search.noResults

search.searching

saml.title
dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
870 | WEEK 42-43 18 OKTOBER 2017


39


Schipper Arjen Stienstra van de ‘Aurora’: “Ik doe dit werk heel graag, maar zie toekomst spitsenvaart niet positief in”


gehad met Johan Overmeer, die verschillende spitsen had varen met personeel. We hebben een overeenkomst gesloten en ik ben daar in dienst gekomen. In het begin samen met een goede vriend van mij; later voer ik alleen.De spits was daar ook voor uitgerust. Toch probeer- de ik ook vaak samen te varen met vrienden en bekenden uit de spitsenvaart. Samen ging het dan met de ‘Varia’ naar Zuid-Frankrijk. Als er iemand is, die je iets kan vertellen over de spit- senvaart, dan is het Gerard van de Varia wel”.


Oudere en ook jongere spitsenschippers heb- ben – of ze nu Belg, Fransman of Nederlander zijn – in overgrote meerderheid een aantal dingen met elkaar gemeen: ze doen niets liever dan varen en hun favoriete vaargebied is Frankrijk, hetgeen voor de vaak chauvinisti- sche Franse schippers natuurlijk de gewoonste zaak van de wereld is.


JAN SCHILS


Maar dit optimisme heeſt ook een keerzijde: niet weinig spitsenschippers vrezen op de wat lan- gere duur voor het voortbestaan van hun sector, ook al zou die met enige politieke goodwill, begrip en steun het oververzadigde wegennet in grote delen van Europa aanzienlijk kunnen ontlasten.


De oudere schippers zitten er vooral mee in, dat zij dikwijls geen opvolger hebben. De jongere schippers worden afgeschrikt door grote inves- teringen die ze moeten doen om als eigenaar een spits op de kop te kunnen tikken. Als het dan toch – hoe dan ook – lukt, gaat er een we- reld voor hen open.


“Teveel schepen verdwijnen en er is nauwelijks opvolging…” Op deze regel vormen Arjen Oetze Stienstra, schipper en eigenaar van de spits ‘Aurora’, 34 jaar en geboren in Rotterdam, en zijn vriendin Amanda Bouman, 27 jaar en eveneens geboren in Rotterdam, geen uitzondering. Stienstra: “Ik doe dit werk heel graag en zou er ook het liefst mijn pensioen mee willen halen. Maar ik denk dat dit er niet in zit”.


Gevraagd naar dat toekomstperspectief, verdui- delijkt hij wat somber: “Ik zie de toekomst voor de spitsenvaart momenteel niet positief in. Er verdwijnen heel veel schepen uit de markt. Ook opvolging is er nauwelijks. De schip- pers die er nu zijn, zet- ten zich prima in, maar je gaat het daarmee alleen niet redden. Als er zoveel beschik- bare scheepsruimte verdwijnt, gaat ook het werk verdwijnen. Dat is zo in het verleden al vaak gebeurd en ik zou niet weten, waarom dit nu niet het geval zou zijn.”


Er zijn volgens Steinstra verschillende oorzaken voor de teloorgang van de kleine binnenvaart, zoals onder meer de onbekendheid bij de verladers met de grote mogelijkheden, die de spitsenvaart te bieden heeſt en de weinige belangstelling voor de sector vanuit politiek en overheid.


Meer specifiek snijdt Stienstra de wellicht groot- ste financiële handicap aan: “Kleine schepen kun je bijna niet meer financieren. De minimale inbreng is gewoon 50 procent. Een goede spits


koop je voor ongeveer een ton. Maar dan moet de wel 50.000 euro op zak hebben en dat heeſt lang niet iedereen, zodat heel wat mensen afhaken. Ook de technische eisen van de Cen- trale Commissie voor de Rijnvaart (CCR) en het boetebeleid van ILenT maken het te allemaal niet gemakkelijker op. Zelf ben ik lid van de Algemeene Schippers Vereeniging (ASV), die heel veel doet op dat vlak, ook al staat zij be- kend als een eerder ‘kleine club’. Maar dat klopt helemaal niet, want steeds meer eigenaars van grotere schepen worden lid”.


