search.noResults

search.searching

dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
34


Britse opperbevelhebber Wellington en de Pruisische generaal Blücher elk apart te verslaan. Maar dat lukte niet. Want toen op 18 juni 1815 bij Waterloo (ten zuiden van Brussel) de slag plaatsvond, arriveerde op het juiste moment alsnog het Pruisische leger. Napoleon werd verslagen. De dag ervoor was er voor hem trouwens al een tegenvaller geweest. Toen hadden bij Quatre Bras moedig standhou- dende Nederlandse troepen de Franse opmars verstoord.


Ouderwets Napoleon werd gezien als een geniaal bevelhebber. Maar de Slag bij Waterloo toonde weinig genia- liteit. Het Franse leger probeerde simpelweg door aanvallen met cavalerie en infanterie en met inzet van een ‘grande batterie’ van tachtig kanonnen de vijand te verslaan. Van zijn kant zette Wellington in op stand- houden en tegenaanvallen. Waterloo was ook een ouderwetse slag. De strijd was hevig maar kort, hij duurde van de late ochtend tot de avond, en er waren – naast dodelijk artillerie- en geweervuur – veel nabijgevechten met gebruik van lansen, sabels en bajo- netten. Zoals altijd waren de gevolgen gruwelijk. Na afloop lag het slagveld bezaaid met doden en creperende gewonden. Ook draafden er paarden rond, veelal gewond en soms met een dode ruiter nog in het zadel. Aan de coalitiekant vochten ook ruim achttienduizend Nederlanders. Drieduizend van hen kwamen om of raakten gewond. Nederlandse mili- tairen speelden niet alleen een belang- rijke rol bij Quatre Bras, ook tijdens de slag zelf waren er memorabele momenten. Zo zette de Nederlandse generaal Chassé aan het einde van de veldslag met zijn troepen een cruciale aanval in tegen Napoleons befaamde Keizerlijke Garde. In de nogal natio- nalistische Engelse geschiedschrijving is de Nederlandse bijdrage evenwel lange tijd gekleineerd en zelfs bela- chelijk gemaakt. Alle eer ging naar Wellington.


Slag aan de Somme Zomer 1916. Het tweede oorlogsjaar was aan het westelijk front een jaar van grote slagen. Bij Verdun probeerden de Duitsers door aanhoudende aanvallen het Franse leger te laten ‘doodbloeden’, een nogal cynische strategie. Op hun beurt openden Britten en Fransen bij de Somme een groot offensief. Ze hoopten een doorbraak te bewerkstelligen. Vooral de eerste dag van de slag is berucht vanwege de totale mislukking en enorme verliezen. Het wordt vaak gezien als illustratie van het gezegde ‘lions led by donkeys’: dappere soldaten die tijdens WO I door incompetente en harteloze generaals de strijd in werden gestuurd. De slag aan de Somme was vooral een Britse operatie. Opperbevel- hebber Haig liet als voorbereiding een week lang met bijna vijftienhonderd kanonnen de vijand bestoken. Op 1 juli volgde de massale infanterieaanval. De militairen werd bevolen in wandel- tempo over het niemandsland tussen de beide linies te lopen. De artillerie had de Duitsers immers al uitgescha- keld. Het ontaardde in een ongekende slachting met op die eerste dag ruim boven de vijftigduizend Britse gesneu- velden en gewonden. De Duitse troepen hadden namelijk in hun schuil- plaatsen de beschietingen overleefd en openden een vernietigend vuur op de wandelende massa’s.


III


Dwazen? Waren Haig en de zijnen inderdaad dwazen die vanuit hun in luxueuze chateaus gevestigde hoofdkwartieren bijna misdadige bevelen gaven, zoals het na 1918 door velen werd gezien? Ja en nee. Ja, omdat het beperkte effect van de artilleriebarrage voorzien had kunnen worden. En ook omdat de ‘wandelopdracht’ soldaten


zelfs bij geringe tegenstand tot schietschijven maakte. Hier staat tegenover dat alle toenmalige bevel- hebbers worstelden met het feit dat de verdediging – dankzij loopgraven, prikkeldraad en mitrailleurs – sterker was geworden dan de aanval. Daarin kwam pas verandering door de intro- ductie van tanks, vliegtuigen en op het slagveld bruikbare radioapparatuur. Infanterie kon daardoor per radio gericht artilleriesteun of luchtaan- vallen inroepen, tankcommandanten konden tijdens gevechtsacties goed communiceren. Maar zover was het in 1916 nog lang niet.


IV


Slag om Den Haag Mei 1940. Toen Duitsland in 1940 Nederland binnenviel, werd met een strategische overval op Den Haag geprobeerd direct de regering en belangrijkste commandocentra uit te schakelen. Daarvoor werden parachutisten en een luchtlandingsdivisie ingezet. Opdracht was de vliegvelden rond Den Haag te veroveren en zo snel mogelijk naar het stadscentrum op te rukken. Het was de grootste luchtlandingsoperatie die de wereld tot dan toe had gezien. Toch werd het een fiasco, een uitzonderlijke maar internationaal weinig bekende nederlaag in de succesvolle blizkriegoffensieven tegen Nederland, België en Frankrijk.


Mislukt Het lukte de Duitsers de vliegvelden te veroveren, maar ze hadden er niets aan. Zo slaagden bij Ypenburg parachutisten er niet in het terrein in handen te krijgen voordat de transportvliegtuigen, waarmee de


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65  |  Page 66  |  Page 67  |  Page 68  |  Page 69  |  Page 70  |  Page 71  |  Page 72  |  Page 73  |  Page 74  |  Page 75  |  Page 76