naam Flora en Berthus en Jonne gaven haar die oorspron- kelijke naam terug. Hun tweede Flora meet 40 bij 6 meter en heeſt een 280 pk Caterpillar. Er zijn tien tweepersoons hutten met ei- gen douche en toilet. “En bedjes op de vloer. Stapelbedden sterven uit in deze tak van sport”. Het seizoen is inmiddels losgebroken en de Flora wordt geboekt door Boat & Bike en HAT Tours. “En we hebben nog connecties die direct bij ons boeken. Die mix willen we graag houden”. De gasten zijn veelal 40+ en


Bedreiging De Flora heeſt een Rijncertificaat, maar Berthus noemt het “lastig” om die te behou- den vanwege de overgangseisen. “We zijn re- latief klein, dus de investeringen zijn groot. Dit jaar moesten we een automatische brand- blusinstallatie in beide machinekamers laten aanleggen. De eisen aan veiligheid, dat snap ik wel. Maar van sommige eisen kan je je af- vragen in hoeverre die relevant zijn. Waar ik het meest bang voor ben, is de vergroening. In hoeverre kunnen wij daar nog aan meedoen? Kun je een CCR 5-motor in een schip voor 20 passagiers laten zetten? Is dat wel renda- bel, kan dat wel uit? Als de vergroening snel- ler gaat dan wij als kleine schepen kunnen opbrengen, zou een gezonde beroepsgroep met voldoende werk om zeep kunnen worden geholpen”.


Minder bedreigend, maar daarom niet minder vervelend, zijn de hoge havengelden. Zo hoor- de hij dat in Keulen 700 euro betaald moet worden voor een ligplaats voor 24 uur. Dan maar geen Keulen? “Of een steigertje probe- ren te vinden dat goedkoper is”. In Nederland vindt Berthus vooral de aantiktarieven bui- ten proportie. “Als ik bijvoorbeeld aantik in Volendam wordt er eerst heel moeilijk over gedaan of ik überhaupt mensen mag afzetten. En als het mag, moet ik een stevig aantik- tarief betalen. We liggen er drie kwartier en maken van geen enkele voorziening gebruik. Dan denk ik: come on!”


Een andere bron van zorg is het onderhoud aan bruggen en sluizen. “Het gebeurt regel- matig dat die gesperd zijn, ook voor lange tijd. Je moet ongelooflijk goed opletten, want het is niet meer vanzelfsprekend dat doorgaande routes in Nederland bevaarbaar zijn. Je moet heel alert zijn en op tijd mailen en aanvragen, want anders lig je daar met je passagiers”.


37


Het moedeloze gevoel van een zandschipper


“Ik ben al bijna 25 jaar lid van de VZ&G/CBRB en Koninklijke BLN-Schuttevaer. Ik ben er van overtuigd dat zij hun uiterste best doen om mijn belangen te be- hartigen. Maar…


De overheden zijn groot en ontoegankelijk en hun werkwijze ondoorgrondelijk. Onze problemen ingewik- keld! Het is voor een overheid ook onmogelijk om het iedereen naar de zijn te maken. Samen leven is geven en nemen. Mensen wonen graag in de stad en het liefst aan de waterkant. Maar dan niet met een naar Petrol stinkend schippertje voor de deur.


De schepen waar Rotterdam z’n bestaan en welvaart voor een groot deel aan heeſt te danken, zijn op veel plaatsen niet meer welkom! Denk aan het Haringvliet, Boerengat, Rijnhaven, Parkhaven enzovoorts. Ook bin- nen de Parksluis wordt het gebied momenteel volge- bouwd met luxe appartementen. Daar komen waar- schijnlijk mensen wonen met geld en dus met meer invloed en macht dan de gemiddelde zandschipper.


