MARKT ▶▶▶
Biologische glastuinbouw: geen groei, wel ambitie
In de biologische glastuinbouw lijkt op het oog weinig schot te zitten, maar schijn bedriegt. Qua omvang is de teelt al jaren vrij stabiel, maar binnen het bestaande speelveld staan de ontwikkelingen niet stil. Op het gebied van kwaliteit, energiebesparende innovaties en segmentatie wordt vooruitgang geboekt. “We verwachten dat de Nederlandse bio- sector doorgroeit naar het topsegment.”
DOOR BRAMMERT WAAGMEESTER E
100 120 140
20 40 60 80
0 2015 50 2016 2017 Bron: CBS
en kleine 120 hectare beslaat het bio- logische glasgroenteareaal in 2017, volgens het CBS. Een lichte afname ten opzichte van 2016 (127 hectare). Het
aantal gecertificeerde bedrijven groeide in datzelfde jaar met bijna 8% (tot 99). Dit sei- zoen zou er sprake zijn van een lichte afname in areaal. Het is een beetje op en af, geven insi- ders aan. Sommige bedrijven schalen op, maar stoten later ook weer een deel af. Soms blijkt de teelt moeilijker dan gedacht. Met name paprika is een lastig gewas om te telen. Daar- om schommelt het areaalcijfer. Binnen het totale glasareaal heeft biologisch een bescheiden aandeel. Veel minder dan
Areaal biologische
glasgroenten x hectare
Komkommer Paprika Overig
Tomaat
bijvoorbeeld het aandeel van biologische vollegrondsgroenten binnen de akkerbouw. Dat heeft weinig te maken met het rende- ment. Daarover zijn de meeste telers wel te- vreden, de gemiddelde inkomsten zijn vrij stabiel. Maar de grondgebonden teelt, een voorwaarde om in Europa een biologisch predikaat te voeren, heeft wat spreekwoor- delijke ‘voeten in de aarde’. Het is een kennis- intensieve teelt. Het kost tijd om de produc- tie in de vingers te krijgen. Met name de druk van ziekten en plagen in het gewas is een behoorlijke opgave, moeilijker te contro- leren dan de teelt op substraat. En de midde- len om in te zetten bij bestrijding zijn be- perkt.
Afzetkansen genoeg Toch zijn er afzetkansen genoeg, constateert het Louis Bolk Instituut, dat samen met Eosta-telers adviseert en begeleidt in hun om- schakeling naar de biologische glasteelt. Maar de telefoon in Bunnik staat niet roodgloeiend. Volgens het instituut komt dat omdat de nieu- we generatie niet meer weet wat grondgebon- den telen inhoudt. En dus wordt de biologi- sche glastuinbouw vooral bemenst door ervaren telers die al enige tijd meedraaien. Als er al sprake is van uitbreiding, gebeurt dat vooral bij de bestaande bedrijven. De teler die de overstap naar biologisch wil wagen, begint met een achterstand. Een opstarttermijn van twee jaar, zonder stabiele inkomsten, is niet ongebruikelijk.
▶GROENTEN & FRUIT | 9 november 2018
De verplichte teelt in de grond blijft een ob- stakel voor verdere groei van de biologische kasteelten.
En biologisch kent nog een paar andere on- voorspelbare factoren. In een moeilijke markt, waarbij het reguliere aanbod groot is, kan de prijsvorming makkelijk meebewegen in een negatieve spiraal. Dat gebeurde afgelopen zo- mer bijvoorbeeld in tomaat. Daarnaast is de ki- lo-opbrengst per hectare in grond structureel lager dan op substraat. Zolang dat gecompen- seerd wordt door een stabiele prijsvorming, vormt dat geen probleem, maar in een verdrin- gingsmarkt kan dit de teler wel parten spelen.
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52 |
Page 53 |
Page 54 |
Page 55 |
Page 56