This page contains a Flash digital edition of a book.
16 opinie


INBOX KiMo


De issue is allang niet meer of we wel of niet richt- lijnen willen. De vraag is alleen hoe we het gaan or- ganiseren. Het KNMT-hoofdbestuur wilde niets bij- zonders aangaande een richtlijneninstituut: zeggen- schap voor de beroepsgroep. Zij had dat geduren- de het hele oprichtingsproces aan het Vertegen- woordigend College en de KNMT-leden beloofd. Op 18 mei 2015 evenwel werd duidelijk dat het het hoofdbestuur niet gelukt was de oprichtingscom- missie te overtuigen van de KNMT-voorwaarden voor een goed functionerend KiMo. Die KNMT- voorwaarden zijn: KNMT-bekrachtiging benoeming bestuurder; KNMT-bekrachtiging benoeming Raad van Toezicht; KNMT-goedkeuring beleidsplan, KNMT-begroting en jaarstukken; KNMT-bekrachti- ging keuze onderwerp richtlijn; KNMT-bekrachtiging autorisatie richtlijn en goedkeuring wijziging statuten stichting. Allen opnieuw benoemd op 17 november 2014.


Onder grote druk van de oprichtingscommissie heeft het KNMT-hoofdbestuur toch besloten te te- kenen voor een voorstel Kimo dat vrijwel ongewij- zigd bleef: KiMo zou het enige richtlijninstituut in Nederland worden waar een beroepsgroep geen beslisrecht krijgt. De wetenschappelijke verenigin- gen staan er blijkbaar wel achter. Hebben zij hun le- den uitgelegd hoe de organisatievorm van KiMo is en wat dat voor het veld inhoudt? Is het überhaupt gevraagd? Of is alléén gevraagd of ze achter het principe van richtlijnen staan? KNMT blijkt een ver- eniging te zijn die democratische waardes hoog houdt, die haar leden een stem geeft. Op de Alge- mene Vergadering van de KNMT van 12 juni 2015 bleek de keuze van het hoofdbestuur om te teke- nen een verkeerde. Een ruime meerderheid van de afgevaardigden verzocht het hoofdbestuur zich in te spannen voor een juiste en gangbare structuur van een richtlijninstituut waarin de beroepsgroep zeggenschap heeft. Niet om richtlijnen te kunnen torpederen, maar om ze te ondersteunen, zich er- aan te kunnen spiegelen en eraan te kunnen bijdra- gen. Het hoofdbestuur heeft het zichzelf alleen niet gemakkelijk gemaakt. Te lang heeft ze de oprich- tingscommissie KiMo de vrije hand gegeven, waar- door het hoofdbestuur werd klemgezet. Hoe heeft dit kunnen gebeuren in een proces dat is ingezet door de KNMT en vrijwel geheel door haar is be- taald? Dan wordt er ook nog gesuggereerd dat de KNMT er maar uit moet stappen. Pardon? Je betaalt


NEDERLANDS TANDARTSENBLAD > 26 juni 2015


de bouw van een huis, de bouw gaat niet naar wens, dat laat je geregeld weten. De bouwers gaan gewoon door en stellen dat je dan maar geen ge- bruik van het huis moet maken! Dat is de omge- keerde wereld. Het KNMT-hoofdbestuur zou naar andere bouwers moeten uitkijken. Het doel van richtlijnen is het borgen van kwaliteit. Een breed draagvlak ten aanzien van de inhoud garandeert implementatie en is daarom cruciaal. Richtlijnen ge- ven de Inspectie voor de Gezondheidszorg een handvat om te oordelen, overheid en verzekeraars kunnen op basis ervan afspraken maken. Ook dat kan alleen maar als richtlijnen inhoudelijk breed ge- dragen worden. Om dat te bereiken is beslisrecht van de beroepsgroep elementair. Het is de verant- woordelijkheid van zowel wetenschappelijke ver- enigingen als belangenverenigingen om een richtlij- neninstituut op te zetten waarin de beroepsgroep zich kan herkennen, een instituut dat richtlijnen maakt waaraan de beroepsgroep met haar kennis en kunde kan bijdragen en die haar kan toetsen, zo- dat het eindresultaat de kwaliteit van de mondzorg ondersteunt. Dat kan alleen maar als de beroeps- groep serieus wordt genomen en als geheel zeg- genschap krijgt.


JORINDE OOSTENBROEK namens het bestuur van de KNMT-afdeling Zuid Holland Midden


Geen bewijs?


In Nt 07/2015, p. 10 stond een interview met Hellen Blom-Reukers, de nieuwe voorzitter van de NVvK. Zij hield een warm pleidooi om bij de mondzorg voor de jeugd meer in te zetten op preventieve be- handeling. Dat kan alleen maar worden toegejuicht. Daarom verbaasde het ons dat zij met betrekking tot het gebrek aan evidence in de mondzorg het volgende opmerkte: “Een mooi voorbeeld is het be- slijpen en fluorideren van een aangetast element in het melkgebit. Dat is helaas nog niet evidence based”. Zij baseerde zich hierbij uitsluitend op het inmiddels achterhaalde standpunt van het Zorgin- stituut Nederland (gebaseerd op data uit 2012!) en helaas niet op de stand van zaken in de internatio- nale literatuur. In 2013 en 2014 zijn echter in interna- tionale prestigieuze tijdschriften belangrijke publi- caties verschenen waaruit duidelijk blijkt dat een niet-restauratieve behandeling niet onderdoet voor een restauratieve behandeling. In maart 2015 is een breed gedragen artikel in het NTvT verschenen waarin degelijk onderbouwd een voorkeur wordt uitgesproken voor de niet-restauratieve benade-


NEDERLANDS TANDARTSENBLAD > 26 juni 2015


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48