Al na een paar minuten blootstelling aan Oroganic wordt het exoskelet van witte vlieg afgebroken.
overdag met zon gespoten. Het hoeft dus niet ’s avonds te worden gespoten.” De eerste keer was het in het oude gewas, dat nog twee weken te gaan had tot de teeltwisseling. De tweede keer in de nieu- we aanplant. Van Geest: “In een jong ge- was moet je wel oppassen voor bolblad als reactie van het middel. Als een bespui- ting tegen witte vlieg nodig is, gaan we door met dit middel, want dat is ons goed bevallen. Omdat we geen spint hebben, kunnen we het middel daar niet op uittes- ten.”
Toelating is welkome aanvulling “Het is altijd een goede zaak als er een re- gistratie van een gewasbeschermingsmid- del bij komt, zodat telers hun bestrijding kunnen doen”, zegt Jeannette Vriend, Co- ordinator Effectief Maatregelenpakket (CEMP) van Glastuinbouw Nederland. “Overleg met de teeltadviseur en doe een proefbespuiting om te zien wat het effect is op zowel plaaginsecten als natuurlijke vijanden en op je gewas. Ook moet je we-
ten welke witte vlieg in het gewas zit. Ta- bakswittevlieg is lastiger te bestrijden dan kaswittevlieg. Mijten in komkommer is ook een dingetje.” Zij adviseert telers om ervaring met het nieuwe middel op te doen, omdat het middelenpakket smal is. “We zullen af- scheid moeten nemen van het oude tradi- tionele middelenpakket, omdat Europa bijzonder streng is voor chemie en veel middelen het moeilijk hebben om (op- nieuw) te worden geregistreerd. Plenum is al weggevallen en Calypso gaat wegval- len, zodat luisbeheersing in een geïnte- greerd systeem een zeer grote puzzel is geworden. Het is de vraag welke midde- len over vijf jaar nog beschikbaar zijn. Te- lers moeten dus snel leren omgaan met nieuwe registraties.”
Maatwerk
Gewasbescherming wordt ook steeds meer maatwerk. Vriend noemt het een apart biosysteem per teelt. Telers moeten naast een goed systeem van biologische
bestrijders ook kijken naar minder effec- tieve middelen vanwege resistentie, afwis- selen van middelen door beperkt aantal toepassingen per middel en om de juiste strategie te hanteren. “Telers moeten ook eerder zachtere middelen in het gewas gaan toepassen om bij een nog lage plaagdruk meer te bereiken. Ze moeten meer ervaring opdoen met deze middelen in het systeem met biologische bestrijders aan de basis. Om, als het echt niet anders kan, pas later in de teelt naar chemische middelen met een hogere effectiviteit te grijpen.” De coördinator noemt een aantal schim- melpreparaten, insectenparasitaire schimmels zoals Botanigard, Mycotal, Prefal en Naturalis. “Dit zijn MRL-vrije stoffen met witte vlieg op het etiket. Groentetelers moeten ook eens kijken hoever ze hiermee kunnen komen, want de kans dat deze natuurlijke stoffen wor- den geregistreerd, is groter waardoor je verder komt dan met de steeds krimpen- de chemie.”
▶GROENTEN & FRUIT | 28 augustus 2020 41
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48