search.noResults

search.searching

dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
10


Leiderschap


bevelhebbers Bijzondere


Wat maakt een generaal een goede leider? Welke eigenschappen heb je nodig? De generaals Winkelman, Spoor, Couzy en De Kruif deden in verschillende tijden en onder verschillende omstandigheden hun werk. Hoe deden ze dat?


Tekst Rein Bijkerk Illustratie Erik Kriek Henri Winkelman (1876–1952) De pragmatische generaal


Winkelmans generaalskwaliteiten zijn makkelijk te onderschatten, want de strijd tegen de Duitse aanvallers duurde maar vijf dagen. Hij was echter een uitstekend militair leider. Begin februari 1940 werd de toen 63-jarige generaal Winkelman opperbevelhebber van de gemobiliseerde Nederlandse krijgsmacht van bijna 300.000 manschappen. Dat was een grote verrassing, ook voor hemzelf. Hij was in de jaren dertig al met pensioen gegaan, maar door de mobilisatie weer in actieve dienst. Zijn voorganger, generaal Reynders, was niet in staat soepel om te gaan met het kabinet. Er waren voortdurend conflicten, ook over de militaire strategie, wat leidde tot een vertrouwensbreuk. In de haastige zoektocht naar een opvolger kwam Winkelman in beeld. Die zei na korte bedenktijd volmondig ja. De nieuwe opperbevelhebber maakte met zijn rustige en kundige optreden meteen indruk. Winkelman kreeg het vertrouwen van kabinet en koningin Wilhelmina en zou dat behouden tijdens de oorlogsdagen in mei 1940. Winkelmans tweede verdienste was dat hij het verdedigingsplan op nuchtere wijze aanpaste aan de beperkte mogelijkheden van het matig geoefende en


bewapende leger. Nóg meer kwam het accent te liggen op de verdediging van de Vesting Holland (ruwweg het gebied van de huidige Randstad) en op het strijden vanuit vaste stellingen met loopgraven en kazematten. Dat was nu eenmaal makkelijker dan het voeren van beweeglijke gevechten. Doel was standhouden totdat Britse en Franse militaire hulp arriveerde, waarna men gezamenlijk verder zou vechten. Toen de strijd op 10 mei 1940 uitbrak, gaf Winkelman op evenwichtige en besluitvaardige wijze leiding. Hij deed dat in een aanvankelijk zeer onoverzichtelijke situatie (door verrassingsacties van Duitse parachutisten en luchtlandingstroepen) en in een situatie die snel penibel werd door de felle strijd om de Grebbeberg en de opmars van Duitse tanks door Brabant. Nadat Rotterdam zwaar was gebombardeerd en het erop leek dat andere steden zouden volgen, besloot Winkelman tot capitulatie. Dat was een weloverwogen en, gegeven de militaire toestand, wijs besluit. Zeker omdat de regering zich al in Engeland bevond om van daaruit de strijd voort te laten zetten.


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65  |  Page 66  |  Page 67  |  Page 68  |  Page 69  |  Page 70  |  Page 71  |  Page 72  |  Page 73  |  Page 74  |  Page 75  |  Page 76