TEELT ▶▶▶ BEWARING ▶▶▶ KOUDEMIDDELEN
Koudemiddelkeuze kleinere koelinstallaties
Asperge- en zachtfruitbedrijven hebben vaak een installatie met beperkte koelcapaciteit. Toch geldt ook voor deze installaties de Europese wetgeving rond koudemiddelen. Bij kleine installaties wordt vaak nog gekozen voor synthetische koudemiddelen, maar is dat wel de beste keuze?
VAK | door Johan Nijssen, AgroFocus D CO2 COP
2,0 2,5 3,0 3,5 4,0 4,5 5,0 5,5
34 4,08
e Europese wetgeving voorziet in afbouw van het gebruik van koudemiddelen die schadelijk zijn voor het milieu. In eerste
instantie gaat het daarbij om het voor- komen van de afbraak van de ozonlaag. Koudemiddelen die afbraak van de ozonlaag veroorzaken, zoals R22, zijn vervangen door middelen die vaak een groter broeikaseffect (GWP) hebben, zo- als bijvoorbeeld R507A. Deze ‘nieuwe’ middelen worden binnen twintig jaar
Efficientie koeling COP ( kWh koude per kWh elektriciteit) bij verschillende buitentemperaturen (13 tot 20 graden Celsius).
propaan 2,22 13 14 15 16 17 18 19 20
COP ( kWh koude per kWh elektrici- teit) bij verschillende buitentempe- raturen (condensatie-temperatuur 10 graden boven de buitentempe- ratuur) en een cel temperatuur van +1 graad. In de grafiek is te zien dat het ren- dement van propaan en CO2
af-
neemt bij oplopende buitentempe- ratuur, en dat het rendement van propaan groter is dan van CO2
. ▶ GROENTEN & FRUIT | 22 oktober 2021
weer uitgefaseerd. Per 1 januari 2022 geldt nu een verbod op nieuwbouw van installaties met een GWP boven de 150. Daar vallen zo’n beetje alle nu beschik- bare synthetische koudemiddelen on- der. Er is een nieuwe generatie syntheti- sche koudemiddelen ontwikkeld die een laag broeikaseffect hebben: hydrofluor- olefinen (HFO). Deze worden nu al inge- zet in airco’s in voertuigen. De compres- sorfabrikanten geven deze middelen ook vrij om toe te passen in commercië- le koeling.
Zijn daarmee de problemen voor kleine- re installaties opgelost? Afgezien van het feit dat deze middelen vaak wat brandbaarder zijn, doemt een groter probleem op. Afbraakproducten (PFAS) van deze koudemiddelen komen nu al
in grotere concentraties in het milieu voor. Ze kwamen daar echter al eerder in voor als gevolg van natuurlijke pro- cessen. Bij afbraak van de oudere kou- demiddelen kwamen deze middelen ook vrij, maar in veel mindere mate. De concentraties in het milieu zijn de laat- ste tien jaar drastisch gestegen. Over de giftigheid is nog volop discussie, maar het zou niet verbazingwekkend zijn als deze middelen binnenkort weer zorgen voor een aanpassing in de wetgeving.
Kleinere installaties Gezien het voorgaande is duidelijk dat ook voor kleinere installaties een natuurlijk koudemiddel de beste en meest duurzame oplossing is. Dat is ook de reden dat deze installaties in aanmerking komen voor de Energie-Investeringsaftrek (EIA). Het aantal opties in de praktijk is tot nu toe beperkt tot twee middelen: CO2
en propaan. Installaties met CO2 werken onder hoge
drukken (tot circa 90 bar) en hebben bij hogere buitentemperaturen een slechter rendement, zeker als de temperatuur bo- ven 20 graden uitkomt (de installatie draait dan transkritisch). Dat varieert in Nederland zo’n 55 tot 110 dagen per jaar. Het aantal uren per dag is dan echter be- perkt. Globaal gaat het om circa 310 tot 720 uren per jaar. Door bij hoge tempera- turen de lucht die door de condensor gaat te bevochtigen is dit aantal uren nog te- rug te brengen. Propaaninstallaties werken bij veel lagere drukken (tot circa 15 bar). Propaan heeft ook een beter rendement bij de koude- opwekking. Nadeel is de grotere brand-
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48