This page contains a Flash digital edition of a book.
34 vakinhoud UITGELEZEN


Relevante richtlijnen: knelpunten en oplossingen


PROFESSOR DR. GEERT JMG VAN DER HEIJDEN, KLINISCH EPIDEMIOLOOG EN HOOGLERAAR SOCIALE TANDHEELKUNDE, UVA EN ACTA


Tandheelkunde en mondzorg zijn geworteld in een ambachtelijke traditie, net als alle disciplines in de geneeskunde en gezondheidszorg. Voor een groot deel van de gezondheidszorg ontbreekt zodoende een formele empirische evaluatie van de effectiviteit en doelmatigheid.


Bijvoorbeeld; uit onderzoek naar drieduizend behandelingen in de gezondheidszorg blijkt bij ongeveer de helſt elk bewijs voor gezondheidswinst te ontbreken. Slechts bij eenderde van de behandelingen blijkt er wel solide bewijs voor te zijn. Uit een recente systematische review onder 363 veel geci- teerde publicaties naar de effectiviteit en doelmatigheid van verschillende behandelingen komt eenzelfde beeld naar vo- ren: veertig procent levert een solide bewijs voor gezond- heidswinst, in eveneens veertig procent wordt dat niet ge- vonden of wordt zelfs gezondheidsschade gerapporteerd. En onder 981 andere veel geciteerde publicaties over vergelij- kend onderzoek naar de effectiviteit van gangbare en nieuwe vormen van zorg, bleek dat in 77 procent de gezondheids- winst van de nieuwe vorm groter was, en werd bij 23 procent geen verschil gevonden. Beleidsontwikkelingen in de gezondheidszorg zijn de afgelo- pen decennia gericht op het bevorderen van effectiviteit, doelmatigheid en kwaliteit. Daarbij nemen richtlijnen een belangrijke plaats in. Ze blijken het gebruik en de toepassing van actueel en solide bewijs uit wetenschappelijk onderzoek te bevorderen en dragen bij aan het terugdringen van onno- dige variatie. Daarmee vergroten richtlijnen de gezondheids- winst en doelmatigheid. Net als in de gezondheidszorg kun- nen richtlijnen een bijdrage leveren aan een verdere optimalisatie van mondzorg en tandheelkunde en een toe- name van de gezondheidswinst en doelmatigheid. Een richtlijn kan worden omschreven als een compacte maar omvatende synthese van kennis over de zorgpraktijk. Hij biedt een kader en handvaten voor het leveren van de meest optimale zorg en bevat aanbevelingen op basis van wetenschappelijk onderzoek. Echter, het op basis van een complete, actuele en solide wetenschappelijke onderbou- wing opstellen van een compacte, gemakkelijk te gebruiken en relevante richtlijn blijkt vaak een uitdaging. Veel richtlij- nen zijn te omvangrijk en weinig toegankelijk. Ander punt van zorg is dat sommige richtlijnen te weinig gebaseerd zijn op solide bewijs uit wetenschappelijk onderzoek. Het risico bestaat dat die richtlijn niets anders is dan in ambachtelijke


traditie gewortelde consensus die op basis van expertise en autoriteit algemeen geldend wordt verklaard. Dit komt dik- wijls voor; naarmate een richtlijn meer aanbevelingen bevat neemt de kans toe dat een solide wetenschappelijke onder- bouwing ontbreekt. Het is onwaarschijnlijk dat dit soort richtlijnen bijdraagt aan waar ze voor bedoeld zijn. Een goede richtlijn creëert een breed draagvlak voor profes- sionele reflectie op onzekerheden in de zorgpraktijk. Dit uit- gangspunt is belangrijk bij het vaststellen van onderwerpen die in een richtlijn aan bod dienen te komen. Door het aan- tal onderwerpen te beperken, wordt de basis gelegd voor een compacte richtlijn, met voor de zorgpraktijk relevante aan- bevelingen. Door voor de onderbouwing van aanbevelingen strikte methoden te volgen en eenduidig over de afwegingen daarbij te rapporteren, zal het aantal aanbevelingen waar- voor solide wetenschappelijke onderbouwing ontbreekt, sterk afnemen. Die strikte methoden ter vertaling van kennis uit wetenschappelijk onderzoek en onderbouwing van aan- bevelingen vormen het fundament van richtlijnen. De ken- nis over de effecten en doelmatigheid van zorg wijzigt echter continu. Om een richtlijn actueel te houden, zal deze gere- geld op basis van nieuwe kennis en inzichten moeten wor- den bijgesteld. Bij een richtlijn die geregeld wordt geactuali- seerd, blijkt vaak dat dat aanbevelingen uit voorgaande versies behouden kunnen blijven. Meestal bevordert dit de soliditeit van de wetenschappelijke onderbouwing. Uit onderzoek blijkt zeker een op de vijf aanbevelingen voor de praktijk drie jaar na de totstandkoming van een richtlijn verouderd te zijn. Daarnaast bestaan er forse verschillen tus- sen richtlijnen over vergelijkbare onderwerpen, waarbij grote tegenstrijdigheden ten aanzien van aanbevelingen in het oog springen. Dit komt niet door een gebrekkige methodiek, maar lijkt te berusten op verstrengeling van belangen. Dit maakt het geregeld actualiseren van richtlijnen geen sinecu- re. Het is, echter, hoe dan ook noodzakelijk.


Zie voor de literatuur bij dit artikel www.ntdigitaal.nl


NEDERLANDS TANDARTSENBLAD > 26 juni 2015


NEDERLANDS TANDARTSENBLAD > 26 juni 2015


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48