Circulair viaduct | beeldrechten: Rijkswaterstaat
Energieverbruik en emissies in de keten
Energieverbruik en emissies in de keten gaat enerzijds over de CO2
-reductie in de
inkoopketen, anderzijds over de emissies die voortkomen uit de eigen bedrijfsvoe- ring. Peter Struik: “Over de CO2
-reductie
in de inkoopketen hebben we het al gehad bij de programma-aanpak en de duurzame uitvoering. In de bedrijfsvoering heeft ieder bedrijf te maken met energiege- bruik. Het is dus van belang om een goed inzicht te hebben in hoe het gebruik is opgebouwd. Bij het beperken van het energiegebruik valt de grootste winst te behalen bij de ‘energieolifanten’. Bij Rijks- waterstaat zijn dat de eigen auto’s, de rijksvloot, de tunnels, openbare verlich- ting en de gebouwen. “Rijkswaterstaat is van plan om de lease- en poolauto’s het komende jaar te vervangen door volledig elektrisch aangedreven auto’s. De rijks- vloot is een heel ander verhaal. De tech- nologie van motoren en brandstof is nog onvoldoende duurzaam ontwikkeld en nog te duur om nu al toe te kunnen pas- sen. In het kader van de CO2
-prestatielad-
der moeten we bij de rijksvloot nog een flinke slag maken. Bij de tunnels kijken we met name naar het efficiënter gebruik van verlichting en installaties. Een mooi voor- beeld is de Gaasperdammertunnel, waar het asfalt lichter van kleur is uitgevoerd, waardoor extra reflectie optreedt en er minder lichtinval nodig is.
Ook de toepassing van dimbare ledver- lichting geeft een behoorlijke energie- reductie. Voor de openbare verlichting hebben we het plan om vanaf volgend jaar gloeilampen te vervangen door led- verlichting. Onze gebouwen zijn veelal van het Rijksvastgoedbedrijf en daarin volgen we hun initiatieven. Daar boven- op verkennen we in afstemming met en op verzoek van EZK de mogelijk- heden om zonnepanelen toe te passen op eigen gebouwen. Hiertoe is recent een offerte opgesteld voor Economi- sche Zaken en Klimaat. Het grootste succes bereiken we als we goed zicht hebben op onze CO2
-productie en we
een actieprogramma hebben waarin we stelselmatig het gebruik kunnen terug- dringen.”
Circulariteit
In 2030 wil Rijkswaterstaat circulair werken, zowel in de eigen bedrijfs- voering als in de projecten en inkoop. Dat betekent dat Rijkswaterstaat zo
“EXPERTISE BESCHIKBAAR STELLEN AAN HET MULTIFUNCTIONEEL INRICHTEN VAN GEBIEDEN”
weinig mogelijk primaire grondstoffen wil gebruiken en bestaande materialen hoogwaardig wil hergebruiken. Circulari- teit op zich is geen nieuwe ontwikkeling, volgens Peter Struik. “De hoogwaterbe- scherming, de dijkenbouw en de kustver- dediging is van oudsher al circulair. Ook in de asfaltbranche is er volop aandacht voor hergebruik. Voor kunstwerken is circulariteit wel een nieuw fenomeen. Daar bevindt circulariteit zich in de ver- kennings- en ontwikkelfase. Het ontwer- pen, het gebruik en het hergebruik over de levensduur van een kunstwerk heen is nu nog een hele puzzel. Daar komt nog een digitale component bij, omdat van ieder kunstwerk, na gemiddeld 50 jaar gebruik, moet worden vastgelegd wat er in zit en wat de specificaties zijn. Als pilot is er in 2018 één circulair viaduct gebouwd bij de Reevesluis in Kampen. Waar een regulier viaduct nu na 30 tot 50 jaar wordt gesloopt, is de levensduur van het circulaire viaduct ongeveer 200 jaar, dus bijna 6 keer zo lang. De syste- matiek van circulair bouwen is een zeer geschikte methode om het gebruik van grondstoffen te beperken.”
Samenwerking
De verantwoordelijkheid voor de ruimte- lijke ordening is in Nederland decentraal belegd bij de provincies. In het kader van de nieuwe Omgevingswet is de NOVI opgesteld, waarin de uitdagingen en de keuzes, die we moeten maken bij maat- schappelijke ruimteopgaven worden geformuleerd. Bijvoorbeeld ruimte voor de bouw van 1 miljoen nieuwe wonin- gen, het duurzaam opwekken van ener- gie, klimaatverandering en de overgang naar een circulaire economie. Peter Struik: “De vertaling van de NOVI leidt tot gebiedsagenda’s, waarmee provin- cies, gemeenten, burgers en belangen- groepen aan de slag gaan. Het Rijk is sectoraal georganiseerd, waardoor ieder ministerie vanuit haar eigen verantwoor- delijkheid ruimteclaims heeft. De ruimte is echter beperkt in Nederland, dus dat vraagt om een multifunctionele aanpak. Rijkswaterstaat heeft veel kennis over het multifunctioneel inrichten van een gebied en wil die kennis dan ook graag inzetten voor dit doel. De kennis ligt op het gebied van infra, water, waterveilig- heid en omgevingskwaliteit. Kortom het ruimtelijk engineeren van een gebied.”
OTAR Nr. 7 - 2020 9
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52 |
Page 53 |
Page 54 |
Page 55 |
Page 56 |
Page 57 |
Page 58 |
Page 59 |
Page 60 |
Page 61 |
Page 62 |
Page 63 |
Page 64