Morgenstond Stienstra groeide samen met twee zusjes op aan boord van de ‘Morgenstond’, de spits van zijn ouders. Het verhaal van zijn jeugd is er een, waarin veel andere schipperskinderen zich zullen herkennen: “Wij voeren, voordat we naar het internaat of school moesten, voornamelijk op Zuid-Frankrijk. Hoe verder hoe beter! Af en toe, als we ergens een week ofzo op de beurs of aan een werf lagen, probeerde mijn moeder ons naar een lokale kleuterschool te laten gaan. Ook voer mijn vader veel op Duitsland. Daar kwam je weer een stuk sneller aan een reis naar Frankrijk, dan wanneer je bijvoorbeeld in Rotterdam op de beurs kwam. Zo hebben we geladen in Bamberg aan de Main, in Hamburg en Rendsburg. De spits kon tenslotte overal komen”.


Arjen Stienstra


De aanstaande Seine-Nord Europe verbinding doet het hele spitsenverhaal geen goed


Internaat In 1990 was het dan zover. Zoals zovele schip- perskinderen moest Stienstra naar het schip- persinternaat in Terneuzen. Voor de weekenden haalde zijn moeder hem en zijn zusjes terug aan boord. Toen al stond het als een paal boven wa- ter vast dat hij later wilde gaan varen. Stienstra: “Iets anders interesseerde mij niet. Op 15-jarige leeſtijd ben ik aan boord van mijn vader geko- men. Toen ik 16 werd, ben ik begonnen op het STC (Scheepvaart- en Transport College) in Rotterdam met de BBL-opleiding matroos. Dit hield in: een week of zes varen en dan twee weken theorie op school. Ik vond dat een prima combinatie. Toen ik 18 jaar was, ben ik bij mijn vader van boord gegaan, om toch eens een andere soort scheepvaart te zien. Mijn vader vond dat een goed idee. Ik


ben als matroos op de Amazone gaan varen, een vrachtschip van 95 x 9 meter en 1700 ton. Hiermee voeren wij veel op de Rijn en haar zijri- vieren. Twee jaar later ben ik op de chemietan- ker Valiente van Sander Schipper gekomen als stuurman. Dat was voor mij qua varen een heel goede leerschool. Met Sander en collega’s uit die tijd heb ik nog geregeld contact. Na de Va- liente ben ik op het koppelverband Lynn-Lynn 2 gekomen. Daarop heb ik bijna zes jaar gezeten”. Intussen bleef de spitsenvaart toch zijn aan- dacht trekken. Stienstra: “Ik had al eens contact


Eigen baas Hoe prettig hij zich ook voelde in zijn job in loondienst aan boord; toch begon het bij Stienstra te kriebelen om zelf een spits te kopen en om eigen baas te zijn. En dat lukte hem ook. Stienstra: “Alleen is dat niet zo maar gedaan. Banken zijn zeer terughoudend met het finan- cieren. Maar die terughoudendheid is nergens voor nodig hoor! Je vaart het gemakkelijk op. Alleen de winstpercentages zullen wellicht wat te mager zijn...” Hij vervolgt: “Na verschillende spitsen te heb- ben bekeken, kreeg ik van Johan Overmeer een aanbod om de ‘Tesco 5’ over te nemen, een mooie jonge spits van de werf Peters in Dedemsvaart en gebouwd in 1965 als ‘Rival’ voor Henk Frantzen. Uiteindelijk heb ik de financiering rond weten te krijgen, gedeeltelijk via de bank en gedeeltelijk via investeringen van vrienden en familie. In februari 2015 werd de Tesco omgedoopt in de ‘Aurora’.” Aan het einde van dat jaar kwam Amanda aan boord mee voor een vakantiereisje. Die vakantie duurt inmiddels al bijna twee jaar en er is een kleine opkomst, die we begin januari verwachten”.


Kunstmest Samen vaart het tweetal voornamelijk met kunstmest van Amsterdam naar Berry au Bac voor de NPRC en meestal met brouwgerst terug vanuit de regio Reims naar Lieshout. Stienstra: “Dat gebeurt met een vaste ploeg van 14 sche- pen. Mocht er ruimte zijn, dan doen we werk voor andere bevrachters en andere laad- en losplaatsen. We proberen minimaal één keer per jaar naar Zuid-Frankrijk te varen. Gewoon omdat we dat leuk vinden en het afwisselend is. Ons vaargebied is overigens heel erg afwis- selend”. “We varen vanuit de zeehavens het achterland in en door de Franse kanalen. Je vaart vaak langs de mooiste plekjes, prachtige natuur en vooral rust om je heen. De Franse kanalen zijn vaak honderden jaren oud. Het is net of de tijd heeſt stilgestaan. Gemiddeld 12 uur per dag worden de sluizen bediend, van 7.00 tot 19.00 uur. Het verschilt van kanaal tot kanaal . Er wordt wel eens gezegd dat de staat van de in- frastructuur zwaar vervallen is. Er zijn uiteraard heel wat verbeterpunten, maar eigenlijk valt het best wel mee hoor”.


