This page contains a Flash digital edition of a book.
klachtenregeling 39


spraakverwarring COMMENTAAR


Een balielonische


sent immers niet gebleken. Dat tekortschieten valt de aan de praktijk verbonden individuele tandarts in beginsel tuchtrechtelijk te verwijten. Het blijſt immers zijn eigen verantwoordelijkheid om aan het belangrijke vereiste van ‘informed consent’ op pas- sende wijze vorm te (doen) geven. In deze zaak is in de ziting in hoger beroep gebleken dat de tandarts de praktijk al kort na zijn aanstelling heeſt verlaten, onder meer omdat hij constateerde dat het nogal eens aan de door ‘de balie’ doorgegeven toestem- ming schorte. Daarnaast zijn er onvoldoende aan- knopingspunten om vast te stellen dat de tandarts ten tijde van de behandelingen wist of kon weten van de bewindvoering. Bovendien is niet weer- sproken dat klaagster steeds ter plaatse mondeling toestemming gaf tot de behandeling, althans dat de tandarts op die toestemming mocht vertrouwen omdat klaagster steeds de alternatieve extractie met kracht van de hand wees. Al deze omstandig- heden in aanmerking genomen, kan de tandarts in het onderhavige geval ter zake geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt. Datzelfde geldt, gelet op de hiervoor door de tandarts geschetste en niet weersproken omstandigheden, voor het feit dat de tandarts de bewindvoerder tijdens het consult van 23 oktober 2012 niet te woord heeſt gestaan. Hij was met de behandeling van klaagster bezig toen werd hem verzocht de bewindvoerder telefonisch te woord te staan.


BESLISSING CTG Het CTG vernietigt de uitspraak van het RTG en wijst de klacht af.


Een open mond is te vergelij- ken met onze valkuil: we heb- ben onder de noemers diagnose en behandelplan het oordeel cq plan in een split second rond. Deze casus lijkt ook zo’n kuil. De publi- catie van het RTG (htp://tucht- recht.overheid.nl/ onder nummer 2013/064T) in eerste instantie liegt er niet om. In deze casus werd de begroting snel verzonden, met daarin een slag om de arm: ‘Even- tuele wijzigingen hierin zullen bij uitvoering van het behandelings- plan worden doorberekend’. Die toezegging onder de begroting is overenthousiast nagekomen… De motivering van het RTG komt erop neer dat de tandarts onjuist heeſt gehandeld waar het de kosten van de behandeling betreſt. Hij heeſt er ook geen blijk van gegeven oog te hebben gehad voor de kwets- baarheid van de patiënt en daar evenmin rekening mee gehouden. Bovendien is hij niet bij het voor- onderzoek en de ziting aanwezig geweest en stelt hij zich zodoende niet toetsbaar op, wat het col- lege zorgen baart. De tandarts kan daarom een (te publiceren) beris- ping in zijn zak steken. Na deze uitspraak wordt de tandarts ver- baal actiever. Hij gaat in beroep, motiveert zijn standpunt en ver- schijnt op de ziting, met suc- ces als resultaat. Het CTG oordeelt namelijk milder: de klacht is onge- grond. Van de twee uitspraken begrijp ik de motivering van het RTG Amsterdam beter dan die van het CTG. Je zou kunnen stel- len: betrokkene heeſt in beroep enorm gezwijnd. Immers:


NEDERLANDS TANDARTSENBLAD > 26 juni 2015


Mr. Bart Admiraal


Een behandelend tandarts in een instelling houdt zijn eigen verant- woordelijkheid qua informatie, behandelplan, begroting, dossier- vorming.


Een dreigende overschrijding van kostenopgaves dient te worden besproken. De schuld op de ‘orga- nisatie’ afschuiven is niet netjes. Behandelingen duurder dan 150,- euro dienden indertijd schriſte- lijk te worden begroot (inmiddels is dat bedrag 250,- euro). Als een patiënt of bewindvoerder belt en er is geen tijd deze te woord te staan, dan moet er worden teruggebeld. Dat heeſt te maken met moraal en fatsoen. Het tekortschieten van de ‘organisatie’ kan de individu- ele tandarts tuchtrechtelijk wor- den verweten. Daar staat tegen- over dat de tandarts niet wist dat de patiënt onder bewind stond, en de ‘opdracht pop-ups’ van de balie volgde. Dat heeſt geleid tot een balielonische spraakverwarring. Het is ook niet weersproken dat de patiënt mondeling toestemming heeſt gegeven voor de behande- lingen. Bovendien is de tandarts kort na aanvang van de betrekking wegens onvrede over de organi- satie, vertrokken. Deze bespreking begon met het voorbeeld van de valkuil die een open deur lijkt. Een andere open deur: reageer ade- quaat en met zorg op een klacht. Verschuil je als medewerker niet achter een falende organisatie, je hebt een individuele verantwoor- delijkheid in de hoedanigheid als tandarts. Wat als hier in eerste instantie invoelend en meelevend was gereageerd op de eerste signa- len van onvrede… Jurispreventie©


Mr. Bart Admiraal is jurist en tandarts. Wilt u reageren op zijn commentaar: nt@knmt.nl.


NEDERLANDS TANDARTSENBLAD > 26 juni 2015


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48