De Parksluis is gebouwd omstreeks 1930. Volgens mij reed men toen nog met paard en wagen en af en toe met een tram. En de meeste luxe-motorschepen voe- ren gewoon onder de bruggen door. Geen problemen dus. Het verkeer is gigantisch toegenomen, maar de in- frastructuur en de bruggen zijn nog steeds hetzelfde. Als we nu een brugopening nodig hebben, worden we vuil aangekeken - op een aantal toeristen na die ons juist fotograferen. En ik geef ze geen ongelijk, want bin- nen afzienbare tijd worden deze plaatjes uniek. Ik vraag mij weleens af of er iemand is die voor een


slagboom staat te wachten wanneer wij langsvaren, die zich dan realiseert dat er zo’n 1200 ton zand voor- bij komt. Zand dat misschien bedoeld is voor de aan- leg van de nieuwe ring van Rotterdam-Noord (Groene Boog). Een project om het fileprobleem aan te pakken. Als wij door de stad varen (stationair) dan stoten wij minder CO2 uit dan één vrachtwagen die steeds moet afremmen en optrekken. 1200 / 30 = 40 vrachtwagens.


Je zou toch zeggen: goed bezig schipper! Ja ja… be- halve als je op een schipper moet wachten achter een slagboom. Of als de schipper zijn schip parkeert om te rusten of om weekend te houden. Dan krijgt de schip- per een proces-verbaal. Als er geen borden staan mag je er niet meren, zeggen ze. Er hebben nooit borden ge- staan! En m’n opa lag ook al in de Coolhaven.


Hoe moeten we ‘just-in-time’ varen, als we te maken hebben met spertijden en we nergens mogen vastma- ken om te wachten voor een brug of om te overnach- ten? Moeten we dan met z’n allen ‘s morgens tussen 6 en 7 uur naar binnen schutten?? Of zullen we dat zand aan de Nessedijk gaan lossen, zodat alles per as dwars door de stad moet worden gereden? En zo zijn er tal van voorbeelden.


Goes. Een mooi stadje aan het water. Wij losten daar vroeger vaak en graag. Ernaast was een kinderboer- derij en je lag dicht bij het centrum. Je had er 1 asfalt- centrale, 1 betoncentrale, 1 zandhandel en 3 betonfa- brieken. Nu: alleen huizen en recreatie. En als er een schipper uit Goes thuis wil liggen met kerst, dan zegt men doodleuk dat hij beter in de Sloehaven kan gaan liggen. Onlangs sprak ik een ambtenaar die zeer ver- baast was dat wij met ons gezin aan boord woonden. Hij wist niet dat je op zo’n boot kon slapen - laat staan wonen.


Maassluis. Ook een mooi stadje aan het water. Heel veel mensen willen daar wonen. Er wordt dus volop gebouwd. Maassluis heeſt van oudsher een haven in de bebouwde kom. Ideaal, zou je zeggen. De bouwmaterialen kunnen voor de deur worden afgeleverd. Maar het wordt ons vrij- wel onmogelijk gemaakt. Het is een getijdenhaven, we kunnen dus niet altijd naar binnen (te laag of te hoog wa- ter). Verder hebben wij te maken met bedieningstijden en spertijden. In de buitenhaven kunnen we nergens vast- maken. En als de metrolijn naar Hoek van Holland straks klaar is, moet er iedere tien minuten een metro over de brug.


Maassluis een ideale losplek voor de schippersvrouw; zij kan even naar de bakker en de markt. Het kan bijna ner- gens meer! Het is natuurlijk niet zo gek dat de meeste schippersvrouwen zijn afgehaakt. De schippersinterna- ten vrezen voor hun voortbestaan (massale leegloop) en de kleine schepen verdwijnen één voor één naar de oud- ijzerboer. De ‘Door gunst verkregen’ - een oud IJsselaakje - is tegenwoordig op veel evenementen een attractie! Je kon met zo’n scheepje overal zand brengen en lossen met de mast en de giek. Geniaal! Wat een nostalgie.


Over 20 jaar wordt Kees Broere nog eens gevraagd of hij met z’n oude scheepje de ‘Cornelis sr’ een vracht zand wil varen over de Delfshavense Schie. Waarschijnlijk tijdens één of ander evenement -voor de nostalgie! Uiteraard met speciale ontheffing, want dieselmotoren zijn tegen die tijd uit den boze. En dan zullen er ongetwijfeld men- sen zitten op het balkon of dakterras van hun luxe appar- tement langs de Coolhaven, die dan bij zichzelf denken: “Wat ging dat vroeger toch mooi, met zo weinig energie zoveel zand van A naar B brengen”. Ze waren vroeger zo gek nog niet!”


Kees Broere Mbs ‘Cornelis sr’


INGEZONDEN


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64