Elektrische HDD boring | foto Heijmans
Energiedragers cruciaal Ontwikkelingen die te maken hebben met het operationaliseren van water- stof staan nog in de ‘kinderschoenen’. Zwaarder bouwmaterieel (vanaf 30 ton) zal naar verwachting gebruik gaan maken van waterstof. Er is nog weinig CO2
-arme
waterstof beschikbaar, waardoor water- stof gebruikt wordt die is geproduceerd met gebruik
(‘grijze’ waterstof).
Het produceren en naar de bouwplaats transporteren van waterstof is eveneens betrekkelijk kostbaar (4 á 5 keer duur- der dan diesel). Schaalvoordelen (meer bouwlocaties waar het gebruikt gaat worden) moeten leiden tot dalende prij- zen. Dit is echter een traject dat jaren gaat duren. Indien emissies die vrijkomen bij het produceren van ‘grijze’ waterstof worden betrokken bij de ‘CO2
-footprint’
van de bouwplaats, zal er de komende jaren nog steeds niet volkomen emissie- loos gewerkt worden. Ook netwerkbe- drijven spelen bij de elektrificatie van
van fossiele brandstoffen
bouwlocaties een belangrijke rol. Het gebruik van kleiner materieel (genera- toren, kleine kranen) neemt een vlucht. Batterijen op de bouwplaats worden steeds meer gebruikt en de (tijdige en juiste) aansluiting van de bouwlocatie op het elektriciteitsnetwerk is hierbij cruci- aal. Door het gebruik van zonnecollecto- ren op de bouwplaats wordt er ook ener- gie terug geleverd aan het netwerk. Het goed inschatten van de energiebehoefte van alle bouwactiviteiten gedurende het gehele bouwproces is dan ook belang- rijk. Netwerkbedrijven dienen vroegtijdig betrokken te worden bij de planvorming om te kunnen zorgen voor de juiste voor- zieningen.
Samenhang (duurzaamheids-) vraagstukken
In stedelijke agglomeraties moeten veel woningen gebouwd worden. Vergunnin- gen worden echter moeizaam afgegeven door de productie van stikstof die tijdens ‘het bouwen’ plaatsvindt. Alleen door
“EEN EMISSIELOZE BOUWPLAATS IS EEN GEZAMENLIJKE OPGAVE”
50 Nr. 7 - 2020 OTAR
aanzienlijke emissiereducerende maat- regelen (zie rapport commissie Remkes) kunnen vergunningen worden verstrekt waardoor bouwactiviteiten doorgang kunnen vinden. Dit speelt vooral in de nabijheid van ‘Natura2000’ gebieden waar (vrijwel) geen stikstofdepositie meer mag plaatsvinden. Het Schone Lucht Akkoord (2020) geeft tevens aan dat niet alleen de stikstofuitstoot gere- duceerd moet worden, maar ook ‘fijn- stof’. Gezondheidsschade door luchtver- ontreiniging moet voorkomen worden. Op basis van de bovenstaande ont- wikkelingen is een goede afstemming met publieke opdrachtgevers over de bestuurlijke ambities een absolute voor- waarde voor een eensluidende tran- sitie-aanpak met perspectief voor alle betrokkenen. Indien bijvoorbeeld door gemeenten milieuzones uitgebreid gaan worden met inbegrip van bouwplaatsen in de binnenstad, heeft dat grote conse- quenties voor de bouwopgave.
Standaarden en metingen Om een goed antwoord te geven op de voorliggende vraagstukken, is het ont- wikkelen van standaarden een must. Zo is het voor de reducties van emissies die
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52 |
Page 53 |
Page 54 |
Page 55 |
Page 56 |
Page 57 |
Page 58 |
Page 59 |
Page 60 |
Page 61 |
Page 62 |
Page 63 |
Page 64