Edwin Lokkerbol E
r is veel nodig om te komen tot een emissieloze bouw- plaats. Bouwlocaties moeten onderdeel worden van een energie-infra- structuur om elektra en waterstof naar de bouwplaats te krijgen. Er moet financiële ruimte geboden worden om als bouwer ook de juiste investeringen te kunnen doen. Uitstoot moet worden gedefinieerd en emissies moeten worden gemonitord. En de veiligheid voor omgeving en bouw- plaatspersoneel vraagt dat er standaar- den en normen ontwikkeld worden voor emissieloos materieel. De gehele transitie waar de sector voor staat, is complexer dan het simpel ‘vervangen’ van materi- eel met een klassieke verbrandingsmo- tor, door een elektrische variant of door waterstof. Om inzichtelijk te maken op welke punten de bouwsector tezamen met leveranciers het overleg met over- heden en opdrachtgevers moeten aan- gaan, is een heldere gemeenschap- pelijke ‘transitie-agenda’ van belang, waarin de onderwerpen genoemd staan waaraan publieke en private partijen samen moeten werken. De partijen ver- bonden in Emissieloos Netwerk hebben een zgn. ‘white paper’ gemaakt waarin deze transitie-agenda wordt beschreven.
Materieel beperkt beschikbaar Het seriematig ontwikkelen van volkomen emissieloos materieel, vooral van 30 ton en meer, gaat jarenlang duren. De eer- ste
emissieloze hydraulische graaf- machines van 20 ton komen mond-
jesmaat op de markt. Ze zijn twee tot drie keer duurder dan eenzelfde kraan op fossiele brandstoffen. In Nederland rijden, rollen, varen of staan er tienduizenden stuks materi- eel met fossiele verbrandingsmotoren die dus niet ‘binnen een paar jaar’ ver- vangen kunnen worden. Een groot deel van het (zwaardere) bouwmaterieel zal zeker nog vijf tot acht jaar fossiel zijn. Leveranciers opereren op een wereld- markt en kunnen niet zomaar hun pro- ductielijnen ombouwen omwille van koplopers in één land. De grote diversi- teit in materieel maakt ook dat sommige machines slechts door enkele leveran- ciers worden geleverd. Bundeling van uitvraag is nodig om de eerste kritische massa aan leveranciers mee te krij- gen. Ook Europese samenwerking kan hierbij helpen. Na een periode van zes tot acht jaar (of bijvoorbeeld na 10.000 draaiuren) wordt veel materieel vervan- gen. Door deze ‘natuurlijke vervanging’ van bouwmaterieel met oudere motoren, is de verwachting dat door het gebruik van hybride motoren, alsook door het gebruik van alternatieve
brandstof-
fen, emissie op en rond de bouwplaats enorm zullen dalen. Kleiner bouwmate- rieel als generatoren en kranen tot een paar ton zijn emissieloos (op batterijen) goed te verkrijgen. Zwaarder bouwmate- rieel komt de komende jaren spaarzaam op de markt. Er moet nog veel ontwik- keld worden, vooral voor materieel dat veel ‘piekvermogen’ moet leveren. Een zware kraan kan soms slechts een half uur op batterijen werken. Momenteel koopt men voor dit materieel emissie-
“WHITE PAPER GEEFT RICHTING AAN DE
TRANSITIE”
arme alternatieven aan, waarbij moderne verbrandingsmotoren (soms hybride) 2 tot 3 keer minder uitstoot hebben, dan de oudere (stage II of III) motoren.
Meer dan emissieloze bouwplaats
Emissieloos bouwen is veel meer dan het gebruik van emissieloos materieel op en rond de bouwplaats. Om met zo weinig mogelijk emissies te kunnen bouwen, is het van belang om bij het
ontwerp en
de constructie van kunstwerken, infra en gebouwen hier al rekening mee te hou- den. De meeste emissies komen immers vrij bij de productie van bouwmaterialen. Niet alleen bij de werkzaamheden op de bouwplaats door het gebruik van bouw- materieel. Aandacht voor emissiearm onderhoud is daarbij van groot belang. Ook hoe rond de grote steden bouwlo- gistiek ingericht gaat worden is van grote invloed op emissies. Van al het trans- port in steden is immers 30% ‘bouwge- relateerd’. Het gebruik van emissieloos bouwmaterieel op de bouwplaats moet onderdeel zijn van een integrale aan- pak. De hele keten van opdrachtgevers en opdrachtnemer, het proces van plan- vorming tot uitvoering als ook de organi- satie van bouwlogistiek moet onderdeel zijn van de ambitie om emissies terug te dringen. Ook in de voor de vergunning- verlening noodzakelijke ‘Aerius-calcula- tie’ moet op deze wijze voor het gehele bouwproces duidelijk worden gemaakt hoeveel stikstof er vrij komt. De bijdrage van materieel op de bouwplaats is hier dus slechts een onderdeel van.
Over de auteur
Edwin Lokkerbol is zelfstandig adviseur en momenteel programma- manager van Emissieloos Netwerk Infra.
Een mobiele windturbine op vrachtwagen | foto GMB OTAR Nr.7 - 2020 49
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52 |
Page 53 |
Page 54 |
Page 55 |
Page 56 |
Page 57 |
Page 58 |
Page 59 |
Page 60 |
Page 61 |
Page 62 |
Page 63 |
Page 64