Waterplanten “Veel sluizen zijn geautomatiseerd en de laatste twee jaar wordt er ook geregeld gebaggerd. Nu moeten ze wel een gigantische achterstand wegwerken en dat gaat ze nooit meer lukken, maar anderzijds wordt er wel degelijk wat gedaan. Wat wel een heel groot probleem is in de zomer, zijn de waterplanten. In sommige kanalen moeten de spitsen er echt doorheen ploegen en dat gaat ten koste van de snelheid”.


Arjen Stienstra sluit zijn relaas af met een persoonlijke noot: “De aanstaande Seine-Nord Europe verbinding doet het hele spitsenver- haal geen goed. Toch zal er altijd wel wat werk overblijven in de spitsenvaart, maar of dat voldoende zal zijn om daar met een jong gezin van rond te komen, is een andere vraag. De toekomst zal het leren! Het combineren van onze job met het gezinsleven gaan we doen zoals onze ouders dat ook deden. Zoals het er nu naar uitziet, willen wij ons kind ook naar een schippersinternaat sturen. We zullen zien wat de toekomst brengt. Dat duurt immers nog een jaar of zes”.


“Nooit interesse in scheepvaart gehad, maar nu zou ik niet meer anders willen”


Amanda Bouman, Arjens levensgezellin op de Aurora, stamt weliswaar uit een schip- persgezin maar geeſt toe, dat zij eigenlijk nooit interesse heeſt gehad in de scheep- vaart: “In de winter was het maar koud, nat en glad aan dek. Ik ging wel eens mee met mijn broers op het water in de vakantie als het mooi weer was. Na mijn middelbare school ben ik de ouderenzorg ingegaan en heb ik daarvoor mijn papieren behaald. Ik heb zes jaar in de zorg gewerkt. Dat heb ik altijd met plezier gedaan, behalve het laat- ste jaar toen het begon tegen te zitten”.


Amanda is de dochter van Eduard Bou- man en Wiea van Gelder. Zij voeren op het droge-ladingschip ‘Shalom’, een schip van 100 x 9,50 meter. Ook Amanda volgde het patroon van de meeste schipperskinderen: “Ik zat op internaat in Nijmegen. Toen ik 9 jaar werd, zijn mijn ouders gestopt met varen en zijn wij in Tolkamer gaan wonen. Mijn vader deed veel afloswerk en loodsen, mijn moeder was huisvrouw. Ik heb drie broers, van wie de oudste, Johan, samen met Janneke Stam met de ‘Allegro’ van 105 x 10,50 meter in de Rijnvaart zit. Mijn jongste broer, Peter, vaart met zijn vrouw Mariska op de ‘Maris’, een schip van 80 x 8.20 meter eveneens op de Rijn. De middel- ste broer Ferry is aan de wal gebleven en woont en werkt in Rotterdam in de horeca”.


Amanda ontmoette Arjen in 2008 in een café in Terneuzen. Samen ontdekten zij dat haar moeder en zijn moeder col- lega’s waren bij Rijkswaterstaat en tevens vriendinnen. Amanda: “Wij hebben daarna altijd contact gehouden. Toen ik hoorde dat Arjen in december alleen een reis naar Zuid-Frankrijk ging doen, ben ik meege- gaan als vakantieganger. Dat is in een relatie uitgemond. Ik zit nu voor vast aan boord en daar heb ik tot op vandaag geen enkele spijt van gehad”.


Baby op komst “Ik wist waar ik aan begon en nu met een baby op komst, vind ik dat wij als spitsen- schippers ons kind een rijk en bijzonder leven kunnen geven. Ze zal in contact komen met veel verschillende mensen en gebruiken. Ik was de Rijnvaart gewend en dat betekende veel varen. Ik weet niet an- ders dan dat mijn vader veel in de stuurhut zat, een hard werkende man die zijn vier kinderen niks tekort wilde doen. Toch was de Rijnvaart iets dat ik niet wilde. Maar nu ik met Arjen op de Aurora zit met onze hond Lila en met een kleine op komst, heb ik mijn draai gevonden. Ik zou niets anders meer willen”.


Amanda Bouman en Arjen Stienstra van de ‘Aurora’.


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52